Spring naar inhoud

Verantwoord beleggen met een goed rendement

2.1 Beleggingsbeleid

Een pensioenfonds moet voldoende geld in kas hebben om de huidige én de toekomstige pensioenen te kunnen uitbetalen. We beleggen voor een zo goed mogelijk pensioenresultaat voor onze deelnemers en pensioengerechtigden. Maar beleggen brengt ook risico’s met zich mee. Het gaat om de beste balans tussen rendement, risico en kosten. De kosten lichten we toe in paragraaf 3.4.

2.1 Beleggingsbeleid

In deze paragraaf beschrijven we ons beleggingsbeleid. We besteden aandacht aan het strategisch beleggingsbeleid, de samenstelling van de beleggingsportefeuille, maatschappelijk verantwoord beleggen en de beleggingsrendementen in 2025. Voor meer informatie en documentatie over ons beleggingsplan, beleggingsovertuigingen, uitsluitingsbeleid en andere relevante beleggingsdocumenten verwijzen wij u naar onze website: www.uwvpensioen.nl/beleggingsbeleid.

2.1.1 Strategisch beleggingsbeleid

​2.1.1 Strategisch beleggingsbeleid

We hebben een ‘matchingportefeuille’ om het renterisico van onze verplichtingen te beheersen. Daarin proberen we de rentegevoeligheid van de beleggingen te laten aansluiten bij de rentegevoeligheid van de pensioenverplichtingen. In de matchingportefeuille zitten vooral staatsobligaties en derivaten (renteswaps). Daarnaast hebben we een ‘rendementsportefeuille’. Hiermee willen we winst maken met onze beleggingen om de pensioenen in de toekomst te kunnen verhogen.

De tabel hieronder geeft de norm (doelweging) weer naast de feitelijke verdeling van eind 2025 en eind 2024.

Portefeuille Norm 2025 Portefeuille Portefeuille
(in procenten)   eind 2025 eind 2024
Matchingportefeuille 27,9 24,2 27,2
Rendementsportefeuille 72,1 75,8 72,8
Totaal 100,0 100,0 100,0
Portefeuille Norm 2025 Portefeuille Portefeuille
(in procenten)   eind 2025 eind 2024
Totaal matchingportefeuille 27,9 24,2 27,2
Euro AAA-AA staatsobligaties en swaps - 18,1 20,3
Liquiditeiten - 6,1 6,9
Portefeuille Norm 2025 Portefeuille Portefeuille
(in procenten)   eind 2025 eind 2024
Totaal rendementsportefeuille 72,1 75,8 72,8
Aandelen 21,0 23,1 21,8
Aandelen ontwikkelde landen 18,9 20,9 19,8
Aandelen opkomende landen 2,1 2,2 2,0
Vastrentende waarden 36,0 38,0 35,5
Hypotheken 14,0 14,7 13,5
Bedrijfsobligaties Investment Grade 6,6 7,0 7,2
Hoogrentende bedrijven 6,2 6,6 6,2
Hoogrentende landen 6,2 6,6 6,2
Onderhandse leningen 3,0 3,1 2,4
Vastgoed 10,0 9,1 9,3
Niet-genoteerd vastgoed 10,0 9,1 9,3
Alternatieve beleggingen 4,0 4,7 4,9
Private Markets 4,0 4,7 4,9
Liquiditeiten 1,1 1,0 1,4
Liquiditeiten (inclusief valuta afdekking) 1,1 1,0 1,4

2.1.2 Aanpassingen in de beleggingsportefeuille in 2025

​2.1.2 Aanpassingen in de beleggingsportefeuille in 2025

In 2025 hebben we één aanpassing in de portefeuille doorgevoerd. Dit deden we binnen de kaders van ons strategisch beleggingsbeleid voor de periode van 2024 tot 2026. Dit strategisch beleggingsbeleid stelden we in 2023 vast.

