3.1 Governance
Governance heeft voortdurend onze aandacht. Met ‘governance’ bedoelen we alles wat te maken heeft met (goed) bestuur. Denk aan transparantie en beheerst en integer handelen.
3.1 Governance
We streven naar een beheerste en integere bedrijfsvoering. Daar hebben we onze organisatie op ingericht. Onze governance kenmerkt zich door duidelijke rollen en verantwoordelijkheden, waarbij we altijd handelen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving en ethische normen in onze sector. Met een heldere structuur voor toezicht en besluitvorming zorgen we voor een balans tussen de verschillende belangen van onze stakeholders.
3.1.1 De organisatiestructuur van Pensioenfonds UWV
3.1.1 De organisatiestructuur van Pensioenfonds UWV
Stichting Pensioenfonds UWV is het ondernemingspensioenfonds van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en is statutair gevestigd in Amsterdam. De stichting werd op 1 januari 2003 opgericht en staat bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onder nummer 34183728.
De onderstaande afbeelding toont het werkveld van Pensioenfonds UWV. Hierin zijn de organisatiestructuur (lichtblauw), de werkgever (donkerblauw) en de toezichthouders, de onafhankelijke accountant en de certificerend actuaris (groen) weergegeven. Er waren in 2025 geen veranderingen in de organisatiestructuur.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het beleid en de pensioenuitvoering. Het dagelijks bestuur, de drie commissies, de Taskforce Wtp en het bestuursbureau ondersteunen het bestuur. Het bestuursbureau heeft een regiefunctie. Het houdt contact met en toezicht op alle partijen die voor ons werken: onze pensioenuitvoeringsorganisatie, adviseurs, custodian, fiduciair manager en vermogensbeheerder. Op 31 december 2025 had het bestuursbureau 8,5 fte in dienst (2024: 8 fte), ook heeft het bestuursbureau twee externe krachten ingehuurd ter ondersteuning.
De raad van toezicht voert het intern toezicht uit. In 2025 heeft de raad verslag gedaan van alle activiteiten en heeft het onder andere het bestuursbesluit om het jaarverslag 2024 vast te stellen, het functieprofiel bestuur en de benoemingen van bestuursleden en leden van het verantwoordingsorgaan, goedgekeurd. Het verslag van de raad van toezicht is onderdeel van dit jaarverslag.
Het bestuur legt verantwoording af over (de uitvoering van) het beleid aan het verantwoordingsorgaan (VO).
In 2025 heeft het verantwoordingsorgaan het bestuur geadviseerd over diverse onderwerpen, waaronder de benodigde aanpassingen in het communicatiebeleidsplan 2024-2026 als gevolg van nieuwe verplichtingen uit de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Daarnaast bracht het VO advies uit over de premie voor 2026, de profielschetsen, planning en het reglement voor de verkiezingen van VO-leden, de profielschetsen voor het nieuwe lid in de Raad van Toezicht, de klachtenregeling en het beloningsbeleid. Het verslag van het verantwoordingsorgaan is opgenomen in dit jaarverslag.
De Commissie van Beroep behandelt vervolgklachten tussen ons pensioenfonds en de deelnemers over de toepassing van het pensioenreglement. In 2025 zijn in totaal twee zaken door de Commissie van Beroep besproken. Daarnaast is één zaak direct, zonder klacht of beroep bij de commissie, voorgelegd aan de Kantonrechter in Amsterdam.
Daarnaast hebben we (onafhankelijke) functionarissen die ons beleid en de manier waarop we onze taken uitvoeren beoordelen en controleren. Dat zijn de compliance officer, de functionaris gegevensbescherming, de sleutelfunctiehouder risicomanagement, de sleutelfunctiehouder actuarieel en de sleutelfunctiehouder interne audit.
Tot slot hebben we een certificerend actuaris en een externe accountant. Deze zijn onafhankelijk. De actuariële verklaring van de certificerend actuaris en de controleverklaring van de externe accountant zijn opgenomen in dit jaarverslag.
Hoofdstuk 6 van onze Actuariële en Bedrijfstechnische Nota (Abtn) beschrijft de samenstelling, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de fondsorganen. De Abtn staat op onze website. In bijlage I van het jaarverslag staat wie op 31 december 2025 in het bestuur, de commissies, de raad van toezicht en het verantwoordingsorgaan zaten.
3.1.2 Zelfevaluatie bestuur
3.1.2 Zelfevaluatie bestuur
In het derde kwartaal van 2024 vond de zelfevaluatie van het bestuur plaats met externe begeleiding. Het bestuur heeft tijdens de zelfevaluatie nadrukkelijk stilgestaan bij de implementatie van de Wet toekomst pensioenen. Dit betreft zowel de interne samenwerking binnen het bestuur als de samenwerking met andere betrokken partijen. In het voorjaar van 2025 vond een vervolgsessie plaats op de zelfevaluatie van 2024. In deze sessie stond het bestuur stil bij:
- De opvolging van de afspraken die voortvloeiden uit de zelfevaluatie van 2024.
- De nog openstaande onderwerpen die in de zelfevaluatie van 2024 minder of niet aan bod zijn gekomen.
- De samenwerking met het Verantwoordingsorgaan en de Raad van Toezicht, in aanloop naar de adviesaanvraag en goedkeuring van het invaarbesluit.
De volgende zelfevaluatie bestuur wordt gepland na de zomer van 2026.
3.1.3 Integriteit
3.1.3 Integriteit
Ons fonds heeft een gedragscode. Jaarlijks tekenen de bestuursleden en andere verbonden personen voor de naleving van de gedragscode. In 2024 is de gedragscode geëvalueerd en geactualiseerd, met als uitgangspunt het denkkader van ethisch leiderschap.
Daarnaast staat het bestuur jaarlijks stil bij het onderwerp integriteit. In 2025 is de Systematische Integriteitsrisicoanalyse (SIRA) geactualiseerd en aangevuld met beheersmaatregelen gericht op het waarborgen van het integere gebruik van kunstmatige intelligentie (AI), als voorbereiding op een mogelijk toekomstig gebruik binnen ons fonds.
3.1.4 Deskundigheid bestuur
3.1.4 Deskundigheid bestuur
Het bestuur heeft voortdurend aandacht voor de kennis en vaardigheden die nodig zijn om zijn taken goed te kunnen vervullen. De deskundigheidsmatrix maakt inzichtelijk op welke onderwerpen kennisontwikkeling nodig is. Net als in voorgaande jaren was in 2025 vermogensbeheer een belangrijk onderwerp en werden op dit gebied verschillende kennissessies georganiseerd die dieper ingingen op actuele onderwerpen.
Deze kennissessies worden gepland voorafgaand aan iedere bestuursvergadering waarbij het relevante vermogensbeheervraagstuk aan bod komt. Gelet op het lopende project Wet toekomst pensioenen is het beleggingsbeleid in het nieuwe pensioenstelsel nadrukkelijk aan de orde gekomen.
Naast vermogensbeheer zijn in 2025 ook themasessies over andere onderwerpen georganiseerd en behandeld. Voorbeelden zijn de jaarlijks terugkerende integriteitsessie, themasessies over de Wet toekomst pensioenen en IT-risicomanagement (DORA).
3.1.5 HRM-beleid en aspirant-leden
3.1.5 HRM-beleid
We hebben een HRM-beleid (personeelsbeleid) om de geschiktheid van bestuursleden en de diversiteit en de continuïteit binnen het bestuur te waarborgen. Het HRM-beleid richt zich op het aantrekken en behouden van geschikte bestuursleden en op het bevorderen van hun deskundigheid. Het doel is een beheerste en integere bedrijfsvoering op de lange termijn. Het HRM-beleid past bij onze omvang, organisatie en werkzaamheden. We evalueren het beleid minimaal elke drie jaar. In 2024 vond de driejaarlijkse evaluatie van het HRM-beleid plaats, waarbij het beleid aangepast is aan de meest recente ontwikkelingen in de wet- en regelgeving.
3.1.6 Beloningsbeleid
3.1.6 Beloningsbeleid
In ons beloningsbeleid staat welke vergoeding (externe) bestuursleden, leden van het verantwoordingsorgaan en de raad van toezicht voor hun werkzaamheden krijgen. Met ons beloningsbeleid willen we geschikte leden voor fondsorganen aantrekken en behouden. Daarnaast hebben wij het beloningsbeleid zo ingericht dat we het integriteitrisico goed kunnen beheersen. Het beloningsbeleid moedigt bijvoorbeeld niet aan om te grote risico’s te nemen. Ook verstrekken we geen leningen aan bestuurders en zijn er geen vorderingen op (oud-)bestuurders.
Alle bestuurders namens werkgever en -werknemers krijgen een primaire vergoeding van de werkgever. Werkgever heeft hiervoor zelf contractuele afspraken gemaakt met deze bestuurders (inclusief de voorzitter van het bestuur). De werkgever stelt bestuurders beschikbaar om werkzaamheden te doen voor het fonds. De vergoeding is geheel voor rekening van de werkgever. Het fonds kent een aanvullend beloningsbeleid voor bestuurders, gericht op het compenseren van de tijdsinvestering naast hun reguliere functie bij de werkgever.
Voor de externe voorzitter is met de werkgever afgesproken dat deze zich volledig – voor 100% – inzet voor de werkzaamheden binnen het fonds. Vanuit het fonds is de aanvullende compensatie voor de externe voorzitter om die reden vastgesteld op €0.
Het beloningsbeleid is in 2025 geactualiseerd en staat op onze website.
3.1.7 Code Pensioenfondsen
3.1.7 Code Pensioenfondsen
Pensioenfondsen moeten laten zien dat ze de juiste dingen doen om goed te functioneren. Ook moeten ze uitleggen wat ze doen. De Code Pensioenfondsen helpt daarbij. De code stimuleert ‘goed pensioenfondsbestuur’ en beschrijft de breed gedragen algemene opvattingen in de pensioensector over wat ‘goed pensioenfondsbestuur’ inhoudt. Ons fonds rapporteert over de governance aan de hand van deze normen.
In de code staan normen voor ‘goed pensioenfondsbestuur’. De Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid hebben deze normen samen gemaakt. De Code Pensioenfondsen heeft vijf thema’s die elk zijn onderverdeeld in een aantal normen.
- Goed zorgen voor het pensioen van belanghebbenden.
- Goed besturen.
- Effectief intern toezichthouden en controle uitoefenen.
- Verantwoording en inspraak organiseren.
- Effectief functioneren van fondsorganen.
Het bestuur kijkt jaarlijks of het de principes en normen van de Code Pensioenfondsen goed naleeft. Als het nodig is, onderneemt het bestuur actie om de principes en de normen duidelijker en consequenter in het beleid en in het eigen handelen naar voren te laten komen. Per 1 januari 2024 is de herziene Code Pensioenfondsen van kracht geworden, waarmee de Code Pensioenfondsen uit 2018 is vervangen. Deze herziening vond plaats in het kader van de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Diverse kernboodschappen uit de Wtp, waaronder het centraal stellen van de deelnemer, zijn in de nieuwe code opgenomen. In dit jaarverslag rapporteert ons fonds volgens de nieuwe richtlijnen.
De Code Pensioenfondsen hanteert het ‘pas toe of leg uit’-beginsel. Het belangrijkste is niet of het bestuur de code naar de letter uitvoert. Het gaat om hoe het bestuur met de intenties van de code omgaat. Er is dus ruimte om af te wijken van de normen. Maar dit moet weloverwogen gebeuren. Als een pensioenfonds redenen heeft om een norm niet na te leven, dan licht het bestuur van het pensioenfonds dit toe. Ons fonds voldoet aan alle normen van de Code Pensioenfondsen.
De rapportagenormen uit de Code Pensioenfondsen
De code nodigt pensioenfondsen uitdrukkelijk uit om bij een aantal normen jaarlijks in verhalende (beschrijvende) zin te rapporteren over de naleving van die norm (dus ook bij naleving van die norm). In deze rapportage gaan pensioenfondsen in op de ervaringen die zij hebben bij het invullen van de norm en de inzichten die zij daarbij hebben opgedaan. Dit betreft de volgende normen:
- Norm 1: Missie, visie en strategie
- Norm 4: Kennen van voorkeuren van belanghebbenden
- Norm 34-35: Diversiteits- en inclusiebeleid
In de onderstaande verwijzingstabel wordt aangegeven in welke specifieke secties van het jaarverslag de relevante informatie of uitwerking van de normen te vinden is. Waar nodig wordt in deze paragraaf aanvullend toegelicht hoe ons fonds de norm invult, zodat zowel de verwijzingen in de tabel als de aanvullende toelichting in de paragraaf duidelijk maken hoe ons fonds invulling geeft aan de normen.
Norm 1: Missie, visie en strategie
“Het pensioenfonds heeft een missie, visie en strategie. Daarin beschrijft het pensioenfonds wat het pensioenfonds wil betekenen en bereiken voor zijn belanghebbenden, rekening houdend met hun voorkeuren en belangen. Op deze wijze bepaalt het pensioenfonds wat zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, zijn. Het pensioenfonds evalueert zijn missie, visie en strategie periodiek en rapporteert hierover in zijn bestuursverslag.”
