Bijlagen
1 Samenstelling bestuur en commissies per 31 december 2025
De samenstelling van het bestuur is als volgt:
| Naam | Functie | Vertegenwoordiging | Lid van het bestuur sinds | Einde zittingsduur |
|---|---|---|---|---|
| B.A.A.M. van der Stee | Voorzitter | Werkgever | 03-09-2019 | 03-09-2027 |
| P.A.W. Edgar | Plv. voorzitter | Werkgever | 29-10-2019 | 21-12-2026 |
| M.H.W. Rovers | Lid | Werkgever | 01-08-2023 | 01-08-2027 |
| H. Busstra | Plv. lid | Werkgever | 29-08-2022 | 29-08-2026 |
| N. Lieman | Secretaris | Deelnemers | 30-05-2020 | 30-05-2028 |
| W.J.L. van Pelt | Lid | Deelnemers | 12-07-2022 | 12-07-2026 |
| F. van der Linden | Lid | Deelnemers | 12-07-2022 | 12-07-2026 |
| R.J.J. Dudink | Lid | Deelnemers | 06-12-2022 | 06-12-2026 |
| M.C.P. Leliefeld | Plv. lid | Deelnemers | 30-10-2023 | 30-10-2027 |
| R.D. Burgers | Plv. lid | Deelnemers | 12-11-2024 | 12-11-2028 |
| J.M.A. van Haren | Lid | (Pre)gepensioneerden | 01-07-2025 | 01-07-2029 |
| T.J.G.J. Wentink | Plv. lid | (Pre)gepensioneerden | 01-07-2025 | 01-07-2029 |
| J. de Winter | Lid | (Pre)gepensioneerden | 01-07-2025 | 01-07-2029 |
Bestuur
Namens de werkgever
| Dhr. drs. B.A.A.M. van der Stee | Dhr. P.A.W. Edgar arts MBA |
| Functie in bestuur: voorzitter (extern lid) | Functie in bestuur: plaatsvervangend voorzitter (extern lid) |
| Bestuurslid vanaf: 03-09-2019 | Bestuurslid vanaf: 29-10-2019 |
| Einde zittingstermijn: 03-09-2027 | Einde zittingstermijn : 20-12-2026 |
| Geboortejaar: 1956 | Geboortejaar: 1958 |
| Nevenfuncties: | Nevenfuncties: |
| ⚫ Voorzitter Hoogovens pensioenfonds | |
| Mw. H. Busstra | Dhr. M.H.W. Rovers |
| Functie in bestuur: plaatsvervangend bestuurslid | Functie in bestuur: bestuurslid |
| Bestuurslid vanaf: 29-08-2022 | Bestuurslid vanaf: 01-08-2023 |
| Einde zittingstermijn: 29-08-2026 | Einde zittingstermijn: 01-08-2027 |
| Geboortejaar: 1983 | Geboortejaar: 1961 |
| Nevenfuncties: Strategisch beleidsadviseur bij UWV | Nevenfuncties: |
| ⚫ Programmadirecteur Sociaal-Medische Zaken UWV | |
Namens de deelnemers
| Dhr. R.J.J. Dudink | Dhr. N. Lieman |
| Functie in bestuur: bestuurslid | Functie in bestuur: secretaris |
| Bestuurslid vanaf: 06-12-2022 | Bestuurslid vanaf: 30-05-2020 |
| Einde zittingstermijn: 12-07-2026 | Einde zittingstermijn: 30-05-2028 |
| Geboortejaar: 1961 | Geboortejaar: 1981 |
| Nevenfuncties: Senior Auditor bij Accountantsdienst UWV | Nevenfuncties: ⚫ Internationaal Businessadviseur UWV ⚫Penningmeester bij het WAPES netwerk |
| Dhr. W.J.L. van Pelt | Dhr. F. van der Linden |
| Functie in bestuur: bestuurslid | Functie in bestuur: bestuurslid |
| Bestuurslid vanaf: 12-07-2022 | Bestuurslid vanaf: 12-07-2022 |
| Einde zittingstermijn: 12-07-2026 | Einde zittingstermijn: 12-07-2026 |
| Geboortejaar: 1967 | Geboortejaar: 1979 |
| Nevenfuncties: ⚫ Verzekeringsarts bij UWV ⚫ Voorzitter NOVAG, beroepsvereniging van verzekeringsartsen UWV |
Nevenfuncties: Portfoliomanager bij Facilitair Bedrijf UWV |
| Dhr. M.C.P. Leliefeld | Dhr. R.D. Burgers |
| Functie in bestuur: plaatsvervangend bestuurslid | Functie in bestuur: plaatsvervangend bestuurslid |
| Bestuurslid vanaf: 30-10-2023 | Bestuurslid vanaf: 12-11-2024 |
| Einde zittingstermijn: 30-10-2027 | Einde zittingstermijn: 12-11-2028 |
| Geboortejaar: 1986 | Geboortejaar: 1984 |
| Nevenfuncties: Domeinhouder Werkgeversdienstverlening UWV | Nevenfuncties: Districtmanager Uitvoering Sociaal Medische Zaken UWV |
Namens de (pre) pensioengerechtigden
| Mw. J.M.A. van Haren | Dhr. T.J.G.J. Wentink |
| Functie in bestuur: bestuurslid | Functie in bestuur: plaatsvervangend bestuurslid |
| Bestuurslid vanaf: 01-07-2025 | Bestuurslid vanaf: 01-07-2025 |
| Einde zittingstermijn: 30-06-2029 | Datum aftreden: 30-06-2029 |
| Geboortejaar: 1962 | Geboortejaar: 1951 |
| Nevenfuncties: ⚫ Lid RvT bij Stichting Corridor (tot mei 2026) ⚫ Lid RvT bij ICTU ⚫ Algemeen Lid bij De Geschillencommissie |
Nevenfuncties: |
| Dhr. J. de Winter | |
| Functie in bestuur: bestuurslid | |
| Bestuurslid vanaf: 01-07-2025 | |
| Einde zittingstermijn: 30-06-2029 | |
| Geboortejaar: 1955 | |
| Nevenfuncties: | |
Commissies
| Commissie van beroep | Commissie beleggingen en balansbeheer |
| Mw. J.M.A. van Haren (voorzitter) | Dhr. P.A.W. Edgar (voorzitter) |
| Dhr. R. Spanjer (lid) | Dhr. M. Rovers |
| Mevr. M. Dalfour (lid) | Dhr. W.J.L. van Pelt |
| Dhr. J. de Winter | |
| Dhr. P. Kolthof (adviseur) | |
| Commissie audit, finance en risicomanagement | Commissie pensioenzaken |
| Dhr. F. van der Linden (voorzitter) | Mw. H. Busstra (voorzitter) |
| Dhr. N. Lieman (lid) | Dhr. W.J.L. van Pelt (lid) |
| Dhr. T.J.G.J. Wentink (lid) | Dhr. M. Leliefeld (lid) |
| Dhr. R.J.J. Dudink (lid) | Dhr. R.D. Burgers (lid) |
| Taskforce Wet toekomst pensioenen | |
| Dhr. N. Lieman (voorzitter) | |
| Mw. H. Busstra (lid) | |
| Dhr. F. van der Linden (lid) |
Verantwoordingsorgaan
Namens de werkgever
| Dhr. H. Meines, (plaatsvervangend voorzitter) |
|
| Geboortejaar: 1976 | |
| Lid vanaf: 01-07-2018 | |
| Einde zittingstermijn: 01-07-2026 |
Namens de deelnemers
| Mw. M.B. Van der Veen | Mw. M.S. Cnossen |
| Geboortejaar: 1992 | Geboortejaar: 1978 |
| Lid vanaf: 01-07-2022 | Lid vanaf: 01-07-2022 |
| Einde zittingstermijn: 01-07-2026 | Einde zittingstermijn: 01-07-2026 |
| Mw. N.G. Milko (plaatsvervangend lid) | Mevr. W. Tollenaar |
| Geboortejaar: 1975 | Geboortejaar: 1982 |
| Lid vanaf: 11-10-2024 | Lid vanaf: 01-03-2023 |
| Einde zittingstermijn: 01-07-2026 | Einde zittingstermijn: 01-07-2026 |
| Dhr. J. Zegel (plaatsvervangend lid) | |
| Geboortejaar: 1964 | |
| Lid vanaf: 01-09-2023 | |
| Einde zittingstermijn: 01-09-2027 |
Namens de (pre) pensioengerechtigden
| Dhr. J. de Kat, (secretaris) | Dhr. M.M. Wenting (plaatsvervangend lid) |
| Geboortejaar: 1956 | Geboortejaar: 1949 |
| Lid vanaf: 01-07-2018 | Lid vanaf: 29-07-2024 |
| Einde zittingstermijn: 01-07-2026 | Einde zittingstermijn: 01-07-2026 |
| Dhr. J.A.M. Wijnekus | |
| Geboortejaar: 1950 | |
| Lid vanaf: 01-07-2022 | |
| Einde zittingstermijn: 01-07-2026 |
Raad van toezicht
| Mw. O.M.C. Perik MBA (voorzitter) | Mw. drs. K. Haasbroek |
| Lid vanaf: 04-09-2018 | Lid vanaf 01-08-2024 |
| Einde zittingstermijn: 31-08-2026 | Einde zittingstermijn 01-08-2028 |