  • We voerden de afgelopen jaren een beleid van dynamische renteafdekking. Dat betekent dat we de rente niet altijd evenveel afdekten. Hoeveel we afdekten, hing af van de hoogte van de rente. Als de rente laag was dekten we meer af om het risico te beperken en als de rente hoog was, dekten we minder af om meer kans op rendement te houden. Eind 2024 was de renteafdekking, op basis van de dynamische rentestaffel, 72,5 procent. In 2024 heeft het pensioenfonds besloten om afscheid te nemen van de dynamische renteafdekking, en om de lineaire renteafdekking te verhogen naar 85 procent. Hiermee wordt voorgesorteerd op de Wet toekomst pensioenen (Wtp). De kans op een te lage dekkingsgraad voor invaren onder Wtp wordt hiermee verkleind. De renteafdekking zal onder Wtp naar verwachting stijgen naar een totaal niveau van 85 procent, op basis van het vastgestelde Wtp beleggingsbeleid. De verhoging van de renteafdekking is per eind januari 2025 geïmplementeerd.

2.1.3 Maatschappelijk verantwoord beleggen (MVB)

​2.1.3 Maatschappelijk verantwoord beleggen (MVB)

Begin 2025 stelden we een nieuwe versie van ons beleid voor maatschappelijk verantwoord beleggen (MVB) vast. Het beleidsdocument staat op onze website: www.uwvpensioen.nl/verantwoord-beleggen.

Onze hoofddoel is een goede uitvoering van de pensioenregeling van onze deelnemers. Het doel van ons beleggingsbeleid is op korte en lange termijn kunnen voldoen aan de pensioenverplichtingen. Ook willen we de pensioenaanspraken en de pensioenen, wanneer mogelijk, kunnen aanpassen aan de loon- en prijsontwikkeling.

Naast risico en rendement vinden we verantwoord beleggen een belangrijk thema. We beleggen ons vermogen op een maatschappelijk verantwoorde manier. We zijn ervan overtuigd dat dit niet ten koste gaat van financieel rendement en een positieve bijdrage kan leveren. Waar mogelijk zetten we ons vermogen ook in voor de verduurzaming van de maatschappij. We hanteren het ‘do good’-principe en leggen de nadruk op de thema’s klimaat en arbeid. Onder klimaat vallen ook ontbossing en biodiversiteit. Het bestuur baseert deze keuzes op een risicoanalyse en op de input van de betrokkenen bij ons fonds. Deze betrokkenen zijn de deelnemers, de gepensioneerden, het verantwoordingsorgaan en UWV (de werkgever).

Verder hanteren we de United Nations Global Compact als basis van ons uitsluitingsbeleid. Ook ondertekenden we de United Nations Principles for Responsible Investment (UNPRI).

De belangrijkste MVB-thema's

Hieronder geven we een overzicht van onze twee belangrijkste MVB-thema’s: klimaat en arbeid.

Klimaat

Voor de periode vanaf 2021 stelden we een langetermijndoel voor CO2-reductie vast. We kozen voor de ‘Paris Aligned benchmark’. Deze benchmark gaat uit van een initiële CO2-reductie van ongeveer 50 procent, gevolgd door een jaarlijkse CO2-reductie van ongeveer 7 procent.
Binnen de categorie aandelen beleggen we op basis van benchmarks waarin, naast een best-in-class aanpak, een aanzienlijke CO2-reductie wordt gerealiseerd en gestuurd wordt op de voor ons belangrijke Sustainable Development Goals 7 (duurzame en betaalbare energie), 8 (fatsoenlijk werk en economische groei) en 13 (schone energie en klimaatadaptatie).

Binnen investment grade bedrijfsobligaties is gekozen voor een Environmental, Social & Governance-benchmark (ESG-benchmark) waarin, ten opzichte van de hiervoor gehanteerde benchmark, een strenger uitsluitingsbeleid wordt toegepast. Via deze benchmark wordt een verdere reductie van de CO2-uitstoot gerealiseerd.