Voor de ervaringen van ons fonds met norm 1 wordt verwezen naar de secties van het jaarverslag, zoals opgegeven in bovenstaande tabel.
Norm 4: Kennen van voorkeuren van belanghebbenden
“Het pensioenfonds verdiept zich in de voorkeuren van de bij het pensioenfonds betrokken belanghebbenden en betrekt deze voorkeuren bij het bepalen van zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten en gaat daarover met de belanghebbenden in gesprek. Het pensioenfonds rapporteert hierover jaarlijks in het bestuursverslag.”
Ons fonds verzamelt feedback en inzichten uit verschillende klantonderzoeken en panels, die een belangrijk uitgangspunt vormen bij het formuleren van strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten. Acties zoals kwantitatief en kwalitatief risicopreferentie-onderzoek, klanttevredenheidsonderzoeken en panels met actieven en gepensioneerden bieden waardevolle input die ons fonds helpt de wensen en behoeften van de deelnemers in kaart te brengen. Deze gegevens worden mede gebruikt om het beleid af te stemmen, de risicohouding te bepalen en de communicatie met deelnemers verder te verbeteren.
Door de resultaten van deze inspraakmogelijkheden mee te nemen, wordt het beleid niet alleen afgestemd op de interne doelstellingen, maar ook op de verwachtingen van de deelnemers. Dit draagt bij aan een responsiever en effectiever beleid. Ons fonds streeft ernaar deelnemers handelingsperspectief te bieden en een sterke relatie met hen op te bouwen. In paragraaf 1.5, getiteld "Pensioencommunicatie", wordt verdere toelichting gegeven.
Norm 34-35: Diversiteits- en inclusiebeleid
“Het pensioenfonds heeft een schriftelijk beleid vastgesteld om de diversiteit en inclusie in zijn fondsorganen te vergroten of in stand te houden. Dit beleid stelt passende doelen op ten aanzien van de mate van diversiteit op alle voor het pensioenfonds relevante maatschappelijke aspecten, waaronder tenminste geslacht of genderidentiteit, leeftijd en sociaal-culturele achtergrond. Op basis van dit beleid heeft het pensioenfonds een planmatige aanpak gericht op het bereiken van deze doelen. Het bestuur herijkt dit beleid periodiek en rapporteert jaarlijks in het bestuursverslag over de resultaten van dit beleid.”
"Ten aanzien van leeftijdsdiversiteit geldt als minimum dat er tenminste één persoon zitting heeft in het bestuur en het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan die jonger is dan 40 jaar. Ten aanzien van genderdiversiteit geldt als minimum dat er in de genoemde organen variatie is in geslacht of genderidentiteit.”
Diversiteit binnen het bestuur van ons fonds wordt nadrukkelijk nagestreefd vanuit de overtuiging dat deelname van personen met uiteenlopende achtergronden en verschillende vaardigheden zorgt voor een meervoudig perspectief in het bestuur, het toezicht en de verantwoording. Dit draagt bij aan de kwaliteit van het totale pensioenfondsbestuur. Tot slot wordt door middel van diversiteit in organen recht gedaan aan de representativiteit en herkenbaarheid van de belanghebbenden. Diversiteitsbeleid is daarmee een kernelement in de samenstelling van het bestuur en de fondsorganen. Bij de opvolging in bestuur, verantwoordingsorgaan en raad van toezicht wordt daarom rekening gehouden met diversiteit.
Voor de bezetting en de opvolging van het bestuur wordt gestreefd naar:
- Een goede mix van mannen en vrouwen.
- Een evenwichtige verdeling van leeftijden.
- Een verscheidenheid aan vaardigheden, sociaal-culturele achtergronden en zienswijzen.
- Een redelijke afspiegeling van de populatie van ons fonds bij de samenstelling van het bestuur.
Om bovenstaande ambitie te bereiken, werkt het bestuur samen met diversiteitsnetwerken binnen UWV om de bekendheid van het pensioenfondsbestuur te vergroten. Daarnaast vormen diversiteitseisen een nadrukkelijk onderdeel van de profielschetsen bij vervangingsvraagstukken, met inachtneming van de huidige samenstelling van het bestuur.
Om de aandacht en het bewustzijn voor diversiteit te behouden doet het bestuur het volgende:
- Het onderwerp diversiteit is een terugkerend onderdeel van de jaarlijkse zelfevaluatie van het bestuur.
- Het bestuur heeft een portefeuillehouder diversiteit aangewezen. Deze bewaakt en coördineert de voortgang op activiteiten om diversiteit te bevorderen en rapporteert hierover aan het bestuur.
De samenstelling van het bestuur en het verantwoordingsorgaan voldoet eind 2025 aan de normen 34-35 van de Code. Voor beide organen geldt dat ze bestaan uit personen van verschillend geslacht. In het bestuur is 1 lid jonger dan 40 jaar. In het VO is een 1 lid jonger dan 40 jaar.
3.1.8 Wijzigingen in het bestuur, de raad van toezicht en het verantwoordingsorgaan
3.1.8 Wijzigingen in het bestuur, de raad van toezicht en het verantwoordingsorgaan
Bestuur
Per 1 juli 2025 hebben de drie bestuursleden die de (pre)pensioengerechtigden vertegenwoordigden hun bestuurstermijn afgerond. Het bestuur bedankt mw. J.J.M. Verhoef, dhr. R.G. Timmer en dhr. F. Lemkes hartelijk voor hun inzet en toewijding in de afgelopen jaren namens ons pensioenfonds.
Tegelijkertijd heeft het bestuur de nieuwe bestuursleden mogen verwelkomen: de heer J. de Winter, mevrouw J.M.A. van Haren en de heer T.J.G.J. Wentink. Zij zijn per 1 juli gestart met hun eerste bestuurstermijn en vertegenwoordigen de (pre)pensioengerechtigden.
Verantwoordingsorgaan
Mevrouw Donker en mevrouw Meijerink traden in 2025 af als leden van het Verantwoordingsorgaan.
Raad van Toezicht
Per 1 januari 2025 heeft de heer Breek zijn functie binnen de Raad van Toezicht neergelegd, de heer Scheepens heeft hem opgevolgd per 1 juli 2025.
Diversiteit
Het bestuur streeft naar ten minste één man en één vrouw en één lid jonger dan 40 jaar in het bestuur en het verantwoordingsorgaan. Het bestuur heeft een groeiambitie op het gebied van diversiteit die is vastgelegd in het diversiteitsbeleid van ons pensioenfonds. De tabel hieronder geeft een overzicht van de diversiteit van het bestuur, de raad van toezicht en het verantwoordingsorgaan op 31 december 2025. We telden ook de plaatsvervangers mee.
| Orgaan | Geslacht | Leeftijd | ||
|---|---|---|---|---|
| Man | Vrouw | < 40 jaar | > 40 jaar | |
| Bestuur | 11 | 2 | 1 | 12 |
| Raad van toezicht | 1 | 2 | 0 | 3 |
| Verantwoordingsorgaan | 6 | 4 | 1 | 9 |
In bijlage 1 staat een overzicht van de samenstelling van het bestuur, de raad van toezicht en het verantwoordingsorgaan op 31 december 2025.
3.1.9 Naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming
3.1.9 Naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming
De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) geldt sinds 2018. De AVG wijst pensioenfondsen aan als ‘verwerkingsverantwoordelijke’ van persoonsgegevens. Als verwerkingsverantwoordelijke moeten we expliciet kunnen aantonen dat we voldoen aan de eisen van de AVG.
Sinds 1 januari 2020 is de gedragslijn Verwerking persoonsgegevens pensioenfondsen van kracht en vanaf 2023 geldt een nieuwe versie van deze gedragslijn. Deze gedragslijn beschrijft de eisen van de AVG voor pensioenfondsen. Een functionaris gegevensbescherming adviseert het bestuur en houdt toezicht op de uitvoering van de gedragslijn. Ook de externe partijen die gegevens voor ons verwerken, moeten zich aan de gedragslijn houden. Daarom hebben we met elk van deze externe partijen een verwerkingsovereenkomst. Het bestuur moet elk jaar verklaren dat we ons aan de gedragslijn houden. In 2025 voldeden we aan de gedragslijn.
In 2025 voerden we de volgende activiteiten en beheersmaatregelen uit:
- We beoordeelden het register van verwerkingen en de privacyverklaring;
- We beoordeelden de Incidentenregeling, waarbij we meer aandacht hebben gegeven aan de procedure rond datalekken die geraakt kan worden bij incidenten;
- We hebben de adviezen van de Functionaris gegevensbescherming (FG) op DPIA’s (privacy risico's) opgevolgd en de gerelateerde privacy risico’s kleiner gemaakt,
- We hebben een kennis- en bewustwordingssessie georganiseerd voor medewerkers inzake de AI-act, AI-modellen en de relatie tussen AI en privacy/AVG/gedragslijn;
- We hebben de FG-aanbevelingen opgevolgd ten aanzien van de verwerkingen met persoonsgegevens in het kader van de Commissie van Beroep.
Er hebben zich in 2025 geen meldplichtige datalekken voorgedaan.
3.1.10 Extern toezicht en controle
3.1.10 Extern toezicht en controle
DNB
Naast de gewone, jaarlijks terugkerende uitvragen vonden in 2025 geen (doorlopende) onderzoeken van DNB plaats.
Waarschuwingen, dwangsommen, aanwijzingen, boetes
In 2025 kregen we geen waarschuwingen of aanwijzingen van DNB. DNB legde ons ook geen dwangsommen of boetes op. Er werd geen bewindvoerder aangesteld. De bevoegdheidsuitoefening van onze organen was niet gebonden aan toestemming van DNB.
Autoriteit Financiële Markten (AFM)
De AFM legde in 2025 geen toezichtsmaatregelen aan ons op.
Autoriteit Persoonsgegevens (AP)
In 2025 hebben zich geen incidenten voorgedaan op het gebied van persoonsgegevens. Ook zijn er geen onderzoeken gestart en zijn er geen dwangsommen of boetes opgelegd vanuit AP.
3.2 Uitbesteden
We besteden onze operationele werkzaamheden uit aan gespecialiseerde externe partijen en uitvoeringsorganisaties. Met goede beheersmaatregelen voorkomen we dat we te afhankelijk van deze uitvoeringsorganisaties zijn of worden.
In 2025 wijzigden de werkzaamheden die we uitbesteden niet.
3.2.1 3.2.1 Uitbesteding vermogensbeheer
3.2.1 Uitbesteding vermogensbeheer
Fiduciair management
Van Lanschot Kempen (VLK) is onze fiduciair manager. De fiduciair manager houdt namens ons toezicht op de beleggingsmandaten en beleggingsfondsen van onze externe vermogensbeheerders. Ook adviseert de fiduciair manager het bestuur over het (strategisch) beleggingsbeleid, de portefeuillesamenstelling, het beleid voor maatschappelijk verantwoord beleggen en de selectie en evaluatie van externe vermogensbeheerders. De fiduciair manager treedt op als coördinerend vermogensbeheerder bij de uitvoering van het beleggingsbeleid door de externe vermogensbeheerders. De fiduciair manager is zowel beheerder van de totale beleggingsportefeuille als eerstelijns risicomanager. In deze rol is de fiduciair manager ook verantwoordelijk voor de monitoring en rapportage van de activiteiten van de externe vermogensbeheerders.
Manager derivatenportefeuilles
Cardano beheert onze derivatenportefeuilles. Deze gebruiken we voor de afdekking van het renterisico en het valutarisico. In de derivatenportefeuille zet Cardano ook kredietwaardige staatsobligaties in, om het renterisico af te dekken. In 2024 werd Cardano overgenomen door Mercer. Als onderdeel van een organisatie met schaalgrootte geeft dat extra ondersteuning in de dienstverlening in de toekomst. Ten behoeve van efficiency in het beheer van de derivatenportefeuille heeft Cardano per 1 oktober 2025 de rol van onderpandmanager overgenomen van Bank of New York
Custody en onafhankelijke administratie beleggingen
Bank of New York (BNY) is onze bewaarbank (custodian) en beleggingsadministrateur. Daarnaast is BNY verantwoordelijk voor de onafhankelijke performanceberekening en de onafhankelijke monitoring van beleggingsrestricties. De rol van onderpandmanager heeft BNY vanaf 1 oktober 2025 overgedragen aan Cardano.
3.2.2 3.2.2 Uitbesteding pensioenuitvoering
3.2.2 Uitbesteding pensioenuitvoering
TKP Pensioen is verantwoordelijk voor de uitvoering van onze pensioenadministratie, financiële administratie, pensioencommunicatie en het klantcontact via de klantenservicedesk. In 2025 hebben wij de dienstverlening geactualiseerd en afspraken gemaakt over het gewenste serviceniveau, zowel voorafgaand aan als tijdens de transitie naar de nieuwe pensioenregeling in het kader van de Wtp. Daarnaast zijn aanvullende afspraken gemaakt om te voldoen aan de aangescherpte eisen vanuit de DORA-regelgeving op het gebied van cybersecurity en cyberweerbaarheid.