| Nevenfuncties: | Nevenfuncties: |
| ⚫ Eigenaar TOM Consulting; | ⚫ Lid taskforce DEI Pensioenfederatie & STAR |
| ⚫ Voorzitter ‘Ondernemend Wassenaar’; | ⚫ Chair audit committee SPH |
| ⚫ Lid Ethische Commissie Amarosa. | ⚫ Bestuurslid PFZW |
| ⚫ Bestuurslid pf. SABIC | |
| ⚫ Lid non-executive board Syntrus Achmea Residential fund |
|
| ⚫ Lid non-executive board Syntrus Achmea Retail fund. | |
| ⚫ Beleggingsadviescommissie Pensioenfonds IBM | |
| Dhr. drs. L.C.A. Scheepens | |
| Lid vanaf: 01-07-2025 | |
| Einde zittingstermijn: 01-07-2029 | |
| Nevenfuncties: ⚫ Bestuurder bpf Vervoer ⚫ Bestuurder bpf Recreatie ⚫ Lid RvT bpf Zuivel en aanverwante industrie ⚫ Secretaris bij het SFB |
Bestuursbureau
| Dhr. drs. M.G.C.M. Snijders RA, directeur |
| Nevenfuncties: geen |
Overige partijen
| Externe accountant en certificerend actuaris |
| EY accountants, externe accountant |
| Mercer, certificerend actuaris |
| Actuarieel adviseur |
| Willis Towers Watson |
| Sleutelfunctiehouders |
| Risicobeheerfunctie |
| Dhr. W.A. Etty |
| Actuariële functie |
| Dhr. M.W. Heemskerk |
| Interne auditfunctie |
| Dhr. E. Poels |
| Functionaris gegevensbescherming |
| Mw. O. Welsing |
| Compliance officer |
| Dhr. H. Bouwers |
2 Annex IV (informatie over duurzame beleggingen)
Deze bijlage is in een afzonderlijke pdf bij het jaarverslag gevoegd.
3 Begrippenlijst
Abtn
Afkorting voor actuariële en bedrijfstechnische nota. De wet stelt deze nota verplicht. In de Abtn beschrijven we ons beleid voor financiering, beleggingen, pensioenen en toeslagverlening.
Actief beheer
De beleggingsmanager heeft als doel om via aan- en verkopen af te wijken van de index (een mandje van aandelen of obligaties) om zodoende aanvullend rendement te behalen in vergelijking met de index.
Actuele dekkingsgraad
De dekkingsgraad die we aan het eind van elke maand berekenen, volgens de richtlijnen van toezichthouder DNB.
Afkoop
Afkoop van pensioenrechten betekent dat we een deelnemer een bedrag in één keer betalen. Daarna vervallen de rechten op pensioen. Afkoop van pensioenrechten mag niet volgens de Pensioenwet, behalve bij een klein pensioen (bedrag 2023: tot 594,89 euro per jaar).
Asset Liability Management (ALM)
Een ALM-studie brengt de samenhang tussen pensioenverplichtingen, premiebeleid en beleggingsmix in kaart. We gebruiken ALM-simulatiemodellen om beelden te schetsen van de kansen en bedreigingen voor het pensioenfonds in verschillende economische scenario’s.
Bear market
Dit is een periode waarin aandelenkoersen langere tijd in een dalend patroon zitten en er veel pessimisme is.
Beleggingsfonds
Instelling die geld van anderen belegt in aandelen of andere beleggingssoorten.
Beleggingsmix
De verdeling van beleggingen over verschillende beleggingscategorieën, zoals aandelen, vastrentende waarden en illiquide beleggingen. Dit wordt ook wel beleggingsportefeuille genoemd.
Beleidsdekkingsgraad
Het gemiddelde van de actuele dekkingsgraden van de laatste twaalf maanden.
Benchmark
Een benchmark is een ‘referentiekader’. We gebruiken een benchmark om de resultaten van onze beleggingen te vergelijken. De benchmark die wij gebruiken is een representatieve beleggingsindex.
Bounce campagne
Een bounce is een e-mailbericht dat niet kon worden afgeleverd omdat bijvoorbeeld het emailadres niet juist is. Een bounce-campagne richt zich op de deelnemers waarbij onze berichten niet afgeleverd kunnen worden (“bounce”). Daarbij sturen we per post het verzoek om het emailadres aan te passen met de uitleg wat er nu niet goed gaat.
Cao
Afkorting voor collectieve arbeidsovereenkomst. In ons geval de collectieve arbeidsovereenkomst uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen. Een cao is een schriftelijke overeenkomst met afspraken over arbeidsvoorwaarden. Ook pensioen is een arbeidsvoorwaarde.
Contante waarde
De huidige waarde van een toekomstig bedrag, waarover we pas na een bepaalde periode beschikking hebben.
Collateral
Een collateral is een ‘onderpand’. We gebruiken collaterals in derivatentransacties. Over het type collateral worden afspraken gemaakt in een Collateral Support Annex (CSA) van de International Swaps and Derivates Association (ISDA).
Commodities
Grondstoffen en goederen waarvan de prijs in hoge mate door de actuele vraag en aanbod wordt bepaald. Voorbeelden zijn olie, graan en metalen.
Compliance
Compliance betekent dat een organisatie volgens de geldende wet- en regelgeving werkt.
Crisisplan
Een beschrijving van maatregelen die een pensioenfonds snel kan inzetten als de beleidsdekkingsgraad zich plotseling richting kritische waarden beweegt. Om zo te voorkomen dat de doelstelling van het pensioenfonds in gevaar komt.
Custodian
De custodian is de bewaarder van financiële bezittingen (effecten). De custodian voert ook de administratie van de financiële bezittingen.
Deelnemer
De werknemer of voormalige werknemer die pensioenaanspraken bij ons opbouwt of opgebouwd heeft.
Dekkingsgraad
De dekkingsgraad is de verhouding tussen de netto activa en de voorziening pensioenverplichtingen, uitgedrukt in een percentage. Dit verhoudingsgetal geeft aan in hoeverre we op lange termijn de pensioenverplichtingen kunnen nakomen. De netto activa zijn het belegd vermogen, de andere activa en de schulden bij elkaar.
Derivaten
Derivaten zijn afgeleide financiële instrumenten. Het zijn financiële contracten, waarvan de waarde wordt afgeleid van een onderliggende waarde (bijvoorbeeld een aandeel), een referentieprijs of een index (bijvoorbeeld de AEX-index). De belangrijkste derivatensoorten zijn swaps, futures contracten en forward contracten.
DNB
Afkorting van De Nederlandsche Bank. DNB is de wettelijke toezichthouder op financiële instellingen. Ook pensioenfondsen zijn een financiële instelling. DNB houdt prudentieel en materieel toezicht. Prudentieel toezicht richt zich op de financiële degelijkheid en betrouwbaarheid. Materieel toezicht richt zich op de naleving van de normen die niet onder het prudentieel toezicht vallen en niet onder het gedragstoezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Doorklikratio
Ook wel click through rate (CTR) is de verhouding tussen het aantal kliks op een link en het aantal ontvangers van de betreffende link.