Klimaatfilters kunnen de meest vervuilende bedrijven in sectoren als de cementindustrie of metaalindustrie uitsluiten. Gedachte hierbij is dat een beperkt aantal bedrijven verantwoordelijk is voor een groot deel van de uitstoot en deze bedrijven het meest gevoelig zijn voor de klimaattransitie. Het opnemen van Sustainable Development Goals (SDG’s) binnen een benchmark zal op korte termijn niet zorgen voor een aanzienlijk lagere CO2-emissie, maar draagt bij aan het ontwikkelen van oplossingen zodat de maatschappij geleidelijk met minder CO2 uitstoot te maken krijgt. Aangezien eindproducten zoals cement en staal – in tegenstelling tot olie en gas – op de lange termijn benodigd zullen blijven in het economische proces legt ons fonds de nadruk op het veranderen van bedrijfsprocessen in de cement- en metaalindustrie zodat minder CO2 wordt uitgestoten.

Binnen alle liquide beleggingscategorieën gebruiken we ESG-ratings om de op duurzaamheid slechtst presterende bedrijven en landen te verkopen en de beste bedrijven en landen te behouden. We sluiten kolenmijnen, kolencentrales en olie- en gaswinning uit. We streven naar CO2-reductie binnen de vastgoedcategorie, met nadruk op energiebesparing, gebruik van hernieuwbare energie en CO2-arme manieren van bouwen.
Naast reductie van de CO2-intensiteit van de beleggingsportefeuille investeren we ook in beleggingen met een directe positieve klimaatimpact, zoals:

  • een verdeling naar groene obligaties in de matchingportefeuille, bijvoorbeeld voor investeringen in isolatie, openbaar vervoer en energiebesparing
  • beleggingen in projecten en bedrijven die hernieuwbare energie produceren, energie besparen, afgevangen CO2-uitstoot opslaan en waterstofinfrastructuur maken in de private markets portefeuille

Arbeid

Waar mogelijk implementeren we het thema arbeid in de beleggingen. Binnen de portefeuille van staatsleningen van opkomende landen gebeurt dit door de 10 grootste schenders van arbeidsrechten volgens de richtlijnen van de ITUC global rights lijst uit te sluiten. Het landenbeleid van ons fonds bevat daarnaast criteria passend bij vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en democratie (de Freedom House index). Ook deze criteria worden toegepast binnen de categorie staatsleningen van opkomende landen. Gezien het belang dat ons fonds hecht aan dit onderwerp is er een maatwerk index ontwikkeld.

Aangezien het thema arbeid minder direct belegbaar is dan klimaat heeft ons fonds afgewogen wat de meest effectieve benadering is van het onderwerp. Ons fonds heeft geconcludeerd dat het toevoegen van het thema arbeid in een ESG-benchmark voor aandelen of bedrijfsobligaties slechts een geringe toegevoegde waarde zou hebben. Ons pensioenfonds heeft daarom verder invulling gegeven aan het thema arbeid door een engagement manager te selecteren.

Engagement manager

Reden om een engagement manager te selecteren is dat hiermee invulling kan worden gegeven aan het thema arbeid en aan sub-klimaatthema’s zoals biodiversiteit en ontbossing. Deze thema’s kunnen in geringe mate door andere instrumenten (ESG-benchmarks, uitsluiting) geadresseerd worden. Hiermee wordt invulling gegeven aan het MVB-beleid van ons pensioenfonds, dat voorziet in een intensivering van het engagement-instrument. Dit is ingegeven door het gat tussen de huidige uitvoering en het door het bestuur vastgestelde beleid, en de toenemende wettelijke eisen rondom aandeelhoudersbetrokkenheid en transparantie. De engagement-manager is in 2023 met haar activiteiten gestart.

2.1.4 Matchingsportefeuille en rendementsportefeuille

​2.1.4 Matchingsportefeuille en rendementsportefeuille

We hebben een aantal criteria voor de keuze van een beleggingsstijl. Het gaat bijvoorbeeld om de verhouding tussen het mogelijke risico en het verwachte rendement en de bijbehorende kosten. Vanuit deze overwegingen kiezen we voor passief beheer van een groot deel van onze beleggingsportefeuille. Bij passief beheer handelen wij niet actief in beleggingen, maar volgen wij de marktbewegingen.