Willis Towers Watson (WTW) is de actuarieel en pensioenjuridisch adviseur van ons pensioenfonds.
3.3 Risicobeheer
Deze paragraaf beschrijft ons risicobeheer. We geven aan welke risico’s we identificeren en welke beheersmaatregelen we treffen. In hoofdstuk 3.3.4 laten we zien hoe effectief deze beheersmaatregelen in 2025 waren.
3.3.1 Ons risicomanagementsysteem
3.3.1 Ons risicomanagementsysteem
Integraal risicomanagement (IRM) is een doorlopend proces dat jaarlijks wordt geëvalueerd met als doel het risicoraamwerk te actualiseren en te verbeteren.
IRM maakt inzichtelijk of onze strategie, doelstellingen, beleid, activiteiten, interne processen en onze interactie met de buitenwereld tot risico’s en/of gemiste kansen leiden. Het biedt ons inzicht in de mate waarin wij risico’s inschatten, hoe deze zich verhouden tot onze risicobereidheid en op welke wijze wij deze risico’s beheersen. Tegelijkertijd stelt het ons in staat om kansen te identificeren en te beoordelen in hoeverre wij hier effectief op kunnen inspelen.
Hoofdstuk 7 van onze Abtn beschrijft ons IRM: onze doelstellingen en uitgangspunten, onze risicohouding, ons IRM- proces en ons governancemodel, tezamen met onze belangrijkste beheersmaatregelen per risicogebied. De Abtn staat op onze website.
3.3.2 Ons risicoprofiel
3.3.2 Ons risicoprofiel
Ons belangrijkste doel is om een zo goed mogelijk pensioenresultaat te behalen voor de deelnemers, met de ambitie om (in de toekomst) toeslagen te kunnen verlenen. Om dit doel te bereiken, neemt het bestuur weloverwogen risico’s. De risico’s die het bereiken van dit doel kunnen belemmeren, willen we beheersen. Daar is ons risicoprofiel op gericht.
Eind 2025 besloten we de manier waarop we ons renterisico beheersen aan te passen. In paragraaf 2.1.2 lichten we dit toe.
Eind 2025 was de actuele financiële situatie, gemeten in dekkingsgraad, solide. Het eigen vermogen is hoger dan het vereist eigen vermogen.
3.3.3 Onze risicohouding
3.3.3 Onze risicohouding
De risicohouding is de mate waarin we bereid zijn om risico’s te lopen om onze doelen te bereiken. Hoeveel risico we kunnen lopen is ook afhankelijk van de kenmerken van ons fonds.
Onze risicohouding bestaat uit drie onderdelen:
- Kwalitatieve uitgangspunten
- Kwantitatieve uitgangspunten op korte termijn (uitgedrukt in het vereist eigen vermogen)
- Kwantitatieve uitgangspunten op lange termijn (uitgedrukt in het pensioenresultaat en de ondergrenzen van de haalbaarheidstoets).
Kwalitatieve uitgangspunten
Het bestuur heeft samen met de sociale partners de beleidsuitgangspunten voor de uitvoering van de pensioenregeling in kaart gebracht. Deze beleidsuitgangspunten zijn de kwalitatieve uitgangspunten voor onze risicohouding. Het zijn ook de belangrijkste uitgangspunten voor beleidswijzigingen.
De kwalitatieve beleidsuitgangspunten zijn:
- De premie moet stabiel zijn.
- Het opbouwpercentage moet zo hoog mogelijk zijn.
- Bij de afweging tussen opbouwpercentage en toeslag gaat – binnen redelijke grenzen – het opbouwpercentage voor.
- We streven naar toeslag verlenen en financieren dit uit rendementen.
- Verlagingen van nominale pensioenaanspraken en -rechten zijn acceptabel als ze nodig zijn om de langetermijndoelstellingen te halen.
Kwantitatieve uitgangspunten
Het risico op de korte termijn komt tot uitdrukking in de hoogte van de vereiste dekkingsgraad. Onze vereiste dekkingsgraad is 115,2 procent.
Haalbaarheidstoets
Het risico op de lange termijn komt tot uitdrukking in het pensioenresultaat en de ondergrenzen van de haalbaarheidstoets. We voeren de haalbaarheidstoets elk jaar uit, volgens de wettelijke voorschriften en parameters van DNB. We baseren de haalbaarheidstoets op de pensioenregeling volgens de cao en op onze eigen doelen en uitgangspunten. Het pensioenresultaat bepalen we volgens de voorgeschreven methode en stemmen we af met de sociale partners. Daarnaast bepaalt het bestuur een kwantitatieve ondergrens die past bij onze risicohouding.
De peildatum voor de haalbaarheidstoets 2025 was 1 januari 2025. De uitkomsten waren:
| Uitkomsten van de haalbaarheidstoets | Grens | 2025 | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|---|
| % | % | % | % | |
| Verwacht pensioenresultaat vanuit de actuele dekkingsgraad | Minimaal 85 | 92 | 96 | 98 |
| Spreiding tussen verwacht pensioenresultaat en het pensioenresultaat in een slechtweerscenario vanuit de actuele dekkingsgraad |
Maximaal 30 | 27 | 30 | 22 |
De verschillen tussen het verwachte pensioenresultaat van de haalbaarheidstoets van 2025 ten opzichte van 2024 komen door:
- De actualisering van het deelnemersbestand naar eind 2024 (-3,3 procent).
- De stijging van de dekkingsgraad eind 2025 ten opzichte van eind 2024 (+0,3 procent).
- De actualisering van de DNB-scenarioset (-0,7 procent).
- Update beleid: verschuiving van de verdeling binnen staatsobligaties en aandelen (0,0 procent).
De haalbaarheidstoets gaat altijd uit van de veronderstelling dat de pensioenregeling vanaf het moment van toetsen de volgende zestig jaar van kracht blijft. Het ‘verwachte pensioenresultaat’ geeft een beeld van het pensioenresultaat ten opzichte van een volledig geïndexeerd pensioen. Een pensioenresultaat van 100 procent betekent volledig koopkrachtbehoud. Aan de deelnemers van ons fonds is geen volledig koopkrachtbehoud toegezegd.
3.3.4 Risicobeoordeling
3.3.4 Risicobeoordeling
We voeren jaarlijks een risicoanalyse uit om de risico’s te beoordelen. Dat doen we op een integrale manier. In de risicobeoordeling beschrijven we elk risico samen met de beheersmaatregelen die tot een acceptabel restrisico leiden. De risico’s die samenhangen met de overgang naar de nieuwe pensioenregeling worden afzonderlijk gemonitord. Deze risico’s zijn onder te verdelen in risico’s die zich kunnen voordoen vóór, tijdens of na de transitie. De belangrijkste 40 risico’s zijn opgenomen in het implementatieplan van het fonds. De belangrijkste 10 risico’s die zich kunnen voordoen vóór de transitie zijn hieronder opgenomen. Daarna behandelen we de financiële en niet- financiële risico’s vanuit de jaarlijkse risicoanalyse.
Risico’s die samenhangen met de overgang naar de nieuwe pensioenregeling (Wtp)
| Risico 1 Het risico dat toezichthouder DNB het implementatieplan niet tijdig beoordeelt en afhandelt waardoor de transitie in het geding komt. |
Beheersmaatregelen
|
Monitoring & rapportage
|
| Risico 2 Het risico dat we stakeholders onvoldoende meenemen en horen in de ontwikkelingen binnen de transitie, wederzijds, waardoor de doelen en de beheersbaarheid van de transitie van ons fonds in het geding komen. |
Beheersmaatregelen
|
Monitoring & rapportage
|
| Risico 3 Het risico dat de wensen van ons fonds zich niet goed verhouden tot de wens en noodzaak voor TKP om werkzaamheden zoveel mogelijk generiek (multi-cliënt) te realiseren, waardoor de uitvoerbaarheid van de transitie opdracht van sociale partners in het geding komt. |
Beheersmaatregelen
|
Monitoring & rapportage
|
| Risico 4 Het risico dat de ‘change’ bij TKP zoveel prioriteit krijgt dat de run te weinig aandacht krijgt, waardoor de dienstverlening gedurende de transitieperiode niet het benodigde niveau behaald. |
Beheersmaatregelen
|
Monitoring & rapportage
|
| Risico 5 Het risico dat het invaren op de ingangsdatum van de nieuwe regeling niet juist en volledig plaatsvindt, waardoor de deelnemers onjuiste informatie/uitkeringen ontvangen en ons fonds operationeel niet meer in control is. |
Beheersmaatregelen
|
Monitoring & rapportage
|
| Risico 6 Het risico dat tijdens en/of vlak na de transitie onverwacht fouten of onjuistheden optreden die niet (tijdig) opgemerkt en/of opgelost worden, waardoor de doelen en de beheersbaarheid van de transitie in het geding komen. |
Beheersmaatregelen
|
Monitoring & rapportage
|
| Risico 7 Het risico dat de (slapende) deelnemers en uitkeringsgerechtigden niet goed geïnformeerd worden over de regeling en/of de keuzemogelijkheden waardoor de transitie in het geding komt. |
| Beheersmaatregelen Tijdige en juiste voorbereiding.
|
Monitoring & rapportage
|
| Risico 8 Het risico dat het besluit om in te varen op het laatste moment wordt uitgesteld door een plotseling verslechterde financiële positie van ons fonds. Dit staat ook in relatie tot het geambieerde (minimale) invaarniveau |
| Beheersmaatregelen Als 9 maanden voor de invaardatum de dekkingsgraad lager is dan 107 procent gaat ons fonds in overleg met de sociale partners over de ontstane situatie en de mogelijke gevolgen daarvan voor de transitie.
|
Monitoring & rapportage
|
| Risico 9 Het risico dat de nieuwe financiële opzet na het invaren niet toereikend is. Daardoor kunnen de doelstellingen van de overgang/transitie naar de SPR niet gehaald worden. Met als gevolg ontevreden deelnemers, beschadigd vertrouwen en minder draagvlak voor de nieuwe regeling. |
Beheersmaatregelen
|
Monitoring & rapportage
|
| Risico 10 Het risico dat we de wettelijke termijnen van de Wtp niet halen, uiterlijk 1-1-2028, waardoor ons fonds niet voldoet aan de regels. |
Beheersmaatregelen
|
Monitoring & rapportage
|
In totaliteit zijn de netto risico’s die betrekking hebben op de transitie naar de nieuwe pensioenregeling acceptabel of toelaatbaar, dan wel worden de rest risico’s door het bestuur geaccepteerd. Dit gegeven de werking van de beheersmaatregelen genomen door zowel het fonds als door TKP.
De financiële en niet financiële risico’s
De financiële risico's zijn:
- Marktrisico
- Renterisico
- Kredietrisico
- Valutarisico
- Liquiditeitsrisico
- Inflatierisico
- Concentratierisico
- MVB-risico
- Verzekeringstechnischrisico
De niet-financiële risico's zijn:
- Omgevingsrisico
- Operationeel risico (intern)
- Uitbestedingsrisico
- IT-risico
- Integriteitrisico
- Juridisch risico
Marktrisico
Het risico als gevolg van het blootstaan aan wijzigingen in marktprijzen van verhandelbare financiële instrumenten binnen de portefeuille. Hieronder vallen naast de veranderingen van marktprijzen en rente onder meer de schommelingen van de marktprijzen en het concentratie- en correlatierisico.
| Risicobeleid Ons fonds is zich ervan bewust dat het voor het realiseren van de doelstellingen nodig is om beleggingsrisico’s in de portefeuille op te nemen. Met name via de zakelijke waarden in de rendementsportefeuille wordt gestreefd naar het behalen van een extra rendement. Hierdoor wordt, binnen het gewenste risicoprofiel, marktrisico in de portefeuille geïntroduceerd. |
| Beheersmaatregelen Ons fonds beperkt dit marktrisico door grenzen te stellen aan het risicobudget op totaalniveau en door per beleggingscategorie binnen de rendementsportefeuille bandbreedte te benoemen. Deze risicobudgetten zijn vastgelegd in het beleggingsplan en het strategisch beleggingsbeleid. Ook zijn de risicomaatstaven vastgelegd. Aan de hand van investmentcases wordt periodiek geëvalueerd of investment categorieën (nog) passend zijn voor ons fonds. |
| Monitoring & rapportage Ons fonds monitort de strategische bandbreedtes en risicomaatstaven op basis van rapportage door de fiduciair manager. De gebruikte risicomaatstaven zijn de tracking error van de beleggingen versus de verplichtingen en de Conditional Value at Risk (CVaR). |
| Evaluatie effectiviteit van de beheersmaatregelen Waar nodig herbalanceren we beleggingen periodiek om binnen de strategische bandbreedtes te blijven. Gedurende 2025 werden de bandbreedtes (risicobudgetten) voor de diverse investeringscategorieën niet overschreden. De investmentcases die het bestuur in overeenkomst met de planning besprak, gaven geen aanleiding tot materiële aanpassing van de beleggingsmix. Er hebben zich geen incidenten met materiële impact voorgedaan bij het uitvoeren van de afdekking van het renterisico. In voorbereiding op de implementatie van de Wtp stelt ons fonds in 2026 een transitievermogensbeheerplan op. Dit plan beschrijft hoe de transitie in de beleggingsportefeuille zal plaatsvinden van het huidige beleggingsbeleid naar het beleggingsbeleid dat past bij de nieuwe pensioenregeling. Wij kijken speciaal naar het gebruik van derivaten ter verlaging van de schommelingen in de beleggingsportefeuille als gevolg van marktschokken in de rente en zakelijke waarden. Daarnaast wordt beschreven hoe en wanneer de portefeuille omzettingen zullen plaatsvinden. Voor de transitiedatum houden we rekening met de risicohouding en bereidheid onder FTK. Na de transitiedatum houden we rekening met de risicohouding van de deelnemers. Dit vormt de basis voor het beleggingsbeleid van de nieuwe pensioenregeling. |
Renterisico
Het risico dat rente veranderingen in de rente door een ontoereikende afstemming tussen rentegevoelige activa en passiva op het gebied van rentelooptijden en rentevoet - leiden tot ongewenste effecten op de balans en het resultaat.