Eigenrisicobeoordeling (ERB)
Een eigenrisicobeoordeling is een proces waarbij het pensioenfonds de risico's en kosten dat zij lopen bij het beheren van hun pensioenverplichtingen in kaart brengt en beoordeelt. Hierbij wordt gekeken naar factoren zoals de financiële situatie van het pensioenfonds, de beleggingsstrategie, de dekkingsgraad en de risicobereidheid van het pensioenfonds. Op basis van deze beoordeling kan het pensioenfonds maatregelen nemen om de risico's te beheersen en de financiële stabiliteit te waarborgen.
Eigen vermogen
Het eigen vermogen is een buffer om eventuele waardedalingen van de middelen van een pensioenfonds op te vangen. Pensioenfondsen moeten volgens de wet een voldoende grote buffer hebben. Er zijn drie ‘soorten’ (wettelijk verplicht) eigen vermogen:
Minimaal vereist eigen vermogen: De ondergrens van het verplicht eigen vermogen. Als een pensioenfonds niet over het minimaal vereist eigen vermogen beschikt, heeft het een dekkingstekort.
Vereist eigen vermogen: Het vermogen dat nodig is om met een zekerheid van 97,5 procent te kunnen voorkomen dat het pensioenfonds binnen een periode van één jaar over minder waarden beschikt dan de voorziening pensioenverplichtingen.
Gewenst eigen vermogen: Het vermogen dat bovenop de voorziening pensioenverplichtingen nodig is om de toeslagambitie op de lange termijn na te komen. Het gewenst eigen vermogen is minimaal gelijk aan het vereist eigen vermogen.
Ervaringssterfte
Uit onderzoeken blijkt dat de sterfte onder deelnemers van pensioenfondsen lager is dan de algemene bevolkingssterfte. Een pensioenfonds houdt hier rekening mee door de ervaringssterfte vast te stellen: de waargenomen sterfte onder de deelnemers van het pensioenfonds. Op basis van een prognosetafel past het pensioenfonds vervolgens een leeftijdsafhankelijke afslag toe.
ESG (ook wel MVB)
Afkorting van Environmental (milieu), Social (sociale omstandigheden) en Governance (ondernemingsbestuur). In het Nederlands heet dit maatschappelijk verantwoord beleggen. We beleggen volgens ESG-criteria. Ons ESG-beleid bestaat uit vijf onderdelen: uitsluiten van ondernemingen en landen volgens de uitsluitingenlijst, stemmen op aandeelhoudersvergaderingen , de dialoog aangaan met ondernemingen om hun gedrag positief te beïnvloeden, ESG-integratie via ESG-benchmarks en screening, en SDG-beleggen via ESG-obligaties en private markets beleggingen met een positieve maatschappelijke bijdrage.
Exposure
Gevoeligheid voor een bepaalde omgevingsfactor. Een pensioenfonds kan bijvoorbeeld exposure hebben naar de Amerikaanse dollar of renteontwikkelingen. Dat betekent dat het pensioenfonds gevoelig is voor valuta- of renteschommelingen.
Feitelijke premie
De feitelijke premie is de premie die we daadwerkelijk hebben geheven in het boekjaar.
Franchise
Het deel van het salaris waarover deelnemers geen pensioen opbouwen. Deelnemers betalen alleen premie over het deel van het salaris dat boven de franchise ligt. Dat is het deel waarover ze pensioen opbouwen.
Futures
Termijncontract waarin toekomstige aankoop en verkoop van financiële waarden zijn vastgelegd. We gebruiken futures om beleggingsrisico’s af te dekken, maar ook voor de uitvoering van (global) tactische asset allocatie.
Gedempte kostendekkende premie
De gedempte kostendekkend premie houdt rekening met het verwachte rendement van de beleggingen. We berekenen de gedempte kostendekkende premie door te kijken naar een voortschrijdend gemiddelde uit het verleden (rente) of naar een verwachting voor de toekomst (rendement).
Gedragscode
Het doel van de gedragscode is de reputatie van het pensioenfonds hoog houden en daarmee het vertrouwen van belanghebbenden. Ook het voorkomen van integriteitsrisico’s is een doel. De gedragscode bevat algemene gedragsregels voor verbonden personen en aanvullende gedragsregels voor insiders. De gedragscode beschrijft onder andere wie verbonden personen en insiders zijn. In de gedragscode staat hoe verbonden personen met vertrouwelijke informatie en met eigendommen van het pensioenfonds moeten omgaan, hoe ze belangenconflicten kunnen voorkomen en wat handel met voorwetenschap is en hoe ze dit kunnen voorkomen.
Gewezen deelnemer
Een deelnemer die pensioen bij ons opbouwde, maar dat nu niet meer doet. En die niet gestopt is met pensioen opbouwen door overlijden, het bereiken van de 67-jarige leeftijd of een eerdere ingang van het pensioen. Een gewezen deelnemer heeft zijn pensioenaanspraken niet overgedragen aan een ander pensioenfonds.
Goed pensioenfondsbestuur (corporate governance)
Goed pensioenfondsbestuur is het integer en transparant handelen door het bestuur en het toezicht. Het bestuur legt daarbij verantwoording af over het gevoerde beleid.
Haalbaarheidstoets
De haalbaarheidstoets geeft inzicht in de samenhang tussen de financiële opzet, het verwachte pensioenresultaat en de bijbehorende risico’s. Pensioenfondsen moeten elk jaar een haalbaarheidstoets doen.
High Yield-obligatie
High yield-obligaties zijn obligaties met een (relatief) hoog rendement, maar ook met een relatief hoog risico. Het zijn obligaties van bedrijven of landen met een relatief lage rating of kredietwaardigheid. Ter compensatie van het risico van zo’n obligatie is de rente hoger dan op een obligatie van een onderneming met een betere rating.
IMVB-convenant
Een belofte van de Nederlandse pensioensector om de OESO richtlijnen voor multinationale bedrijven en UN Guiding Principles on Business and Human Rights te implementeren. Dit betekent dat pensioenfondsen ‘gepaste zorgvuldigheid’ toepassen rondom de effecten van hun beleggingen op mens, milieu en maatschappij.
Incidentenregeling
De incidentenregeling geeft aan welke stappen we moeten volgen als we vermoeden dat er sprake is van een incident binnen het pensioenfonds. Het doel is schade aan de integere en beheerste bedrijfsvoering te voorkomen.
Invaren
Het omzetten van de opgebouwde pensioenaanspraken naar het ‘persoonlijk’ pensioenvermogen bij de overgang naar de nieuwe pensioenregeling.
Investment grade obligatie
Obligaties met een kredietrating BBB of hoger. De markt ziet de tegenpartij van deze obligaties als voldoende kredietwaardig om aan de betalingsverplichtingen te voldoen.
IORP II
IORP II is een Europese richtlijn voor pensioenfondsen. De bepalingen uit IORP II gelden sinds 1 januari 2019. De bepalingen gaan over governance (vooral het inrichten van drie sleutelfuncties: risicobeheer, actuariaat en interne audit), risicomanagement, ESG en communicatie van het pensioenfonds naar de deelnemers.
ISAE 3402
International Standard on Assurance Engagements 3402 (ISAE 3402) is een internationale standaardrapportage over de interne beheersing van uitbestede activiteiten.
ISDA/CSA
De International Swaps and Derivatives Association (ISDA) is een bilaterale raamovereenkomst voor derivatentransacties. De ISDA Master Agreement bevat de standaardafspraken, de ‘Schedule’ bevat de specifieke afspraken en in de Collateral Support Annex (CSA) worden additionele zekerheden over en weer vastgelegd. De CSA wordt aangegaan om het kredietrisico op de tegenpartij te beperken.
Kortlevenrisico
Het risico dat deelnemers korter leven dan we hebben ingeschat. Dan is er meer geld nodig voor de uitkeringen aan nabestaanden.
Kostendekkende premie
Pensioenfondsen moeten een kostendekkende premie berekenen. De kostendekkende premie is het (wettelijk) ijkpunt voor de beoordeling van de feitelijke premie.
Langlevenrisico
Het risico dat deelnemers langer leven dan we veronderstelden bij de vaststelling van de premie en de berekening van de technische voorzieningen.