De volgende mandaten worden passief beheerd:

  • staatsobligaties en rentederivaten (binnen de matchingportefeuille)
  • hoogrentende staatsobligaties van opkomende landen
  • bedrijfsobligaties ‘investment grade’ (met hoge kredietwaardigheid)
  • aandelen ontwikkelde markten
  • aandelen opkomende landen

Zowel het mandaat hoogrentende bedrijfsobligaties (‘high yield’), als het private markets mandaat worden actief beheerd.

Rendement en bijdrage

In 2025 was het totale bruto rendement op onze beleggingsportefeuille -3,6 procent (2024: 7,4 procent). Belangrijkste reden hiervoor was de sterk gestegen rente in 2025, waardoor het rendement van de matchingportefeuille sterk negatief was (-26,6 procent). Hier stond wel een positief rendement van de rendementsportefeuille tegenover, voornamelijk gedreven door de hoge rendementen op aandelen en alternatieve beleggingen. Het netto rendement was in 2025 -3,7 procent (2024: 7,4 procent). Dit is het bruto rendement verminderd met de directe beheervergoedingen. Zie voor de toelichting op de kosten paragraaf 3.4.2.

De matchingportefeuille behaalde in 2025 een rendement van -26,6 procent (2024: 1,6 procent). Deze portefeuille droeg -7,8 procent (2024: 0,3 procent) bij aan het totale rendement. De rendementsportefeuille inclusief de illiquide beleggingen had in 2025 een rendement van 5,6 procent (2024: 10,0 procent). Deze portefeuille droeg 4,1 procent (2024: 7,1 procent) bij aan het totale rendement.

De tabel hieronder geeft het bruto rendement en de rendementsbijdrage van de verschillende portefeuilles in 2025 weer (in procenten).

Matchingsportefeuille Weging portefeuille Rendements contributie Feitelijk rendement Benchmark rendement Out-/under-performance
(in procenten)        
Totaal 24,2 -7,8 -26,6 -28,5 1,9
Vastrentende waarden 18,0 -8,0 -38,7 -28,5 -10,2
Liquiditeiten 6,2 0,2 - - -
Rendementsportefeuille Weging portefeuille Rendements contributie Feitelijk rendement Benchmark rendement Out-/under-performance
(in procenten)          
Totaal 75,8 4,1 5,6 5,2 0,4
Aandelen 23,0 1,7 7,0 6,7 0,3
Vastrentend 38,0 1,1 2,9 2,5 0,5
Onroerend goed 9,1 -0,1 -0,6 0,0 -0,7
Alternatieve beleggingen 4,7 0,4 8,5 9,5 -1,1
Liquiditeiten 0,9 0,0 - - -
Afdekking valuta 0,1 1,0 - - -

Matchingportefeuille

De matchingportefeuille bestond in 2025 uit een staatsobligatieportefeuille, geldmarktfondsen en een strategische renteafdekking via rentederivaten. De rentegevoeligheid van de staatsobligatieportefeuille was te laag om goed aan te sluiten bij de rentegevoeligheid van de pensioenverplichtingen. Om de rentegevoeligheid van de verplichtingen goed te benaderen gebruikten we daarom rentederivaten zoals renteswaps.

Strategische renteafdekking

De staatsobligatieportefeuille en de rentederivaten in de matchingportefeuille en de categorieën hypotheken en bedrijfsobligaties (investment grade) in de rendementsportefeuille stemmen we af op de rentegevoeligheid van de verplichtingen. Op zo’n manier dat de waardeverandering van deze beleggingen gemiddeld door de tijd overeenstemt met 85 procent van de waardeverandering van de verplichtingen. We dekken, per eind 2025, dus ongeveer 85 procent van het renterisico af.