| Risicobeleid Ter bescherming van nominale pensioenaanspraken wordt het renterisico van ons fonds met een combinatie van obligaties en derivaten voor een belangrijk deel afgedekt. Hierbij is binnen de ALM-studie van 2023 onderzocht wat de gewenste verhouding is tussen kans en mate van verlagen van aanspraken en toeslag. |
| Beheersmaatregelen Ons pensioenfonds hanteerde vanaf 31 januari 2025 een statische renteafdekking van 85 procent van de verplichtingen. Dit om schommelingen in de balans door rentegevoeligheid richting de implementatie van Wtp te beperken. Bij de renteafdekking wordt een bandbreedte van maximaal 3 procentpunt afwijking gehanteerd. Eind 2025 bedroeg de afdekking van het renterisico circa 87,9 procent. Begin 2026 wordt verder onderzocht of extra afdekking van het renterisico gunstig is. |
| Monitoring & rapportage Ons fonds monitort ten minste maandelijks de uitvoering. De fiduciair manager monitort de renteafdekking en renteniveaus continu en rapporteert tenminste maandelijks over de renteafdekking. |
| Evaluatie effectiviteit van de beheersmaatregelen De renteafdekking per 31 december 2025 was met 87,9 procent in lijn met het herziene beleggingsbeleid. Er hebben zich geen incidenten met materiële impact voorgedaan bij het uitvoeren van de afdekking van het renterisico. |
Kredietrisico
Het risico dat een debiteur of tegenpartij contractuele of andere overeengekomen verplichtingen -waaronder verstrekte kredieten, leningen, vorderingen, effectengaranties, derivaten, ontvangen garanties- niet nakomt.
| Risicobeleid Het kredietrisico is op te splitsen in het risico dat besloten ligt in de beleggingen (de kwaliteit van de uitgevende instelling) en de mate waarin tegenpartijen van financiële transacties, zoals OTC-derivaten, niet aan hun verplichtingen zullen voldoen. Binnen de rendementsportefeuille wordt (buiten de derivatenportefeuille) bewust kredietrisico gelopen in de overtuiging dat dit op de lange termijn rendement (de risicopremie) oplevert. De verhouding tussen verwachte opbrengst en het risico van dit type beleggingen draagt sterk bij aan het totale gewenste risico-/rendementsprofiel van ons fonds. |
| Beheersmaatregelen Het kredietrisico wordt beheerst door strikte eisen te stellen aan de kredietkwaliteit van de landen, ondernemingen en hypotheken waarin wordt belegd. Ook worden eisen gesteld aan de maximale exposure aan een land of onderneming om daarmee het concentratierisico te beperken. Tegenpartijrisico’s ontstaan bij beleggingen in derivaten en liquiditeiten. Ons fonds hanteert een tegenpartijbeleid dat gebaseerd is op strenge selectie van tegenpartijen (minimale ratingeisen), spreiding en zorgvuldig onderpandbeheer (uitwisseling van onderpand). |
| Monitoring & rapportage De fiduciair manager bewaakt het kredietrisico continu en rapporteert daarover op maandbasis. Op dagbasis vindt, indien nodig, uitwisseling plaats van onderpand door de onderpandmanager. De beoordeling hiervan vindt plaats door de fiduciair manager. In geval van een afwaardering van een tegenpartij worden aanvullende zekerheden gevraagd. Op maandbasis wordt gerapporteerd over de tegenpartijen met wie derivaten zijn afgesloten, de omvang van de blootstelling naar iedere tegenpartij en de rating van de tegenpartijen. |
| Evaluatie effectiviteit van de beheersmaatregelen In 2025 zijn de beheersmaatregelen kredietrisico uiterst effectief geweest. De grootste kredietrisico's binnen de matchingportefeuille zij het gehele jaar binnen de normen gebleven en aan alle onderpandseisen is ruimschoots voldaan. De concentratierisico's binnen de rendementsportefeuille worden doorlopend gemonitord en ook daar hebben geen incidenten plaatsgevonden. |
Valutarisico
Het risico dat de waarde (omgerekend naar euro) van de beleggingen in vreemde valuta daalt als gevolg van veranderingen in valutakoersen.
| Risicobeleid Onspensioenfonds is van mening dat wisselkoersontwikkelingen niet voorspelbaar zijn. Niettemin geeft het bestuur de voorkeur aan een zekere mate van open valuta-positie in de portefeuille: - Enig valutarisico kan diversificerend werken. - Onderliggende bedrijven kennen vaak allerlei valuta-blootstellingen via de herkomst van hun omzet. - De status van de Amerikaanse dollar (USD) als ‘reserve currency’ betekent dat de USD kan stijgen in tijden van crisis. Binnen de rendementsportefeuille wordt het USD-, GBP- en JPY-risico voor 50 procent afgedekt, behalve in de categorie Private Markets waarbinnen 80 procent van het valutarisico wordt afgedekt. Andere valutaposities worden niet afgedekt. |
| Beheersmaatregelen Voor de afdekking van USD, GBP en JPY binnen de rendementsportefeuille wordt een bandbreedte gehanteerd van minimaal 47 procent en maximaal 53 procent. Voor Private Markets geldt een bandbreedte van 75 tot 100 procent. |
| Monitoring & rapportage De fiduciair manager bewaakt op dagbasis of de afdekking van het valutarisico binnen de bandbreedtes blijft. Op maandbasis wordt over de effectiviteit van de valuta-afdekking gerapporteerd. Aanvullend monitort de custodian de afdekking van het valutarisico. Bij afwijkingen (buiten bandbreedte) wordt een incident gerapporteerd. |
| Evaluatie effectiviteit van de beheersmaatregelen De afdekkingspercentages van de verschillende valuta lagen per 31 december 2025 binnen de gestelde bandbreedtes. In 2025 constateerden we geenafwijkingen met materiële impact . |
Liquiditeitsrisico
Het risico dat beleggingen niet en/of niet tijdig tegen een aanvaardbare prijs kunnen worden omgezet in liquide middelen, waardoor ons fonds op korte termijn niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Waar de overige risicocomponenten vooral de langere termijn betreffen (solvabiliteit), gaat het hier om de kortere termijn. Dit risico kan worden beheerst door in het strategische beleggingsbeleid voldoende ruimte aan te houden voor de liquiditeitsposities.
| Risicobeleid Het bestuur is ervan overtuigd dat alternatieve, niet-liquide beleggingen op lange termijn een extra rendement kunnen opleveren (illiquiditeitspremie). Deze beleggingen kunnen niet binnen een paar maanden tegen acceptabele marktprijzen verkocht worden als dit nodig is. Binnen de totale portefeuille bestaat 28,5 procent uit niet-liquide beleggingen, te weten vastgoed, private markets en hypotheken. De overige beleggingen zijn liquide tot zeer liquide. De spreiding naar niet-liquide beleggingen bevindt zich onder het maximum van 30 procent. |
| Beheersmaatregelen Ter beheersing van het liquiditeitsrisico is een signaleringsniveau vastgesteld. Boven het signaleringsniveau worden geen maatregelen genomen. Indien de liquiditeiten onder het signaleringsniveau (dreigen te) komen, is een serie van maatregelen vastgelegd die ons fonds kan inzetten. |
| Monitoring & rapportage De fiduciair manager bewaakt de ontwikkelingen van de liquiditeitsbehoefte ten opzichte van het signaleringsniveau en rapporteert hierover maandelijks aan ons fonds. Onderdeel van de bewaking is een liquiditeitsstresstest met betrekking tot de derivatenportefeuille. Op kwartaalbasis wordt de spreiding naar de niet-liquide beleggingscategorieën beoordeeld, waaronder de gezondheid van de beheerders van deze beleggingen. |
| Evaluatie effectiviteit van de beheersmaatregelen In 2025 lagen de beschikbare liquiditeiten ruim boven het signaleringsniveau. De repo-faciliteit (terugkoopovereenkomst) borgt de beheersing van het liquiditeitsrisico. Eind 2025 heeft een evaluatie van de geldmarktfondsen plaatsgevonden die het fonds gebruikt om voldoende liquide middelen te hebben. Er was geen noodzaak tot directe aanpassing. Begin 2026 wordt de categorie nogmaals onder de loep genomen om na te gaan of verdere optimalisatie gunstig is. |
Inflatierisico
Het risico dat inflatie de waarde van de verplichtingen aantast in termen van koopkracht.
| Risicobeleid (Gedeeltelijk) toeslag verlenen mag pas als de beleidsdekkingsgraad hoger is dan de wettelijke ondergrens voor toeslagverlening onder FTK-regime. De regelgever heeft echter via AMvB uitgebreidere mogelijkheden gecreëerd om toeslag te verlenen. Ons fonds heeft eind 2025 gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. |
| Beheersmaatregelen Zolang de beleidsdekkingsgraad boven deze ondergrens in het FTK-regime ligt, zet ons fonds geen aanvullende beheersmaatregelen in om het inflatierisico te beheersen. |
| Monitoring & rapportage Maandelijks rapporteert ons fonds over de beleidsdekkingsgraad. |
| Evaluatie effectiviteit van de beheersmaatregelen Het bestuur ziet geen aanleiding voor specifieke actie. De financiële situatie van ons fonds maakte het mogelijk om per 1 januari 2026 een verhoogde toeslag toe te kennen aan alle deelnemers, op basis van de versoepelde regels uit de indexatie-AMvB. |
Concentratierisico
Het risico dat de waarde van de beleggingsportefeuille sterk afhankelijk is van één soort belegging.
| Risicobeleid Door spreiding van beleggingen (land, sector, onderneming, beleggingscategorie, tegenpartij) binnen de beleggingsportefeuille wordt het concentratierisico verkleind. |
| Beheersmaatregelen Binnen de beleggingsportefeuille is in beperkte mate sprake van concentratierisico door een brede spreiding over beleggingscategorieën. Deze beleggingscategorieën worden meestal ingevuld met meerdere beleggingsfondsen of mandaten. Deze beleggingsfondsen of mandaten beleggen vervolgens weer in een groot aantal individuele instrumenten. Daarnaast zijn beperkingen met tegenpartijen vastgesteld. |
| Monitoring & rapportage Ons fonds beoordeelt per kwartaal de mate van spreiding binnen de beleggingsportefeuille door de sector- en landenverdeling en tien grootste posities van aandelen en vastrentende waarden te analyseren. De custodian monitort continu of aan de beperkingen van tegenpartijen wordt voldaan. |
| Evaluatie effectiviteit van de beheersmaatregelen Het concentratierisico is met name van belang in de matchingportefeuille als gevolg van het gebruik van staatsobligaties van een zeer beperkt aantal Europese landen. Daarom worden hoge eisen gesteld aan de kwaliteit van zowel swaps als staatsobligaties. Het concentratierisico wordt beperkt door spreiding aan te brengen in de instrumenten die gebruikt worden in de matchingportefeuille (de verdeling tussen staatsobligaties en swaps). Het bestuur concludeerde dat er geen sprake is van bijzondere concentraties in de beleggingsportefeuille. |
MVB-risico
Het risico dat ons fonds niet aan zijn doelstellingen kan voldoen door waardedalingen in beleggingen als gevolg van prestaties van ondernemingen op het vlak van milieu, sociale aspecten en behoorlijk bestuur (corporate governance).