Mandaat
Het mandaat voor vermogensbeheer bevat de afspraken over het beheer van het vermogen. Dit mandaat heet ook wel beleggingsrichtlijnen of beleggingsinstructie. Het bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van het mandaat. Het bevat alle beperkingen waarbinnen een vermogensbeheerder vervolgens naar eigen inzicht mag beleggen.
Middelloon(regeling)
In een middelloonregeling bouwt een deelnemer ieder jaar pensioen op over het feitelijke salaris (min de franchise). Al deze jaarlijks opgebouwde aanspraken bij elkaar bepalen het uiteindelijke pensioen. Het pensioen is dus een gewogen gemiddelde van alle pensioengrondslagen uit de hele periode dat een deelnemer deelneemt aan de regeling.
Minimaal vereiste dekkingsgraad
De dekkingsgraad die het pensioenfonds minimaal moet hebben op 31 december van een boekjaar. DNB stelt uitgangspunten vast voor de berekening van de minimaal vereiste dekkingsgraad.
MVB
Zie ESG.
Open rate
Het percentage e-mailontvangers dat een bericht opent.
Ouderdomspensioen
Pensioenaanspraak van de (gewezen) deelnemer op de datum waarop het pensioen ingaat.
Outperformance/underperformance
Het rendement dat een vermogensbeheerder heeft behaald vergeleken met het rendement van de benchmark. Een outperformance is een hoger rendement dan de benchmark. Een underperformance is een lager rendement.
Overlevingstafels
Overlevingstafels geven de gemiddelde overlevings- en sterftefrequenties van de bevolking weer. We gebruiken overlevingstafels om de pensioenpremies en de voorzieningen te berekenen. Er zijn aparte overlevingstafels voor mannen en vrouwen.
Over The Counter (OTC)-transactie
Transactie die plaatsvindt buiten de gereguleerde markt.
Partnerpensioen
Een pensioen voor de partner zoals beschreven in het pensioenreglement.
Passief beheer
De beleggingsmanager koopt een mandje van aandelen of obligaties volgens een extern bepaalde index, met als doel om deze index nauwgezet te volgen en daarmee het rendement en risico van deze index te kopiëren.
Pensioendatum
Het moment waarop de deelnemer met pensioen gaat.
Pensioengerechtigde
(Gewezen) deelnemer die volgens de pensioenovereenkomst pensioen krijgt.
Pensioengrondslag
Het gedeelte van het salaris waarover een deelnemer pensioen opbouwt. De pensioengrondslag is het pensioengevend jaarsalaris min de franchise.
Pensioenfederatie
De overkoepelende belangenbehartiger van bijna alle Nederlandse pensioenfondsen. De Pensioenfederatie is een samenvoeging van de vroegere Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB), de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF) en de Unie van Beroepspensioenfondsen (UvB).
Pensioenovereenkomst
De afspraken die de werkgever en de werknemer(s) over pensioen hebben gemaakt. De afspraken staan in de arbeidsovereenkomst en/of de cao.
Pensioenplanner
Een internettoepassing waarmee deelnemers inzicht hebben in hun opgebouwde pensioenrechten en hun pensioenberekeningen.
Pensioenresultaat
Het pensioenresultaat komt uit de haalbaarheidstoets. Het pensioenresultaat drukt de ontwikkeling van de koopkracht van het pensioen uit. We berekenen het pensioenresultaat door de pensioenuitkering die een deelnemer behaalt volgens het toeslag- en kortingsbeleid van het pensioenfonds te delen door de pensioenuitkering die een deelnemer had kunnen behalen bij volledige toeslagverlening (zonder het toepassen van kortingen).
Pensioenwet
Op 1 januari 2007 trad de Pensioenwet in werking. In de Pensioenwet staan de verplichtingen en rechten van alle betrokkenen bij pensioenopbouw. Het doel van de Pensioenwet is financiële zekerheid, individuele zekerheid en uitvoeringszekerheid.
Prognosetafels
Zie Overlevingstafels.
Rating
De rating van een belegging of een onderneming geeft het kredietrisico of debiteurenrisico weer. Vastrentende waarden hebben bijvoorbeeld pas voldoende kwaliteit vanaf een bepaalde kredietwaardigheid: een rating BBB, A, AA of AAA. Gespecialiseerde bureaus stellen de ratings vast.
Reële dekkingsgraad
Dekkingsgraad die er rekening mee houdt dat de pensioenen in de toekomst meestijgen met de prijzen.
Rentetermijnstructuur (RTS)
De rentetermijnstructuur, of yield curve, is een grafiek die het verband weergeeft tussen de looptijd van een vastrentende belegging en de daarop te ontvangen marktrente. Een normale rentetermijnstructuur heeft een stijgend verloop. Want als iemand zijn geld voor een langere periode uitleent, krijgt hij normaliter een hogere vergoeding dan bij een lening over een korte termijn.
Reservetekort
Pensioenfondsen moeten extra vermogen hebben om bepaalde risico’s op te vangen. Toezichthouder DNB stelt minimale eisen aan dat extra vermogen. Er is een reservetekort als het eigen vermogen lager is dan het vereist eigen vermogen, maar hoger dan het minimaal vereist eigen vermogen.
RJ610
Richtlijn van de Raad voor de Jaarverslaggeving voor pensioenfondsen. In de RJ610 staan voorwaarden voor het jaarverslag en de jaarrekening
SDG’s (Sustainable Development Goals)
Dit zijn de 17 duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties. De 196 landen van de wereld hebben deze doelen samen afgesproken. Ze spraken ook af dat ze de doelen in 2030 willen halen. Voorbeelden van doelen zijn: gendergelijkheid, toegang tot duurzame en schone energie, economische groei in combinatie met fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, en armoede wegnemen.
Securities lending
De global custodian kan securities (effecten) tijdelijk uitlenen tegen een vergoeding aan een kredietwaardige tegenpartij. Deze tegenpartij moet de volledige leenperiode een volwaardig onderpand leveren en aanhouden bij de global custodian.
Service Level Agreement
Een Service Level Agreement (SLA) is een schriftelijke overeenkomst tussen een aanbieder en een afnemer van diensten. In een SLA staan de diensten, de rechten en plichten en het afgesproken kwaliteitsniveau.
SFDR-verordening
Een EU-verordening die toeziet op de verschaffing van publieke duurzaamheidsinformatie over financiële bedrijven en financiële producten volgens een uniform systeem.
Spread
Het verschil tussen de aan- en verkoopprijs van obligaties.
Sterftetafels
Sterftetafels geven de gemiddelde overlevings- en sterftefrequenties van de Nederlandse bevolking weer. We gebruiken sterftetafels bij het berekenen van pensioenpremies. Er zijn aparte sterftetafels voor mannen en vrouwen: GBM en GBV.
Stichtingskapitaal en reserves
Buffer om mogelijke waardedalingen van de middelen van het pensioenfonds op te vangen. Pensioenfondsen moeten beschikken over een voldoende grote buffer. Met een toereikendheidstoets kunnen we jaarlijks vaststellen of het stichtingskapitaal en de reserves groot genoeg zijn.
Strategische beleggingsmix
De langetermijnverdeling van het vermogen over verschillende beleggingscategorieën (aandelen, vastrentende waarden, onroerend goed). Deze verdeling baseren we grotendeels op de ALM-studie.
Swap
Financieel instrument (derivaat) waarbij gedurende een vaste periode een vaste rente wordt geruild tegen een variabele korte rente. Alleen de rentebedragen worden geruild, niet de hoofdsommen.
Technische voorziening (voorziening pensioenverplichtingen)
We vormen technische voorzieningen om alle pensioenverplichtingen uit de pensioenregeling of andere overeenkomsten te kunnen nakomen.
Toeslagverlening
Om de koopkracht van pensioenen op peil te houden, kunnen we pensioenen aanpassen. Dan geven we een toeslag op het pensioen. Het bestuur neemt elk jaar een besluit over het wel of niet verhogen van de pensioenaanspraken. De toeslagverlening is voorwaardelijk. We verlenen alleen toeslag als de middelen van het pensioenfonds dit toelaten.
UFR-methodiek
Afkorting van Ultimate Forward Rate. De UFR-methodiek houdt in dat de rente bij zeer lange looptijden naar een afgesproken niveau toe beweegt. De rekenrente die pensioenfondsen moeten gebruiken voor de waardebepaling van toekomstige pensioenverplichtingen wordt hiervan afgeleid (zie Rentetermijnstructuur).