In 2025 is de rente, met name op de langere looptijden zeer sterk gestegen. De 20-jaars rente steeg bijvoorbeeld van 2,36 procent per eind 2024 naar 3,24 procent per eind 2025, en de 50-jaars rente steeg van 1,85 procent naar 3,14 procent. Deze rentestijging zorgde in 2024 voor een sterk negatief rendement (-26,6 procent) op de matchingportefeuille. Het rendement op de matchingportefeuille was hoger dan het rendement van de benchmark (-28,5 procent). Reden hiervoor is dat een deel van de renteafdekking via staatsobligaties wordt ingevuld, waarvan de rentes gedurende 2025 minder sterk stegen ten opzichte van de swaprente: de spread van staatsobligaties ten opzichte van renteswaps is gedaald. De benchmark van de matchingportefeuille is gebaseerd op een volledige invulling van de matchingportefeuille via renteswaps, waardoor het benchmarkrendement in 2025 lager was.

Rendementsportefeuille – aandelen

De categorie aandelen liet in 2025 een goed rendement zien, ondanks periodes van schommelingen door geopolitieke spanningen en handelsconflicten. Economieën bleven veerkrachtig, mede dankzij optimisme rond Artificial Intelligence (AI) en (verdere) verlagingen van beleidsrentes door centrale banken. Aandelen presteerden in 2025 over het algemeen beter dan obligatiecategorieën.

De komst van de nieuwe Amerikaanse Trump-regering in januari leidde echter direct tot meer geopolitieke en economische onrust. Met name de aankondiging van hoge invoerheffingen door president Trump op 2 april (Liberation Day) veroorzaakte onrust over de wereldwijde economische groei en bracht schommelingen op de financiële markten. Verschillende landen wisten echter lagere heffingen uit te onderhandelen en sommige productgroepen, waaronder halfgeleiders en medicijnen, werden vrijgesteld. Verder bleef een brede tegenreactie vrijwel uit, behalve van China, waardoor een opwaartse spiraal van steeds hogere heffingen werd voorkomen. Zo keerde er geleidelijk rust terug op de markt. Uiteindelijk zorgden de heffingen wel voor schommelingen in groei en inflatie, maar de negatieve effecten vielen tot het einde van het jaar mee: het handelsconflict werd minder hevig gevoerd dan aanvankelijk werd gevreesd.

In 2025 kwam de ‘AI-boom’ op stoom, vooral maar niet uitsluitend in de VS. Het jaar begon nog zorgelijk toen DeepSeek, een Chinese concurrent van Amerikaanse technologiebedrijven, een concurrerende AI-chatbot uitbracht met een veel lagere kostprijs. Al snel groeide het optimisme over de potentie van AI, bijvoorbeeld via een stijging van de arbeidsproductiviteit. Dit leidde tot stijgende bedrijfsinvesteringen in (data)infrastructuur om AI-modellen te ontwikkelen en te laten draaien. Vooral grote Amerikaanse technologiebedrijven (zoals Microsoft, Meta, Alphabet en Amazon) investeerden miljarden in datacenters; deze investeringen zullen naar verwachting stijgen van 240 miljard dollar in 2024 naar circa 400 miljard dollar in 2027. Dit droeg niet alleen bij aan de groei in de VS, maar ook aan groei in Aziatische landen, met name Zuid-Korea en Taiwan.

In tegenstelling tot voorgaande jaren presteerden Europese aandelen in 2025 beter dan Amerikaanse aandelen. Ook in lokale valuta deden Europese aandelen het (iets) beter; dit is pas de tweede keer in tien jaar dat Europa een hoger jaarrendement laat zien. Het grotere verschil in rendement tussen beide regio's kwam voor een aanzienlijk deel door de waardedaling van de dollar ten opzichte van de euro (-11,8 procent). Opmerkelijk is verder dat de stijging van Europese aandelenkoersen vrijwel volledig te danken was aan hogere waarderingen. De gerealiseerde winsten zijn in Europa in 2025 iets gedaald, terwijl de verwachte winsten slechts licht zijn gestegen. In de VS daarentegen was de winstontwikkeling in 2025 veel meer in lijn met de behaalde rendementen.