| Risicobeleid Ons fonds belegt het vermogen op een maatschappelijk verantwoorde wijze, in de overtuiging dat dit niet ten koste gaat van financieel rendement. Waar mogelijk zal het vermogen ook worden ingezet om een bijdrage te leveren aan verduurzaming van de maatschappij. Ons fonds hanteert daarbij het ‘do good’ principe en legt de nadruk op de thema’s klimaat en arbeid. |
| Beheersmaatregelen Ons fonds beheerst het MVB-risico door in het beleggingsproces expliciet de overwegingen en doelstellingen uit ons maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid te betrekken. In het kader van ALM- en ERB-studies (balansbeheer en economisch kapitaal) worden specifieke MVB-risico’s geanalyseerd. Hierbij is met name oog voor de thema’s klimaat en arbeid. De effecten van klimaatrisico’s worden kwantitatief gemodelleerd en geanalyseerd. Ons fonds heeft op het gebied van het thema klimaat een concrete CO2-reductie doelstelling geformuleerd, namelijk de Paris Aligned Benchmark. In dit kader meet ons fonds al enige jaren de CO2-uitstoot en - intensiteit van de beleggingsportefeuille. Het pensioenfonds heeft de portefeuille op verschillende beleggingsgebieden ingericht langs ESG-benchmarks. Ons fonds heeft de UN Global Compact Principles en het IMVB-convenant ondertekend en accepteert dat er als consequentie van zijn MVB-beleid uitsluitingen mogelijk zijn. Op dit moment richten de uitsluitingen zich op wapens, mensenrechtenschendingen, arbeidsrechtenschendingen, kolenmijnen, kolencentrales, olie- en gaswinning en tabak. Binnen het MVB-beleid van ons fonds worden de volgende instrumenten toegepast: dialoog, stemgedrag-, uitsluitingen, ESG-integratie (middels ESG benchmarks en ESG due diligence) en impact beleggen. |
| Monitoring & rapportage De toepassing van de ESG-benchmarks, de MVB-uitsluitingenlijst, het stemgedrag, de uitvoering van de dialoog en uitvoering van impact beleggen wordt periodiek gemonitord en leidt tot (verantwoordings-) rapportages van de fiduciair manager en vermogensbeheerders. Ons fonds legt verantwoording af aan onze stakeholders met een jaarlijks MVB-verslag dat wordt gepubliceerd op de website. De fiduciair manager ondersteunt ons fonds bij de beoordeling van de MVB-ontwikkelingen en bij de overige relevante maatschappelijke ontwikkelingen (waaronder wet- en regelgeving). |
| Evaluatie van de effectiviteit van de beheersmaatregelen In 2025 voerden we de volgende activiteiten uit: • SDG benchmarks en SRI benchmark De SDG-benchmarks die in 2023 zijn doorgevoerd zijn eind 2024 geëvalueerd. Uit die evaluatie volgden een aantal verbeteringen die in 2025 zijn doorgevoerd. ESG-beleggen is volop in ontwikkeling en ons fonds streeft ernaar om zich op dit vlak continu te blijven verbeteren. • Nieuw MVB-beleid In 2024 zijn de voorbereidingen getroffen om tot een nieuw MVB-beleid te komen voor de periode 2025-2027. Dit is in 2025 vastgesteld. Ook hierin zijn enkele verbeteringen doorgevoerd en is er meer aandacht voor geopolitieke risico's gekomen. |
| • Accordering nieuwe uitsluitingslijst De Commissie Beleggingen heeft in de tweede helft van 2025 het landenbeleid en het uitsluitingsbeleid wapens opnieuw geëvalueerd. Dit naar aanleiding van enkele maatschappelijke discussies. Er was geen aanleiding tot aanpassing van de 2 beleidskaders. Voor het uitsluitingsbeleid wapens is wel een extra uitvraag gedaan naar de mening van deelnemers om zo invulling te geven aan de wens van het bestuur om deelnemers inspraakmogelijkheden te geven. Door het beleid op maatschappelijk verantwoord beleggen op bovenstaande wijze duidelijk in het beleggingsproces in te richten, is het bestuur van mening dat het zowel de kans op waardedalingen in beleggingen als gevolg van MVB-risico’s, als de kans op reputatieschade beperkt. Het bestuur houdt daarmee ook in ogenschouw dat toekomstig pensioen in een leefbare wereld genoten kan worden. Hierbij merken we op dat het proces rond MVB-indicatoren, met name door gebrek aan adequate data, nog moet groeien, zowel bij ons, als in de kapitaalmarkten. |
Verzekeringstechnisch risico
Het risico dat uitkeringen (nu dan wel in de toekomst) niet gefinancierd kunnen worden vanuit premie- en/of beleggingsinkomsten, als gevolg van onjuiste en/of onvolledige (technische) aannames en grondslagen, bij de ontwikkeling en premiestelling van het product.
| Risicobeleid Ons fonds streeft door het tijdig actualiseren van de actuariële uitgangspunten (actuele waarde) om het verzekeringstechnisch risico te minimaliseren. Het betreft met name de uitgangspunten voor langleven, overlijden en arbeidsongeschiktheid. |
| Beheersmaatregelen Het bestuur beheerst deze risico’s door bij de premievaststelling en bepaling van de technische voorziening uit te gaan van actuele sterftetafels en voorzichtige (actuariële) aannames en analyses. Periodiek worden de actuariële uitgangspunten beoordeeld en waar nodig geactualiseerd. Wanneer dit gebeurt, is vastgelegd in beleid (Abtn). Het bestuur wordt hierin bijgestaan door de adviserend actuaris van ons fonds. Daarnaast worden de gehanteerde actuariële uitgangspunten jaarlijks getoetst door een onafhankelijke actuaris. Ieder kwartaal spreekt de sleutelfunctiehouder actuarieel zich uit in zijn rapportage over de ontwikkelingen betreffende technische voorzieningen. Het arbeidsongeschiktheidsrisico is bescheiden ten opzichte van de totale omvang van de voorzieningen en wordt daarom niet herverzekerd. |
| Monitoring & rapportage Jaarlijkse analyse van de actuariële uitgangspunten in de bestuurlijke cyclus. De gehanteerde actuariële uitgangspunten worden getoetst door een certificerend actuaris en komen naar voren in de rapportage van de certificerend actuaris. Ook beoordeelt de actuarieel functiehouder, op kwartaalbasis, de betrouwbaarheid en adequaatheid van de berekening van de pensioenverplichting. |
| Evaluatie effectiviteit van de beheersmaatregelen In 2024 evalueerden we de uitgangspunten van de kostenvoorziening. Het bestuur besloot de kostenvoorziening in lijn met marktontwikkelingen te verhogen. De tarieven, premies en gehanteerde actuariële sterftetafels pasten we conform beleid aan. |
Omgevingsrisico
Het risico als gevolg van externe veranderingen op het gebied van concurrentieverhoudingen, belanghebbenden, reputatie en ondernemingsklimaat. Maar ook draagvlakvermindering als gevolg van niet-begrijpelijke communicatie of een dreigende verlaging van aanspraken.
| Risicobeleid Voor ons fonds zijn met name de volgende aandachtsgebieden (intern en extern) van belang: - De continuïteit van de werkgever en de ontwikkeling van het aantal (actieve) deelnemers. - De financiële positie van ons fond.; - Helder verwachtingsmanagement naar stakeholders. - Wet toekomst pensioenen. - Ontwikkelingen binnen de pensioensector. |
| Beheersmaatregelen Jaarlijks voert het bestuur een strategische risicoanalyse uit, mede aan de hand van een SWOT-analyse. Op basis van de risicoanalyse stelt het bestuur een jaarprogramma op met activiteiten (maatregelen) die invulling geven aan de beheersing van de belangrijkste aandachtpunten. Al enige jaren is als belangrijkste omgevingsrisico de implementatie van de Wtp aangemerkt. Voor het programma Wet toekomst pensioenen is een Wtp-officer aangesteld. |
| Monitoring & rapportage Het bestuur volgt de voortgang van projecten (maatregelen) tijdens de bestuursvergaderingen met (tussentijdse) rapportages. Tijdens de jaarlijkse strategiesessie wordt beoordeeld of bijsturing nodig is. |
| Evaluatie effectiviteit van de beheersmaatregelen Het jaarprogramma voor 2025 stond grotendeels in het teken van de voorbereidingen op de implementatie van de Wet toekomst pensioenen. Sociale partners hebben eind 2024 formeel middels een transitieplan aangegeven dat de toekomstige pensioenregeling dient te bestaan uit een solidaire regeling met ‘invaren’. Dit geeft richting aan onze voorbereidingen op de overgang naar een nieuwe pensioenregeling. Per 1 juli 2023 is de Wtp van kracht geworden. De uiterste implementatiedatum is 1 januari 2028. We hebben een planning opgesteld die voorziet in tijdige implementatie. |
Operationeel risico (intern)
Het risico samenhangend met ondoelmatige of onvoldoende doeltreffende procesinrichting dan wel procesuitvoering. Hieronder vallen onder meer kosten, fraudegevoeligheid, IT-structuren en administratieve verwerking.
| Risicobeleid Ons fonds beoordeelt de risico’s die samenhangen met de interne organisatie, fiatteringsbevoegdheden, personeel, kostenbeheersing en overige zaken. Omdat de dagelijkse operationele werkzaamheden van ons fonds grotendeels zijn uitbesteed, vormt het operationele risico ook een belangrijk onderdeel van het uitbestedingsrisico (zie uitbestedingsrisico). |
| Beheersmaatregelen Het bestuur analyseert voortdurend in het kader van beheerste en integere bedrijfsvoering de interne organisatie en de toereikendheid van de beheersmaatregelen om risico’s te minimaliseren. Externe toetsing vindt plaats door de externe accountant. |
| Monitoring & rapportage Over het operationele risico wordt op kwartaalbasis gerapporteerd aan het bestuur. |
| Evaluatie effectiviteit van de beheersmaatregelen Er hebben zich geen incidenten voor gedaan met materiële impact. De rollen, taken en daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden van de al bestaande en nieuwe (sleutel)functies zijn formeel vastgelegd in het IRM-beleid (zie hoofdstuk 3 van het IRM-beleid). In 2026 wordt een aanpassing in de governance doorgevoerd. Ons fonds heeft volgens de richtlijnen van de Autoriteit Persoonsgegevens formeel geen functionaris gegevensbescherming (3e lijn) nodig. In de dagelijks uitvoering is ons fonds wel gebaat met een hands on Privacy Officer (2e lijn). De functionaris Gegevensbescherming zal de taken gaan uitvoeren als Privacy Officer en daarbij nauw samenwerken met de compliance officer en de sleutelfunctiehouder risicobeheer. |
Uitbestedingsrisico
Het risico dat de continuïteit, integriteit en/of kwaliteit van de aan derden uitbestede werkzaamheden dan wel door deze derden ter beschikking gestelde apparatuur en personeel wordt geschaad.