Voorziening pensioenverplichtingen
Zie technische voorziening.
Waardeoverdracht
Het naar een andere pensioenregeling overdragen van de waarde van een opgebouwd pensioenrecht.
Wezenpensioen
Een periodieke uitkering voor de kinderen na het overlijden van een (gewezen) deelnemer aan de pensioenregeling.
4 Colofon
Uitgegeven door:
Stichting Pensioenfonds UWV
La Guardiaweg 94-114
1043 DL Amsterdam
Correspondentieadres:
La Guardiaweg 94-114
1043 DL Amsterdam
Telefoon (020) 687 22 16
Fax (020) 752 41 28
Internet www.uwvpensioen.nl
Email pensioendesk@uwv.nl
Tekst: Pensioenfonds UWV
Redactie tekst bestuursverslag: Monique Butter
Vormgeving en illustraties: iWink
5 SFDR
5.1 Bijlage
Model voor periodieke informatieverschaffing voor de financiële producten als bedoeld in artikel 8, leden 1, 2 en 2 bis, van Verordening (EU) 2019/2088 en artikel 6, eerste alinea, van Verordening (EU) 2020/852
Productbenaming: St. Pensioenfonds UWV
Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI): Q459BX8QSX6G0TCC8069
Ecologische en/of sociale kenmerken (E/S-kenmerken)
5.2 Heeft dit financiële product een duurzame beleggingsdoelstelling?
Ja
Er zijn duurzame beleggingen met een milieudoelstelling gedaan: ___%
in economische activiteiten die als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU-taxonomie
in economische activiteiten die niet als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU-taxonomie
Er zijn duurzame investeringen met een sociale doelstelling gedaan: ___%
Nee
Het product promootte ecologische/sociale (E/S) kenmerken en hoewel het geen duurzame beleggingen als doelstelling had, had het een minimumaandeel duurzame beleggingen van: 36.1%
met een milieudoelstelling in economische activiteiten die als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU- taxonomie
met een milieudoelstelling in economische activiteiten die niet als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU-taxonomie
met een sociale doelstelling
Het product promootte E/S-kenmerken, maar deed geen duurzame beleggingen
Duurzame belegging: een belegging in een economische activiteit die bijdraagt aan het behalen van een ecologische of een sociale doelstelling, mits deze belegging geen ernstige afbreuk doet aan ecologische of sociale doelstellingen en de ondernemingen waarin is belegd, praktijken op het gebied van goed bestuur toepassen.
De EU-taxonomie is een classificatiesysteem dat is vastgelegd in Verordening (EU) 2020/852. Die verordening bevat geen lijst van sociaal duurzame economische activiteiten. Duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling kunnen wel of niet op de taxonomie zijn afgestemd.
5.3 In hoeverre is voldaan aan de ecologische en/of sociale kenmerken die dit financiële product promoot?
Tijdens de referentieperiode promootte het financiële product ecologische - en sociale kenmerken met betrekking tot:
- Klimaatverandering mitigatie en aanpassing aan klimaatverandering in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs: we integreerden de intensiteit van koolstofuitstoot, broeikasgasemissies en de koolstofvoetafdruk om zo een portefeuille samen te stellen conform het gewenste Co2-reductiepad. Dit is inclusief de broeikasgasemissies van onze investeringen in overheden en supranationale instellingen.
- Bescherming van biodiversiteit en ecosystemen: we integreerden de activiteiten van de onderneming waarin is belegd die een negatieve impact hebben op gebieden met een hoge biodiversiteitsgevoeligheid in onze portefeuilleanalyse.
- De transitie naar een circulaire economie: we integreerden het onderwerp circulaire economie via onze klimaat- en biodiversiteitsindicatoren (en gerelateerde indicatoren) in onze portefeuilleanalyse.
- Fatsoenlijk werk: we integreerden het onderwerp fatsoenlijk werk in onze portefeuilleanalyse en engagement via de sociale pijlers van de UNGC-principes en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.
- Adequate levensstandaard en welzijn voor eindgebruikers: we integreerden het onderwerp adequate levensstandaard en welzijn voor eindgebruikers in onze portefeuilleanalyse en engagement via de sociale pijlers van de UNGC-principes en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.
- Controversiële wapens: we sloten investeringen in ondernemingen met banden met controversiële wapens uit.
- Tabak: we sloten investeringen uit in ondernemingen die direct betrokken zijn bij de productie/fabricage van tabaksproducten of -diensten, en pasten een drempel toe voor ondernemingen die indirect betrokken zijn via distributie en/of verkoop (retailer, leverancier).
- Andere sociale onderwerpen zoals gendergelijkheid en bredere diversiteitskwesties: deze worden voornamelijk behandeld via het Stembeleid, waarin onze beoordeling van diversiteit binnen de raad van bestuur wordt uiteengezet.
5.3.1 Hoe hebben de duurzaamheidsindicatoren gepresteerd?
De duurzaamheidsindicatoren die worden gebruikt om de realisatie van elk van de gepromote ecologische karakteristieken of sociale kenmerken door dit financiële product te meten, presteerden als volgt. Alle waarden zijn gebaseerd op de posities en beschikbare gegevens per 31 december van het betreffende jaar.
Duurzaamheidsindicatoren meten hoe de ecologische of sociale kenmerken die het financiële product promoot, worden verwezenlijkt.
| Milieu-indicatoren | Parameter | 2025 | 2024 | % Dek. 2025 |
| Scope 1-broeikasgassen-emissies | ton CO2e | 105.893,7 | 110.666,2 | 37,7% |
| Scope 2-broeikasgassen-emissies | ton CO2e | 59.368,4 | 59.072,8 | 37,7% |
| Scope 3-broeikasgassen-emissies | ton CO2e | 1.590.007,2 | 1.755.912,9 | 37,7% |
| Totale broeikasgassen-emissies | ton CO2e | 1.769.067,0 | 1.919.942,2 | 37,7% |
| Koolstofvoetafdruk | ton CO2e per miljoen EUR van belegging | 197,4 | 213,4 | 37,7% |
| Broeikasgassen-intensiteit ondernemingen waarin is belegd | Gewogen gemiddelde ton CO2e per miljoen EUR omzet | 575,6 | 718 | 38,0% |
| Aandeel van de beleggingen in ondernemingen actief in de sector fossiele brandstoffen | Aandeel van de beleggingen, % | 0,60% | 1,60% | 37,9% |
| Aandeel verbruik en opwekking niet-hernieuwbare energie | Gewogen gemiddelde, % | 58,90% | 63,50% | 37,1% |
| Intensiteit energieverbruik per sector met grote klimaateffecten - Winning van delfstoffen | Gigawattuur per miljoen EUR omzet | 1,1 | 0,9 | 37,7% |
| Intensiteit energieverbruik per sector met grote klimaateffecten - Industrie | Gigawattuur per miljoen EUR omzet | 0,3 | 0,3 | 37,7% |
| Intensiteit energieverbruik per sector met grote klimaateffecten - Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht | Gigawattuur per miljoen EUR omzet | 0,7 | 0,6 | 37,7% |
| Intensiteit energieverbruik per sector met grote klimaateffecten - Distributie van water, afvalwaterbeheer en sanering | Gigawattuur per miljoen EUR omzet | 1,5 | 2 | 37,7% |
| Intensiteit energieverbruik per sector met grote klimaateffecten - Vervoer en opslag | Gigawattuur per miljoen EUR omzet | 1,7 | 0,7 | 37,7% |
| Activiteiten met negatieve gevolgen voor biodiversiteitsgevoelige gebieden | Aandeel van de beleggingen, % | 3,20% | 1,30% | 37,9% |
| Beleggingen in ondernemingen zonder initiatieven voor koolstofemissiereductie | Aandeel van de beleggingen, % | 16,00% | 12,70% | 37,3% |
| Social indicatoren | Parameter | 2025 | 2024 | % Dek. 2025 |
| Aantal ernstige mensenrechtenproblemen en -schendingen die verband houden met de ondernemingen waarin is belegd, op basis van een gewogen gemiddelde | Gewogen gemiddelde, aantal | 0,0 | 0,0 | 38,2% |
| Schendingen van de beginselen van het VN Global Compact of van de richtsnoeren voor multinationale ondernemingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) | Aandeel van de beleggingen, % | - | - | 38,3% |
| Ontbreken van procedures en compliancemechanismen voor het monitoren van de naleving van de beginselen van het VN Global Compact en de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen | Aandeel van de beleggingen, % | 0,3% | 0,4% | 37,9% |
| Genderdiversiteit raad van bestuur | Gemiddeld % vrouwelijke bestuursleden | 36,0% | 34,7% | 35,3% |
| Betrokkenheid indicatoren | Parameter | 2025 | 2024 | % Dek. 2025 |
| Entertainment voor volwassenen | Aandeel van de beleggingen, % | - | - | 1,7% |
| Alcohol | Aandeel van de beleggingen, % | 0,0% | - | 2,8% |
| Controversiële wapens | Aandeel van de beleggingen, % | - | - | 100,0% |
| Conventionele wapens | Aandeel van de beleggingen, % | 0,0% | 0 | 1,3% |
| Gokken | Aandeel van de beleggingen, % | 0,0% | - | 0,5% |
| Stroomopwekking | Aandeel van de beleggingen, % | 0,4% | 0,3% | 7,9% |
| Thermische kolen | Aandeel van de beleggingen, % | - | 0,0% | 43,4% |
| Tabak | Aandeel van de beleggingen, % | 0,0% | 0,1% | 100,0% |
| Onconventionele Olie &Gas | Aandeel van de beleggingen, % | - | - | 43,1% |
| Conventionele Olie &Gas | Aandeel van de beleggingen, % | 0,0% | 0,2% | 43,1% |