| Risicobeleid Uitbestedingspartijen moeten handelen volgens de gemaakte afspraken, in het belang van de deelnemers en de pensioengerechtigden. |
| Beheersmaatregelen Het bestuur heeft een uitbestedingsbeleid. De uitbestedingsrichtlijnen, zoals opgenomen in de Pensioenwet, zijn hierbij in acht genomen. De afspraken met de uitbestedingspartijen staan onder meer in de uitbestedingsovereenkomsten en service level agreements (SLA’s). Alle overeenkomsten toetst het bestuur aan het uitbestedingsbeleid van ons fonds. In een ‘uitbestedingskalender’ is vastgelegd hoe vaak de evaluatieactiviteiten plaatsvinden. |
| Monitoring & rapportage Het bestuursbureau houdt dagelijks toezicht op de uitbestede activiteiten en heeft veelvuldig overleg met de uitbestedingspartijen. De uitbestedingspartijen worden op kwartaalbasis beoordeeld op de volgende onderdelen: uitvoering, accountmanagement, aanvullende dienstverlening en advisering, samenwerking, organisatie en incidenten. De uit de beoordeling naar voren komende vragen en bevindingen worden met de uitbestedingspartijen besproken. In deze overleggen wordt uitvoerig stilgestaan bij de kwaliteit en de resultaten van de uitbestede dienstverlening. De uitkomsten worden gerapporteerd aan het bestuur. Er wordt daarnaast gebruikgemaakt van onafhankelijke informatie (goedkeurende verklaringen bij jaarrekeningen, ISAE 3402 verklaringen of gelijkwaardige verklaringen) van bijvoorbeeld een accountant van de uitbestedingspartijen over de werking van de organisatie en de juistheid van de verstrekte informatie. Ook maakt ons fonds gebruik van de mogelijkheid van gerichte controle-onderzoeken uitgevoerd door de accountant. |
| Evaluatie effectiviteit van de beheersmaatregelen Van eind 2024 tot en met maart 2025 werden de risicorapportages van onze kernuitbestedingspartijen op ons verzoek uitgebreid. Ook werden er aanvullende afspraken gemaakt over de informatieverstrekking en beheersmaatregelen op het gebied van IT- en cyberrisico’s. Dit alles om te voldoen aan de vereisten uit de Digital Operational Resilience Act (DORA). Eind maart 2025 voldeed ons fonds aan DORA. Verder waren er in 2025 geen bevindingen met materiële impact die tot directe bijsturing van de uitbestedingspartijen hebben geleid. Het bestuursbureau pakte aandachtspunten (inclusief de aanbevelingen van de tweede en derde lijn) op en handelde deze af. Het bestuur werd geïnformeerd over de voortgang. |
IT-risico
Het risico dat bedrijfsprocessen, informatievoorziening en gegevens, bij ons fonds of bij derden aan wie werkzaamheden zijn uitbesteed, onvoldoende beveiligd zijn, dan wel onvoldoende integer of operationeel ondersteund worden door de IT-omgeving, met mogelijk reputatieschade of financiële schade tot gevolg
| Risicobeleid Alle kernprocessen van ons fonds zijn uitbesteed. Het IT-risico van ons fonds ligt dan ook vooral extern. Om (uitbestede) IT-risico’s te identificeren, worden de bedreigingen vanuit diverse perspectieven beschouwd, zoals: - Bedreigingen met betrekking tot tijdigheid, juistheid en volledigheid van verwerking van gegevens. - Bedreigingen als gevolg van het toegenomen belang van IT binnen het maatschappelijk verkeer én de toename van de complexiteit van IT voor de bedrijfsvoering, zoals cybercrime, cloud computing en beperkte aanpasbaarheid van (oudere) IT-systemen (legacy). - Bedreigingen die kunnen leiden tot financiële schade bij deelnemers en/of reputatieschade voor ons fonds. - Bedreigingen die kunnen leiden tot verminderde beschikbaarheid dan wel volledige uitval van data en systemen. |
| Beheersmaatregelen Overeenkomsten met uitbestedingspartijen, ISAE 3402 of SOC-rapportages, niet- financiële risicorapportages, incidentenbeleid. Vanwege de toenemende risico’s met betrekking tot cybersecurity en het veranderende speelveld binnen de IT-omgeving (zoals systeem-aanpassingen, onderuitbestedingen, het gebruik van cloudoplossingen en het gebruik van Security Operating Centers), heeft het IT-risico, met name rondom de beveiliging van persoonsgegevens, de bijzondere aandacht van ons fonds. In het kader van de komende transitie van de pensioenregeling die voortvloeit uit de Wtp is samen met de pensioenuitvoeringsorganisatie een project in verband met datakwaliteit opgezet (zie paragraaf 1.2). Daarnaast heeft ons fonds de vereisten uit de Digital Operational Resilience Act (DORA) geïntegreerd in de relevante processen, rapportages, systemen en contractuele afspraken, zowel intern als bij kritieke ketenpartijen, en voldoet het per eind maart 2025 aan deze regelgeving. |
| Monitoring & rapportage Ons fonds ontvangt op kwartaalbasis SLA-rapportages en/of controlerapporten van de uitbestedingspartijen. Daarnaast voert ons fonds risicoanalyses uit en bespreekt het aandachtspunten met de uitbestedingspartijen. Gegeven de geopolitieke ontwikkelingen, met name ten aanzien van de Verenigde Staten, groeit binnen de Europese Unie de wens om de afhankelijkheid van Amerikaanse softwareleveranciers en dienstverleners te verkleinen en waar mogelijk de voorkeur te geven aan Europese alternatieven. Ons fonds is zich bewust van deze ontwikkeling en volgt de actualiteit op dit gebied nauwgezet. |
| Evaluatie effectiviteit van de beheersmaatregelen In 2025 vond de jaarlijkse IT-risicoanalyse plaats op de domeinen pensioenbeheer, vermogensbeheer en de bestuursomgeving. De uitkomst is dat de beheersing van de risico’s er voor zorgt dat het netto risicoprofiel van ons fonds niet verhoogt wordt door het IT-risico. Wel identificeerden we verbeterpunten die in 2026 worden geïmplementeerd. |
Integriteitrisico
Het risico dat de integriteit van ons fonds wordt beïnvloed als gevolg van niet integere en/of onethische gedragingen van de eigen organisatie en uitvoeringsorganisatie(s), medewerkers en directie, het bestuur en (mede)beleidsbepalers, in het kader van wet- en regelgeving en maatschappelijke aanvaarde en door de instelling opgestelde normen.
| Risicobeleid Het bestuur hanteert als uitgangspunten: - Toezien op naleving van regels voor integere en beheerste bedrijfsvoering. - Integriteits- en compliancerisico’s managen, door invulling te geven aan adequaat integriteitsrisicomanagement, waaronder het maken van afspraken over maatregelen en acties. - Meer bewustwording creëren om een integere cultuur te bevorderen. |
| Beheersmaatregelen Het integriteitbeleid van ons fonds omvat de volgende gebieden: compliancebeleid, gedragscode, incidentenregeling, klokkenluidersregeling, beleggingsbeleid en uitbesteding. Daarnaast voert het bestuur een jaarlijkse (systematische) integriteitsrisico-analyse (SIRA) uit. Deze analyse dient als uitgangspunt voor de jaarlijkse integriteitsessie van ons fonds voor de kennisontwikkeling en bewustwording. De integriteitrisicoanalyse is daarnaast ook richtinggevend voor de invulling van beleidsdocumenten, zoals bijvoorbeeld het uitbestedingsbeleid, beloningsbeleid en beleggingsbeleid. Ons fonds beschikt over een compliance charter. Dit compliance charter beschrijft de definitie, doelstellingen, reikwijdte, taken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen bij het waarborgen van een integere organisatie, bedrijfsvoering en naleving van de regels. |
| Monitoring & rapportage De compliance officer van ons fonds toetst of er inbreuk heeft plaatsgevonden op de complianceregels (zoals de gedragscode) en/of beleidsuitgangspunten van ons fonds heeft plaatsgevonden. Met de uitbestedingspartijen worden naast de beschikbare rapportage ook periodieke besprekingen gepland om aansluiting te houden met (mogelijke) integriteitrisico’s op afstand. |
| Evaluatie effectiviteit van de beheersmaatregelen In 2025 rapporteerde onze compliance officer geen inbreuk op de complianceregels. Ook meldde de compliance officer geen bijzonderheden over de naleving van de gedragscode. In 2024 heeft een evaluatie van de gedragscode met het bestuur plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan zijn in 2025 de kernwaarden van ons fonds geïntegreerd in de gedragscode. Verder is de SIRA in 2025 geactualiseerd. |
Juridisch risico
Het risico dat voortvloeit uit wet- en regelgeving, overeenkomsten, pensioenreglementen en communicatie, waardoor juridische conflicten kunnen ontstaan en waaruit aansprakelijkheden kunnen voortvloeien.
| Risicobeleid Voldoen aan de wet- en regelgeving (pensioen-juridisch en fiscaal), uitvoering in lijn met de statuten van het pensioenreglement en handelen in lijn met het beleid. |
| Beheersmaatregelen De benodigde juridische kennis binnen het bestuur en het bestuursbureau wordt actueel gehouden met opleidingen en cursussen. Ons fonds maakt gebruik van een toonaangevende adviseur (actuarieel en pensioen-juridisch). Bij complexe juridische zaken (niet pensioen-juridisch) worden externe juristen of specialisten ingehuurd. |
| Monitoring & rapportage Ontwikkelingen in wet- en regelgeving worden actief gevolgd door ons fonds. Door de countervailing power van het bestuursbureau en de uitbestedingspartijen (onderling) vindt continu monitoring plaats op de juridische risico’s binnen de uitvoering. |
| Evaluatie van de effectiviteit van de beheersmaatregelen In 2025 constateerden we 1 lopend geschil waarvan de verwachting is dat deze geen materiële impact zal hebben voor het fonds. Het fonds heeft verder geen bevindingen met, naar verwachting, een materiële impact. We bereiden ons voor op de toenemende rapportageverplichtingen vanuit regelgeving voor de Wtp en MVB. |
Nettorisicobeeld
In 2025 lag de aandacht onder andere op de beheersing van IT- en cyberrisico’s. In onze risicobeoordeling kennen we een bepaalde zwaarte toe aan de risico’s. In 2025 leidde dat tot het volgende nettorisicobeeld ten opzichte van 2024:

Veranderingen nettorisicobeeld ten opzichte van 2024
Het omgevingsrisico nam iets toe ten opzichte van 2024. Dit komt vooral door toename in geopolitiek risico en (daaraan gerelateerd) cyberrisico.
De aanhoudende en groeiende geopolitieke onzekerheid uit zich met name in de oplopende internationale spanningen, vooral door het politiek-economische beleid van de Verenigde Staten ten aanzien van de Europese Unie en China. In de eerste helft van 2025 veroorzaakten dreigingen van de Amerikaanse overheid tot aanzienlijke importheffingen en verhoogde schommelingen op de markten.
De toenemende geopolitieke fragmentatie bemoeilijkt bovendien de internationale samenwerking bij grensoverschrijdende thema’s, zoals AI, klimaatverandering en de regulering van crypto-valuta. Deze ontwikkelingen kunnen druk uitoefenen op de financiële markten en de toekomstige beleggingsprestaties.
Daarnaast is het IT-risico naar onze inschatting verder toegenomen. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door een groeiend aantal cyberdreigingen gericht op (semi-)overheidsorganisaties, wat verder versterkt wordt door recente ontwikkelingen op het gebied van kunstmatig intelligentie (AI).Ons fonds en onze uitbestedingspartners hebben adequate maatregelen genomen om cyberaanvallen te voorkomen en de impact ervan te beperken. Toch kan een cyberaanval met gevolgen voor onze deelnemers nooit geheel worden uitgesloten.
Verder spelen geopolitieke spanningen een steeds grotere rol, waarbij de Amerikaanse overheid potentieel invloed kan uitoefenen op Amerikaanse softwareleveranciers en dienstverleners. Dit brengt risico’s met zich mee voor Europese partijen, waaronder ons fonds, die direct of indirect via uitbestedingspartijen kunnen worden geraakt.
Als onderdeel van de jaarlijkse IT-risico analyse heeft ons fonds in kaart gebracht in hoeverre Amerikaanse software- en cloudtoepassingen worden gebruikt binnen kritieke bedrijfsprocessen. Ons fonds volgt de internationale IT-ontwikkelingen nauwlettend, met bijzondere aandacht voor risico’s die de continuïteit en autonomie van de dienstverlening kunnen aantasten.
De Digital Operational Resilience Act (DORA) en de Artificial Intelligence Act bieden kaders voor het beheersen van IT- en AI-risico’s. Ons fonds streeft ernaar te voldoen aan deze wetgeving om deze risico’s effectief te beheersen en zo de weerbaarheid en het herstelvermogen van de uitbestedingsketen te versterken.
3.3.5 Belangrijke ontwikkelingen in 2025
3.3.5 Belangrijke ontwikkelingen in 2025
Financiële situatie
De financiële positie van het ons fonds bleef solide. Ook in 2025 konden toeslagen worden verleend (zie Kerncijfers).
Alhoewel de financiële situatie zich goed heeft ontwikkeld gedurende het jaar betekent dit niet dat het risico op pensioenverlagingen van de baan is. De waarde van beleggingen kan sterk op en neer bewegen. We kunnen dus niet uitsluiten dat we tijdens de transitie naar de nieuwe pensioenregeling de pensioenen toch nog moeten verlagen.
Om de impact op de beleggingsportefeuille van schommelingen van rentebewegingen te beheersen, heeft ons fonds eind 2024 besloten tot aanpassing van de rente-afdekking per 31 januari 2025. In plaats van een staffel wordt tot het moment van ingang van de nieuwe pensioenregeling het renterisico voor 85 procent afgedekt. Dit is op basis van een kwantitatieve en een kwalitatieve analyse gedaan. Uiteraard houden we rekening met de risicohouding van ons fonds en de risicobereidheid van onze deelnemers. In het huidige 2025-beleid wordt 85 procent afgedekt. Aan het eind van 2025 is deze mate van afdekking nog steeds actueel.
Wet toekomst pensioenen
In paragraaf 1.2 lichten we de ontwikkelingen rond de Wet toekomst pensioenen toe. Het bestuur actualiseert periodiek de relevante risico’s voor de implementatie en de uitvoering van de nieuwe pensioenregeling. Deze risico’s stemmen we ook af met de onafhankelijke sleutelfunctiehouder risicobeheer.
Het bestuur heeft in het kader van strategische risico’s vooral gesproken over de implementatie van de Wtp. Op reguliere basis worden de ontwikkelingen binnen ons fonds en de belangrijkste uitbestedingspartijen (TKP, VLK en BNY) besproken. Om grip te houden op de implementatie heeft ons fonds een eigen project ingericht en nemen we deel als adviseur aan het implementatieproject van de sociale partners.
Initieel hadden de sociale partners en ons fonds als ambitiedatum afgesproken om de implementatie 1 januari 2026 te voltooien. In lijn met de afgesproken maatregelen heeft ons fonds de haalbaarheid van deze datum continu gemonitord en kritisch bekeken. Hierbij is rekening gehouden met de afhankelijkheden van onder meer de pensioenuitvoeringsorganisatie, de overige kern-uitbestedingspartijen en adviseurs. Ook is de borging van een zorgvuldige procesgang, waarin alle belanghebbenden hun rol goed kunnen invullen, in de monitoring betrokken. Dit heeft geleid, in overleg met de werkgever en overige sociale partners, tot het verschuiven van de ambitiedatum met tenminste een jaar.