5.3.2 En hoe was de prestatie in vergelijking tot voorafgaande perioden?
De prestaties van de duurzaamheidsindicatoren ten opzichte van de voorgaande periode(n) worden weergegeven in de tabellen onder de vorige vraag.
5.3.3 Wat waren de doelstellingen van de duurzame beleggingen die het financiële product gedeeltelijk heeft gedaan en hoe droeg de duurzame belegging bij tot die doelstellingen?
Het financiële product maakt onderscheid tussen drie categorieën duurzame beleggingen op basis van de duurzaamheidstoets: Ten eerste, de overeenstemming met de EU-taxonomie. Ten tweede, duurzame impact op basis van omzetbijdrage die gekoppeld is aan één of meer milieu- of sociale impactthema’s. Milieu-impactthema’s omvatten onder andere alternatieve energie, energie- efficiëntie, groene gebouwen, preventie van vervuiling, duurzaam waterbeheer of duurzame landbouw. Sociale impactthema’s omvatten onder andere voeding, sanitaire voorzieningen, behandeling van belangrijke ziekten, MKB-financiering, onderwijs, betaalbaar vastgoed of connectiviteit. Ten derde, SDG-thematische bijdrage, waarbij we beleggingen koppelen aan SDG- thema’s op basis van de producten of diensten.
5.3.4 Hoe hebben de duurzame beleggingen die dit financiële product gedeeltelijk heeft gedaan geen ernstige afbreuk gedaan aan ecologisch of sociaal duurzame beleggingsdoelstellingen?
De duurzame beleggingen waren in lijn met de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de VN-richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten. Dit hebben wij in de praktijk gebracht door het toepassen van het uitsluitingsbeleid van het financiële product en door het screenen en monitoren van de relevante belangrijkste indicatoren voor ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren.
Hoe is rekening gehouden met de indicatoren voor ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren?
Het financiële product heeft voor al zijn beleggingen rekening gehouden met de belangrijkste negatieve effecten op duurzaamheidsfactoren zoals bedoeld in Bijlage 1 van de SFDR Gedelegeerde Verordening. Tijdens de referentieperiode hebben wij beleggingen beoordeeld aan de hand van het uitsluitingenbeleid, ESG-integratie en actief aandeelhouderschap.
- Uitsluiting: wij beleggen niet in bedrijven die betrokken zijn bij controversiële activiteiten of gedrag of in landen die op onze uitsluitingenlijst staan.
- ESG-integratie: wij zorgen ervoor dat duurzaamheidsrisico’s op een adequate wijze worden meegenomen door onze externe beheerders.
- Actief aandeelhouderschap: wij zetten onze invloed in via engagement en stemgedrag om het ondernemingsgedrag en specifieke ESG-onderwerpen te verbeteren en positieve verandering te bewerkstelligen via onze externe beheerders.
Waren duurzame beleggingen afgestemd op de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten? Details:
De duurzame beleggingen van het financiële product waren in lijn met de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de VN-richtlijnen voor bedrijfsleven en mensenrechten. Dit werd in de praktijk gebracht door toepassing van het Uitsluitingsbeleid, evenals door het screenen en monitoren van de relevante belangrijkste negatieve duurzaamheidsindicatoren.
In de EU-taxonomie is het beginsel "geen ernstige afbreuk doen" vastgesteld, dat inhoudt dat op de taxonomie afgestemde beleggingen geen ernstige afbreuk mogen doen aan de doelstellingen van de EU-taxonomie en dat vergezeld gaat van specifieke EU-criteria.
Het beginsel "geen ernstige afbreuk doen" is alleen van toepassing op de onderliggende van het financiële product die rekening houden met de EU-criteria voor ecologisch duurzame economische activiteiten. De onderliggende beleggingen van het resterende deel van dit financiële product houden geen rekening met de EU-criteria voor ecologisch duurzame economische activiteiten.
Andere duurzame beleggingen mogen ook geen ernstige afbreuk doen aan milieu- of sociale doelstellingen.
5.4 Hoe is in dit financiële product rekening gehouden met de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren?
Voor beleggingen in de verschillende vermogenscategorieën zijn de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren evenals een selectie van aanvullende indicatoren (zoals genoemd in tabel 1-3 van de Gedelegeerde Verordening inzake SFDR) toegepast:
- Tabel 1: 1. BKG-emissies, 2. Koolstofvoetafdruk, 3. BKG-intensiteit ondernemingen waarin is belegd, 4. Blootstelling aan ondernemingen actief in de sector fossiele brandstoffen, 5. Aandeel verbruik en opwekking niet-hernieuwbare energie, 6. Intensiteit energieverbruik per sector met grote klimaateffecten, 7. Activiteiten met negatieve gevolgen voor biodiversiteitsgevoelige gebieden, 8. Emissies in water, 9. Aandeel gevaarlijk afval en radioactief afval, 10. Schendingen van de beginselen van het VN Global Compact of van de richtsnoeren voor multinationale ondernemingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), 11. Ontbreken van procedures en compliancemechanismen voor het monitoren van de naleving van de beginselen van het VN Global Compact en de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen, 12. Niet-gecorrigeerde loonkloof tussen mannen en vrouwen, 13. Genderdiversiteit raad van bestuur, 14. Blootstelling aan controversiële wapens (antipersoneelsmijnen, clustermunitie, chemische wapens en biologische wapens).
- Tabel 2: 4. Beleggingen in ondernemingen zonder initiatieven voor koolstofemissiereductie.
- Tabel 3: 14. Activiteiten en leveranciers met een significant risico op dwangarbeid of verplichte arbeid.
- Tabel 1: 15. BKG-intensiteit, 16. Landen waarin is belegd met schendingen van sociale rechten.
We hebben de belangrijkste negatieve effecten op duurzaamheidsfactoren toegepast in de waardeketen van beleggingsbesluitvorming, waarbij uitsluiting, ESG-integratie, portefeuilleconstructie en actief aandeelhouderschap (inclusief stemmen en engagement) zijn meegenomen (eveneens door onze externe beheerders).
De belangrijkste ongunstige effecten zijn de belangrijkste negatieve effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren die verband houden met ecologische en sociale thema’s en arbeidsomstandigheden, eerbiediging van de mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping.
Voor de daadwerkelijke prestaties met betrekking tot de toegepaste belangrijkste negatieve effecten op duurzaamheidsfactoren verwijzen wij naar de bijgevoegde tabellen.
| Milieu-indicatoren | Parameter | 2025 | 2024 | % Dek. 2025 |
| Scope 1-broeikasgassen-emissies | ton CO2e | 105.893,7 | 110.666,2 | 37,7% |
| Scope 2-broeikasgassen-emissies | ton CO2e | 59.368,4 | 59.072,8 | 37,7% |
| Scope 3-broeikasgassen-emissies | ton CO2e | 1.590.007,2 | 1.755.912,9 | 37,7% |
| Totale broeikasgassen-emissies | ton CO2e | 1.769.067,0 | 1.919.942,2 | 37,7% |
| Koolstofvoetafdruk | ton CO2e per miljoen EUR van belegging | 197,4 | 213,4 | 37,7% |
| Broeikasgassen-intensiteit ondernemingen waarin is belegd | Gewogen gemiddelde ton CO2e per miljoen EUR omzet | 575,6 | 718 | 38,0% |
| Aandeel van de beleggingen in ondernemingen actief in de sector fossiele brandstoffen | Aandeel van de beleggingen, % | 0,60% | 1,60% | 37,9% |
| Aandeel verbruik en opwekking niet-hernieuwbare energie | Gewogen gemiddelde, % | 58,90% | 63,50% | 37,1% |
| Intensiteit energieverbruik per sector met grote klimaateffecten - Winning van delfstoffen | Gigawattuur per miljoen EUR omzet | 1,1 | 0,9 | 37,7% |
| Intensiteit energieverbruik per sector met grote klimaateffecten - Industrie | Gigawattuur per miljoen EUR omzet | 0,3 | 0,3 | 37,7% |
| Intensiteit energieverbruik per sector met grote klimaateffecten - Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht | Gigawattuur per miljoen EUR omzet | 0,7 | 0,6 | 37,7% |
| Intensiteit energieverbruik per sector met grote klimaateffecten - Distributie van water, afvalwaterbeheer en sanering | Gigawattuur per miljoen EUR omzet | 1,5 | 2 | 37,7% |
| Intensiteit energieverbruik per sector met grote klimaateffecten - Vervoer en opslag | Gigawattuur per miljoen EUR omzet | 1,7 | 0,7 | 37,7% |
| Activiteiten met negatieve gevolgen voor biodiversiteitsgevoelige gebieden | Aandeel van de beleggingen, % | 3,20% | 1,30% | 37,9% |
| Beleggingen in ondernemingen zonder initiatieven voor koolstofemissiereductie | Aandeel van de beleggingen, % | 16,00% | 12,70% | 37,3% |
| Social indicatoren | Parameter | 2025 | 2024 | % Dek. 2025 |
| Aantal ernstige mensenrechtenproblemen en -schendingen die verband houden met de ondernemingen waarin is belegd, op basis van een gewogen gemiddelde | Gewogen gemiddelde, aantal | 0,0 | 0,0 | 38,2% |
| Schendingen van de beginselen van het VN Global Compact of van de richtsnoeren voor multinationale ondernemingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) | Aandeel van de beleggingen, % | - | - | 38,3% |
| Ontbreken van procedures en compliancemechanismen voor het monitoren van de naleving van de beginselen van het VN Global Compact en de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen | Aandeel van de beleggingen, % | 0,3% | 0,4% | 37,9% |
| Genderdiversiteit raad van bestuur | Gemiddeld % vrouwelijke bestuursleden | 36,0% | 34,7% | 35,3% |
5.5 Wat waren de grootste beleggingen van dit financiële product?
| Grootste emittenten | Sector | Land | % Activa |
| Netherlands | Staatsobligaties | Nederland | 3,7% |
| Germany | Staatsobligaties | Duitsland | 2,2% |
| Belgium | Staatsobligaties | België | 2,0% |
| France | Staatsobligaties | Frankrijk | 1,7% |
| NVIDIA Corporation | Informatietechnologie | Verenigde Staten | 1,1% |
| Austria | Staatsobligaties | Oostenrijk | 1,0% |
| Microsoft Corporation | Informatietechnologie | Verenigde Staten | 0,9% |
| Finland | Staatsobligaties | Finland | 0,9% |
| Alphabet Inc. | Telecommunicatiediensten | Verenigde Staten | 0,6% |
| Amazon.com, Inc. | Cyclische goederen | Verenigde Staten | 0,6% |
| Luxembourg | Staatsobligaties | Luxemburg | 0,5% |
| Poland | Staatsobligaties | Polen | 0,5% |
| KfW | Overige | Duitsland | 0,5% |
| BNG Bank N.V. | Overige | Nederland | 0,5% |
| Mexico | Staatsobligaties | Mexico | 0,5% |
De lijst bevat de beleggingen die het grootste aandeel beleggingen van het financiële product vormen tijdens de referentieperiode, te weten 2025.
5.6 Wat was het aandeel duurzaamheidsgerelateerde beleggingen?
5.6.1 Hoe zag de activa-allocatie eruit?
De activa-allocatie beschrijft het aandeel beleggingen in bepaalde activa.
#1 Afgestemd op E/S kenmerken omvat beleggingen van het financiële product die voldoen aan de ecologische en sociale kenmerken die het financiële product promoot. Bedrijfsgerelateerde beleggingen moeten voldoen aan praktijken van goed bestuur. Voor staatsobligaties, illiquide beleggingen, waaronder Nederlandse hypotheken en vastgoed, en LDI-producten vindt de beoordeling van de E/S kenmerken plaats in managerselectie en reguliere monitoring en wordt de opname in dit onderdeel gewaarborgd.
#2 Overige omvat overige beleggingen van het financiële product die niet zijn afgestemd op de ecologische en sociale kenmerken zoals beleggingen met een rode vlag op MSCI ESG controversies, cash en derivaten.
#1A Duurzaam omvat beleggingen die voldoen aan drie criteria: beleggingen met economische activiteiten die bijdragen aan een duurzame doelstellingen, geen ernstige afbreuk doen aan overige doelstellingen en praktijken van goed bestuur.
#1B Overige E/S kenmerken omvat beleggingen van het financiële product die niet voldoen aan de criteria van een #1A duurzame belegging, maar wel voldoen aan praktijken van goed bestuur.
Afgestemd op de taxonomie omvat beleggingen die voldoen aan de criteria van de taxonomie. Deze hanteert dezelfde criteria als #1A duurzame beleggingen, maar telt alleen het percentage van de omzet mee dat bijdraagt aan de duurzame doelstellingen.
Overige ecologisch en sociaal omvat beleggingen die wel voldoen aan #1A duurzame beleggingen maar niet zijn afgestemd op de taxonomie.
Meer informatie over de methodologie is te vinden in de toelichting op Annex IV, beschikbaar op de website van het pensioenfonds.
5.6.2 In welke economische sectoren werd belegd?
| Sector | Afgestemd op E/S-kenmerken |
Duurzaam | Overige E/S - kenmerken | Afgestemd op de taxonomie | Overige ecologisch | Sociaal | Overig |
| Overige | 55,1% | 21,4% | 33,7% | 0,0% | 11,9% | 9,5% | 10,3% |
| Financiële diensten | 11,1% | 1,7% | 9,4% | 0,0% | 1,5% | 0,2% | - |
| Informatietechnologie | 6,1% | 3,9% | 2,1% | 1,7% | 2,3% | 0,0% | - |
| Industrie | 4,3% | 1,9% | 2,5% | 0,4% | 1,4% | 0,1% | - |
| Cyclische goederen | 2,7% | 1,3% | 1,4% | 0,1% | 1,2% | 0,0% | - |
| Telecommunicatiediensten | 2,7% | 1,1% | 1,6% | 0,0% | 1,0% | 0,1% | - |
| Gezondheidszorg | 2,4% | 2,1% | 0,2% | 0,0% | 1,4% | 0,7% | - |
| Vastgoed | 1,5% | 1,2% | 0,2% | 0,5% | 0,6% | 0,2% | - |
| Niet-cyclische goederen | 1,4% | 0,6% | 0,8% | 0,0% | 0,2% | 0,4% | - |
| Materialen | 1,3% | 0,3% | 1,1% | 0,0% | 0,3% | 0,0% | - |
| Nutsbedrijven | 1,1% | 0,4% | 0,7% | 0,1% | 0,3% | 0,0% | - |
| TOTAAL | 89,7% | 36,1% | 53,6% | 2,9% | 22,0% | 11,2% | 10,3% |
Gegevens over sectoropsplitsing van instrumenten zijn afkomstig van S&P, MSCI en BBM, die het merendeel van de instrumenten dekken. Overige instrumenten zonder sectorindeling zijn voornamelijk bedrijfsobligaties, wat kan leiden tot een groot 'overige' deel als deze bedrijfsobligaties onevenredig in de portefeuille vertegenwoordigd zijn.