De wetgever heeft in december 2025 de uiterste datum voor aanpassing van de pensioenregeling door de pensioenfondsen aan de nieuwe wettelijke eisen verplaatst van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. Ons fonds streeft er naar uiterlijk op die datum te zijn overgegaan naar het nieuwe pensioenstelsel. Ons fonds zal de haalbaarheid van deze datum continu in de gaten blijven houden en toetsen bij alle betrokkenen.
Ons fonds stelt een tussentijdse (partiële) eigenrisicobeoordeling (ERB) op als er een grote wijziging in het risicoprofiel van ons fonds voordoet door een veranderde omgeving of strategische besluiten. Het bestuur ziet de implementatie van de Wet toekomst pensioenen als een grote wijziging in het risicoprofiel. De uitkomsten van de risicoanalyses zullen worden opgenomen in het implementatieplan. Het implementatieplan met de onderliggende risicoanalyses en bijbehorende maatregelen worden door het bestuur beschouwd als (partiële) ERB.
Innovatie pensioenuitvoering
De pensioenadministratie krijgt een nieuwe inrichting, passend bij de uitwerking van de Wtp. We volgen de impact op de (kwaliteit) van de uitvoering nauwgezet.
De impact van geopolitieke ontwikkelingen
Geopolitieke ontwikkelingen in 2025 hebben een aanzienlijke impact gehad op de financiële markten. De toegenomen internationale spanningen, met name tussen de Verenigde Staten, China en de Europese Unie, hebben geleid tot een verdere fragmentatie van de wereldhandel en een toename van beschermende maatregelen. Deze ontwikkelingen zijn versterkt door wederzijdse importheffingen, financieel-economische sancties en een groeiende inzet van technologische en industriële autonomie. De handelsoorlog tussen de VS en China staat hierbij centraal. Paragraaf 2.1.4 gaat verder in op de ontwikkelingen in de beleggingsportefeuille en het beleggingsrendement in 2025.
Het jaar 2025 kenmerkt zich daarnaast door ingrijpende ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI) en de toenemende dreiging van cyberincidenten voor (semi-)overheidsinstellingen. AI wordt steeds vaker ingezet in bedrijfsprocessen, maar vormt tegelijkertijd een groeiend risico doordat cybercriminelen AI-benutten voor geavanceerdere aanvallen. Ons fonds blijft alert en beoordeelt continu of de genomen beheersmaatregelen voldoende zijn om IT-risico’s, waaronder cybercriminaliteit, effectief te verkleinen of te voorkomen.
Eigenrisicobeoordeling
In 2024 is de ERB (eigenrisicobeoordeling) bijgewerkt. Het betrof een reguliere aanpassing die tenminste éénmaal in de drie jaar dient plaats te vinden.
De eerstvolgende ERB staat gepland voor 2026. Deze staat vooral in het kader van de implementatie van de Wtp.
De ERB geeft inzicht in de samenhang tussen de strategie van ons fonds, de materiële risico’s die ons fonds kunnen bedreigen, de door het fonds geïmplementeerde risicobeheersmaatregelen, en de mogelijke consequenties hiervan voor het behalen van de doelstellingen van ons fonds. De belangen van de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden staan hierbij centraal. Het gaat tenslotte om het realiseren van een zo goed mogelijk pensioen. Tevens geeft de ERB inzicht in de effectiviteit en doelmatigheid van het risicobeheer. In de ERB zijn verder geen wezenlijke veranderingen doorgevoerd.
De centrale vraagstelling voor 2026 is onveranderd. Er zijn in de voorbereiding op de ERB geen wezenlijk andere risico's geïdentificeerd. Wel zijn er nieuwe risico’s opgenomen die verband houden met de implementatie van de Wtp en mogelijk toekomstige ontwikkelingen. Bestaande risico's zijn opnieuw beoordeeld en waar nodig zijn aanvullende acties geformuleerd.
In hoofdstuk 3.3.4 Risicobeoordeling staat een uitgebreide toelichting op de blootstelling aan deze risico’s en de beheersmaatregelen die we troffen. Er zijn geen aanwijzingen dat deze beheersmaatregelen onvoldoende waren.
Ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI)
Ons fonds volgt nauwgezet de ontwikkelingen rondom Artificial Intelligence (AI), die zowel kansen als risico’s met zich meebrengt voor de pensioensector.
Enerzijds kan AI leiden tot efficiëntere processen in de bediening van deelnemers, zoals automatisering van administratie of verbeterde data-analyse. Ons fonds verkent deze mogelijkheden samen met kernuitbestedingspartijen. Voordat AI-toepassingen worden ingevoerd, zal eerst een duidelijk beleidskader worden opgesteld om verantwoord gebruik te waarborgen.
Anderzijds vergroot AI de mogelijkheden voor cybercriminelen, bijvoorbeeld door geavanceerde phishing of manipulatie van systemen. De risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen worden opgenomen in zowel de SIRA als de jaarlijkse IT-risicoanalyse van ons fonds.
Ons fonds zorgt ervoor dat alle AI-toepassingen voldoen aan de EU AI Act, die kaders stelt voor het verantwoord gebruik van artificiële intelligentie, en aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), die regels biedt voor de verwerking van persoonsgegevens. Hiermee wordt gegarandeerd dat innovatie hand in hand gaat met veiligheid, integriteit, transparantie en wettelijke vereisten.
3.4 Kosten
De uitvoering van de regeling kost geld. In deze paragraaf geven we inzicht in deze kosten. We maken onderscheid tussen de kosten voor pensioenbeheer, vermogensbeheer en transactiekosten. We volgen de ‘aanbevelingen uitvoeringskosten’ van de Pensioenfederatie.
De totale beheerkosten stegen van 46,21 miljoen euro in 2024 naar 47,97 miljoen euro in 2025. In paragraaf 3.4.2 lichten we dit verder toe. Uitgedrukt als percentage van het gemiddeld belegd vermogen in 2025 daalden de totale beheerkosten naar 0,53 procent (2024: 0,55 procent). Zie de tabel hieronder.
| bedragen x 1 miljoen euro): | 2025 | 2025 | 2024 | 2024 |
|---|---|---|---|---|
| € | %** | € | %** | |
| Kosten pensioenbeheer (zie paragraaf 3.4.1)* | 9,92 | 0,11% | 6,57 | 0,08% |
| Kosten vermogensbeheer (zie paragraaf 3.4.2) | 38,05 | 0,42% | 39,64 | 0,47% |
| (exclusief transactiekosten) | ||||
| Totale kosten beheer | 47,97 | 0,53% | 46,21 | 0,55% |
| Transactiekosten (zie paragraaf 3.4.3) | 6,08 | 0,07% | 6,62 | 0,08% |
| Gemiddeld belegd vermogen | 9.034,86 | 8.886,76 | ||
| *Uitgedrukt in euro’s per deelnemer | 232 | 159 |
**Totale kosten uitgedrukt in procenten van het gemiddeld belegd vermogen
3.4.1 Pensioenuitvoeringskosten
3.4.1 Pensioenuitvoeringskosten
We hebben voortdurend aandacht voor de pensioenuitvoeringskosten. Kosten zijn nodig om een bepaalde kwaliteit te bieden. Kwaliteit van pensioenbeheer bijvoorbeeld, en van communicatie met deelnemers en pensioengerechtigden. Maar we moeten ook kosten maken om te blijven voldoen aan wet- en regelgeving en (een toenemend aantal) toezichteisen. We streven steeds naar een evenwicht tussen de kosten en de toegevoegde waarde voor de deelnemers.
De kosten pensioenbeheer waren in 2025 9,92 miljoen euro (2024: 6,57 miljoen euro). Dit is na toerekening van een deel van de kosten aan de kosten vermogensbeheer. In de jaarrekening 2025 staan de kosten pensioenbeheer na aftrek van alle toegerekende kosten aan vermogensbeheer.
| Pensioenuitvoeringskosten (bedragen x 1 miljoen euro) | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| Totale pensioenuitvoeringskosten | 12,02 | 8,51 | |
| Af: aan vermogensbeheer toegerekende kosten | 2,10- | 1,94- | |
| Totaal kosten pensioenbeheer (zie toelichting 17 in de jaarrekening) | 9,92 | 6,57 | |
| Uitgedrukt in euro’s per deelnemer (actieven en slapers) | 232,00 | 159,00 |
De kosten pensioenbeheer per deelnemer berekenden we op de manier die de Pensioenfederatie aanbeveelt: gebaseerd op het totaal aantal actieve deelnemers en pensioengerechtigden aan het eind van het jaar. Eind 2025 hadden we in totaal 42.519 deelnemers (2024: 41.345). We maken ook kosten voor gewezen deelnemers. Inclusief de gewezen deelnemers waren de kosten pensioenbeheer per deelnemer in 2025 161 euro (2024: 109 euro).
Om een goede vergelijking te kunnen maken, staan in de tabel hieronder de kosten pensioenbeheer vóór toerekening aan vermogensbeheer.
| Pensioenuitvoeringskosten per deelnemer & pensioengerechtigde | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| bedragen x 1 miljoen euro) | |||
| Kosten pensioenuitvoeringsorganisatie (excl Wtp gerelateerde kosten) | 4,83 | 4,24 | |
| Kosten bestuursbureau | 2,01 | 2,01 | |
| Kosten pensioencommunicatie | 0,48 | 0,51 | |
| Kosten toezichthouders (DNB en AFM) | 0,88 | 0,68 | |
| Kosten bestuur, RvT en VO | 0,31 | 0,10 | |
| Kosten risicomanagement | 0,41 | 0,48 | |
| Advieskosten | 0,16 | 0,17 | |
| Accountants- en actuariskosten | 0,17 | 0,15 | |
| Overige kosten | 0,17 | 0,17 | |
| Totaal pensioenuitvoeringskosten excl. kosten Wtp | 9,42 | 8,51 | |
| Eenmalige WTP kosten | 2,60 | - | |
| Totaal pensioenuitvoeringskosten incl. kosten Wtp | 12,02 | 8,51 |
Kostenbeheersing
Om onze kosten beheersbaar te houden, maken we steeds de volgende afweging: ‘doen we de juiste dingen, op de juiste manier en op het juiste moment’. Zo zetten we onze middelen zo efficiënt mogelijk in. We zijn continu met onze uitbestedingspartijen in gesprek over de (kosten)ontwikkelingen, zodat we, als dat nodig is, tijdig kunnen bijsturen.
We volgen het niveau van de uitvoering en de bijbehorende kosten. Dat doen we onder andere door naar onze begroting te kijken en offertes te vergelijken.
In 2025 stegen de kosten met 3,5 miljoen euro. Vooral de volgende kosten stegen:
- Kosten pensioenuitvoeringsorganisatie (TKP): De kosten stegen door de jaarlijkse indexatie van de tarieven, door de kosten voor het project datakwaliteit en werkzaamheden gerelateerd aan Wtp.
- Kosten pensioencommunicatie: De kosten stegen door een stijging in communicatie gerelateerde activiteiten (mede ter voorbereiding van Wtp).
- Kosten risicomanagement: De kosten zijn gestegen, mede als gevolg van eenmalige uitgaven voor het implementeren van DORA binnen de organisatie.
- Kosten externe adviseurs: Daarnaast zijn de kosten toegenomen door de inzet van externe adviseurs in het kader van Wtp.
De kosten die ons fonds maakt voor de implementatie van de Wtp waren tot en met 2024 geactiveerd op de balans en kwamen niet tot uitdrukking in de staat van de baten en lasten. In 2025 heeft ons fonds met de werkgever de afspraak gemaakt dat de werkgever eenmalig een bedrag van EUR 3 miljoen betaalt ter dekking van de gemaakte WTP-kosten. Dit bedrag is in 2025 voldaan. Vanaf dat moment worden bedragen die boven dit bedrag uitkomen, verwerkt in de staat van baten en lasten.
In 2023 hebben wij onze pensioenuitvoeringskosten per deelnemer vergeleken met de kosten van pensioenfondsen van vergelijkbare grootte. Hiervoor gebruikten we de rapportage van een externe partij (BELL). Omdat BELL de rapportage baseert op de cijfers uit de jaarverslagen van de pensioenfondsen vindt de vergelijking altijd met een jaar vertraging plaats. In 2022 waren de gemiddelde kosten per deelnemer van pensioenfondsen met tussen de 10.000 en 100.000 deelnemers 186 euro (2021: 188 euro). Onze kosten per deelnemer waren lager: in 2022 155 euro en in 2021 166 euro. We oordeelden dat onze kosten per deelnemer marktconform zijn.