5.7 In hoeverre waren de duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling afgestemd op de EU-taxonomie?
5.7.1 Heeft het financiële product belegd in activiteiten in de sectoren fossiel gas en of kernenergie die aan de taxonomie voldoen?
Ja
In fossiel gas
In kernenergie
Nee
Fossiele gas- en/of nucleair gerelateerde activiteiten voldoen alleen aan de EU Taxonomie als ze bijdragen aan het beperken van de klimaatverandering (“klimaatveranderingsmitigatie”) en geen ernstige afbreuk doen aan de doelstelling van de EU Taxonomie - zie toelichting. De volledige criteria voor economische activiteiten op basis van fossiel gas en kernenergie die voldoen aan de EU Taxonomie zijn vastgelegd in Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1214 van de Europese Commissie.
Om te voldoen aan de EU Taxonomie, omvatten de criteria voor fossiel gas onder meer emissiebeperkingen en omschakeling op volledig hernieuwbare energie of koolstofarme brandstoffen tegen eind 2035. Voor kernenergie omvatten de criteria uitgebreide regels voor veiligheid en afvalbeheer.
Faciliterende activiteiten kunnen direct andere activiteiten inschakelen om een substantiële bijdrage te leveren aan een milieudoelstelling.
Transitionele activiteiten zijn activiteiten waarvoor onder andere nog geen koolstofarme alternatieven beschikbaar zijn en broeikasgasemissie- niveaus die overeenkomen met de beste uitvoering.
De onderstaande grafieken tonen in groen het percentage beleggingen dat was afgestemd op de EU- taxonomie. Aangezien er geen geschikte methode is om te bepalen of overheidsobligaties zijn afgestemd op de taxonomie*, toont de eerste grafiek de afstemming op de taxonomie voor alle beleggingen van het financiële product, met inbegrip van overheidsobligaties, terwijl de tweede grafiek de afstemming op de taxonomie toont voor uitsluitend de beleggingen van het financiële product anders dan in overheidsobligaties.
* In deze grafieken omvatten ‘overheidsobligaties’ alle blootstellingen aan overheidsschulden.
Op de taxonomie afgestemde activiteiten worden uitgedrukt als aandeel van:
- de omzet die aangeeft hoe “groen” de ondernemingen waarin is belegd vandaag zijn;
- de kapitaaluitgaven (CapEx) die laten zien welke groene beleggingen zijn gedaan door de ondernemingen waarin is belegd die relevant zijn voor een transitie naar een groene economie;
- de operationele uitgaven (OpEx) die de groene operationele activiteiten van ondernemingen waarin is belegd weerspiegelen.
5.7.2 Wat was het aandeel beleggingen in transitie- en faciliterende activiteiten?
Het aandeel beleggingen in transitie- en faciliterende activiteiten was 0,7%.
5.7.3 Hoe verhield het percentage op de EU-taxonomie afgestemde zich tot eerdere referentieperiodes?
| 2025 | 2024 | |
| Afgestemd op de taxonomie | 2,9% | 2,2% |
5.8 Wat was het minimumaandeel duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling die niet op de EU-taxonomie zijn afgestemd?
Het minimumaandeel duurzame beleggingen met een milieudoelstelling die niet waren afgestemd op de EU-taxonomie was 22,0%.
Dit zijn duurzame beleggingen met een milieudoelstelling die geen rekening houden met de criteria voor ecologisch duurzame economische activiteiten in het kader van de Verordening (EU) 2020/852.
5.9 Wat was het aandeel van sociaal duurzame beleggingen?
Het minimumaandeel sociaal duurzame beleggingen was 11,2%.
5.10 Welke beleggingen zijn opgenomen in #2. Overige? Waarvoor waren deze bedoeld en waren er ecologische of sociale minimumwaarborgen?
Het type instrumenten dat valt onder “#2 Overige” omvat beleggingen die niet in lijn zijn met de E/S- kenmerken, evenals kasmiddelen, kasequivalenten en derivaten. Het financiële product heeft geen gebruikgemaakt van derivaten om de gepromote milieugerelateerde of sociale kenmerken te behalen. Waar relevant worden minimale milieu- of sociale waarborgen in acht genomen.
5.11 Welke maatregelen zijn er in de referentieperiode getroffen om aan de ecologische en/of sociale kenmerken te voldoen?
In 2025 zijn alle opgenomen beleggingen beoordeeld op duurzaamheidsgebied, waarbij het beleggingsbeleid van de fondsbeheerder, de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid en de opgenomen titels worden getoetst. Dit omvat ook de periodieke toetsing aan ""do no significant harm"" (DNSH) normen en duurzame beleggingscriteria, waarbij we bedrijven uitsluiten die betrokken zijn bij de productie of handel in wapens, thermische kolen, tabak en onconventionele winning van olie, evenals bedrijven die ernstige schade toebrengen aan mens, milieu of maatschappij. We passen ook een uitsluitingsbeleid toe op staatsobligaties van landen die ernstige afbreuk doen aan mens, milieu of maatschappij.
De maatregelen om te voldoen aan de ecologische en sociale kenmerken komen voort uit het MVB- beleid. De toepassing in de afgelopen referentieperiode lichten wij kort toe:- ESG integratie: het pensioenfonds heeft via de fiduciair vermogensbeheerder beoordeeld hoe duurzaamheidsfactoren in het beleggingsproces van zijn externe vermogensbeheerders zijn geïntegreerd.
- Screening: onderzoek naar de belangrijkste duurzaamheidsindicatoren in de portefeuille. Daarvoor baseerde het pensioenfonds zich op ‘UN Global Compact’ principes en andere controversiële activiteiten. Daarnaast zijn alle beursgenoteerde deelnemingen gescreend op de vereisten van goed bestuur.
- Uitsluiting: het pensioenfonds sloot bedrijven en landen uit die betrokken zijn bij ongewenste activiteiten zoals beschreven in het uitsluitingsbeleid. Dit waren onder andere bedrijven met een hoge CO2-uitstoot uit of met betrokkenheid bij de productie of verkoop van controversiële wapens. In het overzicht van duurzaamheidsindicatoren is de betrokkenheid in bepaalde CO2- intensieve sectoren weergegeven.
- Dialoog: het pensioenfonds voerde via de fiduciair vermogensbeheerder de dialoog met een aantal bedrijven over specifieke zaken zoals klimaatverandering of de schending van arbeids- en mensenrechten. Voor sommige dialogen werd via een collectieve initiatief met andere financiële instanties samengewerkt, bijvoorbeeld Climate Action 100+ en Nature Action 100+. Via uitoefening van het stemrecht was het pensioenfonds betrokken als aandeelhouder en heeft het pensioenfonds invloed uitgeoefend.
- Best-in-class: met deze aanpak belegt het pensioenfonds alleen in bedrijven die goed presteren op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het pensioenfonds heeft de best- in-class benadering voortgezet gedurende gerapporteerd jaar.
- Positieve selectie: het pensioenfonds draagt bij aan positieve oplossingen. In de beleggingsportefeuille zijn bedrijven geselecteerd die een positieve bijdrage leveren aan meerdere duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s). Gedurende gerapporteerd jaar heeft het pensioenfonds dit beleid voortgezet.
5.12 Hoe heeft dit product gepresteerd ten opzichte van de referentiebenchmark?
Niet van toepassing. Er is geen index als referentiebenchmark aangewezen.
Referentiebenchmarks zijn indices waarmee wordt gemeten of het financiële product voldoet aan de ecologische of sociale kenmerken die dat product promoot.
5.12.1 In welk opzicht verschilt de referentiebenchmark en een brede marktindex?
Niet van toepassing.
5.12.2 Hoe heeft dit financiële product gepresteerd ten aanzien van de duurzaamheidsindicatoren voor het bepalen van de afstemming van de referentiebenchmark op de gepromote ecologische en sociale kenmerken?
Niet van toepassing.
5.12.3 Hoe heeft dit financiële product gepresteerd ten opzichte van de referentiebenchmark?
Niet van toepassing.
5.12.4 Hoe heeft dit financiële product gepresteerd ten opzichte van de brede marktindex?
Niet van toepassing.