3.4.2 Kosten vermogensbeheer
3.4.2 Kosten vermogensbeheer
We hebben voortdurend aandacht voor de kosten vermogensbeheer. We streven naar evenwicht tussen kosten, risico en rendement. Het bestuur gelooft als langetermijnbelegger te kunnen profiteren van de ‘illiquiditeitspremie’. Illiquide beleggingen beheren vergt meer inspanning en dus meer kosten dan liquide beleggingen. Zoals de Pensioenfederatie aanbeveelt, zetten we de kosten vermogensbeheer af tegen ons gemiddeld belegd vermogen.
| Kengetallen | 2025 | 2025 | 2024 | 2024 |
|---|---|---|---|---|
| Vermogensbeheerkosten per categorie | € | % | € | % |
| (bedragen x 1 miljoen euro) (In procenten over het gemiddeld belegd vermogen) |
||||
| Vermogensbeheerkosten | ||||
| Beheervergoedingen direct en indirect | 23,25 | 0,26% | 23,45 | 0,26% |
| Prestatieafhankelijke vergoedingen | 10,18 | 0,11% | 11,48 | 0,13% |
| Overige vermogensbeheerkosten | 4,62 | 0,05% | 4,71 | 0,05% |
| Totaal vermogensbeheerkosten (exclusief transactiekosten) | 38,05 | 0,42% | 39,64 | 0,44% |
| Gemiddeld belegd vermogen | 9.034,86 | 8.886,80 |
Kosten vermogensbeheer zijn kosten die we moeten maken om het vermogen te kunnen beleggen. Onder vermogensbeheerkosten vallen:
- de kosten van het fiduciair beheer
- de custodian
- de werkzaamheden van het bestuursbureau voor vermogensbeheer
- vermogensbeheeradvies
- extern vermogensbeheer
- de eventuele prestatieafhankelijke vergoedingen
Om de totale vermogensbeheerkosten van vastgoed en private markets te bepalen, kijken we ook naar gerelateerde kosten in de onderliggende beleggingen. Als we voor perioden nog geen facturen hebben ontvangen, rekenen we de kosten toe volgens het ‘matchingprincipe’. Dat is toerekening van kosten en opbrengsten, gebaseerd op vergelijkbare tijdsperioden. We relateren de kosten van vermogensbeheer aan het gemiddeld belegd vermogen.
Vermogensbeheerkosten en netto rendement per deelnemer
In onderstaande tabel zijn de vermogensbeheerkosten inclusief de transactiekosten per deelnemer (inclusief de gewezen deelnemers) over de afgelopen vijf jaar vergeleken met het netto rendement:
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Vermogensbeheerkosten en netto rendement per deelnemer | Vermogensbeheerkosten per deelnemer (€) | Netto rendement per deelnemer (€) |
|---|---|---|
| 2021 | 882,00 | 7.509,00 |
| 2022 | 819,00 | -25.746,00 |
| 2023 | 651,00 | 11.557,00 |
| 2024 | 657,00 | 10.901,00 |
| 2025 | 618,00 | -5.426,00 |
Uit de tabel blijkt dat in 2021, 2023 en 2024 het netto -rendement een veelvoud was van de kosten per deelnemer. De jaren 2022 en 2025 daarentegen hebben een negatief netto-rendement laten zien. Het negatieve resultaat in 2022 was met name toe te schrijven aan een sterke stijging van de rente en een aanzienlijke daling van de aandelenkoersen. In 2025 werd het negatieve rendement vooral veroorzaakt door marktbewegingen als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen. Met name de negatieve uitschieter in 2022 heeft aanzienlijk bijgedragen aan het negatieve gemiddelde netto rendement over de afgelopen vijf jaar (-0,20%).
Kosten vermogensbeheer per beleggingscategorie
| Vermogensbeheerkosten per categorie | 2025 | 2025 | 2024 | 2024 |
|---|---|---|---|---|
| (bedragen x 1 miljoen euro) | € | % | € | % |
| Aandelen | 0,63 | 0,01% | 0,60 | 0,01% |
| Vastrentende waarden (excl. derivaten) | 5,11 | 0,06% | 5,32 | 0,06% |
| Commodities | 0,00 | 0,00% | - | 0,00% |
| Vastgoed | 7,17 | 0,08% | 7,69 | 0,09% |
| Geldmarktfondsen | 0,55 | 0,01% | 0,69 | 0,01% |
| Private markets & infrastructuur | 17,53 | 0,19% | 18,45 | 0,21% |
| Derivaten | 0,78 | 0,01% | 0,72 | 0,01% |
| Custodian | 1,31 | 0,01% | 1,00 | 0,01% |
| Overig | 4,97 | 0,06% | 5,17 | 0,06% |
| Totaal vermogensbeheerkosten | 38,05 | 0,42% | 39,64 | 0,44% |
Als de rendementen op de illiquide beleggingen in de categorie private markets uitzonderlijk hoog zijn, betalen we een prestatieafhankelijke vergoeding. Ook een beperkt aantal managers van vastgoedfondsen ontvangt onder bepaalde voorwaarden een prestatieafhankelijke vergoeding. We betalen de vergoeding pas uit als de vermogensbeheerders over een langere periode uitzonderlijk hogere rendementen behalen. Als rendementen in de toekomst lager uitvallen, brengen we dit op de vergoeding in mindering.
In totaal bedroegen de prestatieafhankelijke vergoedingen in 2025 10,18 miljoen euro (2024: 11,48 miljoen euro): 0,06 miljoen euro voor niet genoteerd vastgoed (2024: 0,22 miljoen euro) en 10,12 miljoen euro voor private markets (2024: 11,26 miljoen euro).
De overige kosten zijn vooral de kosten voor het fiduciaire beheer en het aandeel in de pensioenuitvoeringskosten dat we aan vermogensbeheer toerekenden. Dit aandeel was in 2025 2,10 miljoen euro en in 2024 1,94 miljoen euro. In paragraaf 3.4.1 lichten we dit toe.
Aansluiting met de jaarrekening
In de jaarrekening staan bij de ‘Beleggingsresultaten risico fonds’ alleen de directe kosten vermeld. Dit is het totaal van de directe kosten vermogensbeheer en de directe transactiekosten. De indirecte kosten vermogensbeheer en de indirecte transactiekosten zijn onderdeel van de per beleggingscategorie vermelde (indirecte) beleggingsopbrengsten.
| Kosten vermogensbeheer (verschil bestuursverslag en jaarrekening) | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| (bedragen x 1 miljoen euro) | |||
| Directe kosten vermogensbeheer expliciet vermeld in de jaarrekening | 11,12 | 11,93 | |
| Waarvan directe transactiekosten | -0,29 | -0,84 | |
| Kosten van vermogensbeheer opgenomen in de waardeverandering | |||
| van beleggingen | 17,04 | 17,07 | |
| Indirecte prestatieafhankelijke vergoedingen | 10,18 | 11,48 | |
| Totaal kosten van vermogensbeheer | 38,05 | 39,64 | |
3.4.3 Transactiekosten
3.4.3 Transactiekosten
Transactiekosten zijn de kosten van een beleggingstransactie. Transactiekosten betalen we bijvoorbeeld aan een beurs, effectenmakelaar of custodian. De transactiekosten worden ook wel verrekend in de prijs. Deze impliciete transactiekosten berekenen we op basis van een schatting. Hierbij volgen we de aanbevelingen van de Pensioenfederatie. We relateren de transactiekosten aan het gemiddeld belegd vermogen. Van de totale transactiekosten was in 2025 5,79 miljoen euro impliciet (2024: 5,79 miljoen euro).
| Transactiekosten als percentage van het gem. belegd vermogen | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| (bedragen x 1 miljoen euro) | |||
| Totale transactiekosten | 6,07 | 6,62 | |
| Gemiddeld belegd vermogen | 9.034,86 | 8.886,77 | |
| Kosten van transacties in procenten | 0,07% | 0,07% |
| Transactiekosten per categorie | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
| (bedragen x 1 miljoen euro) | € | € | |
| Aandelen | 1,21 | 1,75 | |
| Vastrentende waarden (exclusief derivaten) | 2,35 | 2,55 | |
| Commodities | 0,00 | 0,00 | |
| Vastgoed | 0,00 | 0,00 | |
| Geldmarktfondsen | 0,47 | 0,60 | |
| Private markets | 0,00 | 0,00 | |
| Derivaten | 1,46 | 1,19 | |
| Overig | 0,58 | 0,53 | |
| Totaal transactiekosten | 6,07 | 6,62 |
De transactiekosten in de matchingportefeuille berekenen we per transactie (staatsobligaties en derivaten). De overige transactiekosten berekenen we op basis van schattingen volgens de aanbevelingen van de Pensioenfederatie.
3.4.4 Vermogensbeheerkosten vergeleken met andere pensioenfondsen
3.4.4 Vermogensbeheerkosten vergeleken met andere pensioenfondsen
We vergeleken de kosten vermogensbeheer, inclusief de transactiekosten, met de kosten van vergelijkbare pensioenfondsen. We gebruikten de rapportage van een externe partij (BELL). BELL baseert de rapportage op de cijfers in de jaarverslagen van de pensioenfondsen. Daardoor vindt de vergelijking altijd met een jaar vertraging plaats. We vergeleken onze kosten in 2022 met die van 21 pensioenfondsen met een belegd vermogen tussen de 2 en 16 miljard euro. Om de kosten goed te kunnen vergelijken, herrekende BELL de kosten van die 21 pensioenfondsen, met als uitgangspunt dat zij op hoofdniveau dezelfde beleggingsmix hebben als wij.
De kosten vermogensbeheer, inclusief de transactiekosten, van de peergroep waren 0,44 procent van het gemiddeld belegd vermogen. Onze kosten vermogensbeheer, inclusief de transactiekosten, waren 0,68 procent. Ons overrendement was 0,25 procent tegen -0,44 procent van de peergroep.
De vermogensbeheerkosten van de meeste beleggingscategorieën waren vergelijkbaar met of lager dan het marktgemiddelde. Alleen onze vermogensbeheerkosten van de categorie private markets lagen boven het gemiddelde van de meeste andere pensioenfondsen. Ons hoge overrendement (7,7 procent tegen 1,2 procent bij de peergroep) maakte deze hogere kosten meer dan goed.
Het bestuur heeft een beoordeling uitgevoerd en concludeert dat het niveau van de vermogensbeheerkosten in lijn is met ons beleggingsbeleid en de rendementen die daarmee worden behaald.
Amsterdam, 28 mei 2026
dhr. B.A.A.M. van der Stee, voorzitter
dhr. P.A.W. Edgar, plaatsvervangend voorzitter
dhr. N. Lieman, secretaris
dhr. M.H.W. Rovers
dhr. W.J.L. van Pelt
dhr. R.J.J. Dudink
dhr. F. van der Linden
dhr. R.D. Burgers (plaatsvervangend lid)
mw. H. Busstra (plaatsvervangend lid)
dhr. M.C.P. Leliefeld (plaatsvervangend lid)
mw. J.M.A. van Haren
dhr. T.J.G.J. Wentink (plaatsvervangend lid)
dhr. J. de Winter

Het pensioenfonds heeft een missie, visie en strategie. Daarin beschrijft het pensioenfonds wat het pensioenfonds wil betekenen en bereiken voor zijn belanghebbenden, rekening houdend met hun voorkeuren en belangen. Op deze wijze bepaalt het pensioenfonds wat zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, zijn. Het pensioenfonds evalueert zijn missie, visie en strategie periodiek en rapporteert hierover in zijn bestuursverslag.
In paragraaf 2.1. van dit jaarverslag rapporteert het bestuur over het toegepaste beleggingsbeleid en het betrekken van de voorkeuren en belangen van betrokkenen daarbij.
In paragraaf 3.3 rapporteert het bestuur over het risicoprofiel en de risicohouding van ons fonds.
Het pensioenfonds verdiept zich in de voorkeuren van de bij het pensioenfonds betrokken belanghebbenden en betrekt deze voorkeuren bij het bepalen van zijn strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten en gaat daarover met de belanghebbenden in gesprek. Het pensioenfonds rapporteert hierover jaarlijks in het bestuursverslag.
In paragraaf 1.5 “Pensioencommunicatie” van dit jaarverslag rapporteert het bestuur ondermeer welke (deelnemers)onderzoeken en acties ons fonds in 2025 heeft uitgevoerd ter bevordering van de dienstverlening, gericht op de pijlers: duidelijkheid, vertrouwen en handelingsperspectief voor deelnemers. In paragraaf 3.1.7. wordt toegelicht hoe ons fonds de voorkeuren van belanghebbenden betrekt bij het formuleren van strategische doelstellingen en beleidsuitgangspunten.
De samenstelling van fondsorganen is wat betreft geschiktheid, complementariteit, diversiteit en inclusie, afspiegeling van belanghebbenden en continuïteit, vastgelegd in beleid.
Het pensioenfonds heeft een schriftelijk beleid vastgesteld om de diversiteit en inclusie in zijn fondsorganen te vergroten of in stand te houden. Dit beleid stelt passende doelen op ten aanzien van de mate van diversiteit op alle voor het pensioenfonds relevante maatschappelijke aspecten, waaronder tenminste geslacht of genderidentiteit, leeftijd en sociaal-culturele achtergrond. Op basis van dit beleid heeft het pensioenfonds een planmatige aanpak gericht op het bereiken van deze doelen. Het bestuur herijkt dit beleid periodiek en rapporteert jaarlijks in het bestuursverslag over de resultaten van dit beleid.