Na jarenlange achterblijvende rendementen presteerden opkomende markten dit jaar beter dan ontwikkelde markten. Vooral de stijging van Taiwanese aandelen was substantieel, maar ook in China, Zuid-Korea, Brazilië en Mexico gingen aandelen flink omhoog. Dit had uiteenlopende redenen: deels AI-gerelateerd (bijv. China), deels door markthervormingen (bijv. Zuid-Korea) en deels door sterkere grondstofprijzen voor exporteurs (bijv. Brazilië). 

Het rendement op de categorie aandelen bedroeg in 2025 7,0 procent. Dit was hoger dan het rendement van de benchmark (6,7 procent).

Rendementsportefeuille – vastgoed

Niet-beursgenoteerd vastgoed is gevoelig voor oplopende rentes en kredietvoorwaarden van banken Herwaarderingen bij niet-beursgenoteerd vastgoed vinden echter vertraagd plaats. Dit had als gevolg dat niet-beursgenoteerd vastgoed gedurende het jaar 2022, toen renteniveaus sterk toenamen, nog onvoldoende geherwaardeerd was en er een correctie in 2023 plaatsvond. De vastgoedmarkt ondergaat een cyclisch herstel en de prijsherziening is grotendeels achter de rug. De rendementen voor Europees niet-beursgenoteerd vastgoed en Nederlandse woningen waren positief in 2025. Amerikaans vastgoed kende ook positieve rendementen in lokale valuta, maar door de sterke daling van de Amerikaanse dollar resulteerde dit in een negatief euro-rendement. De rendementen van vastgoed in Azië bleven achter in 2025.

Binnen niet-beursgenoteerd vastgoed bestaan er verschillen tussen sectoren. De sector kantoren bleef achter, waarbij oudere kantoorruimten het nog moeilijk hadden. De sectoren winkels en logistiek deden het beter in 2025. Binnen logistiek geldt dat de oververhitting in de markt, die aanwezig was na de covidpandemie, afneemt. De groei in huur neemt af, maar is over de laatste twaalf maanden degelijk en wordt ondersteund door lager nieuw aanbod en toenemende e-commerce. De (huur)woningsector blijft gesteund door een sterke netto vraag bij een achterblijvend aanbod (door hoge bouwkosten en regelgeving) en hoge huizenprijzen in de verschillende landen.

Onze beleggingen in vastgoed bestonden in 2025 in het geheel uit niet-beursgenoteerd vastgoed. Het rendement hierop was -0,6 procent in 2025. Dit was lager dan het rendement van de benchmark (0,0 procent).

Rendementsportefeuille – vastrentend (obligaties)

De beleidsrenteverlagingen die in 2024 waren gestart werden door de centrale banken in 2025 doorgezet. In de eerste helft van het jaar verlaagde de Europese Centrale Bank (ECB) de beleidsrente met in totaal 1 procent en hield deze stabiel in de loop van 2025. De Bank of England verlaagde de rente met hetzelfde percentage. De Fed volgde in september met 0,25 procent om vervolgens nog twee keer te verlagen met in totaal 0,75 procent. De dalende rente was een steun voor financiële markten. De beleidsrente van Japan liet een tegenovergestelde beweging zien, met een verhoging naar 0,75 procent doordat de inflatie en hogere lonen een stijgende trend lieten zien.

Op de Amerikaanse obligatiemarkt was de daling van de tienjaarsrente in 2025 opvallend (van 4,6% naar 4,2%), gezien de aanhoudend veerkrachtige economie en de hardnekkige inflatie. Dat de Fed de rente desondanks verlaagde, heeft bijgedragen aan de daling van de tienjaarsrente. De stijging van Duitse staatsobligatierentes (van 2,4% naar 2,9%) komt vooral door de aangekondigde grootscheepse fiscale plannen voor defensie en infrastructuur.

Risicovolle beleggingscategorieën zoals high yield bedrijfsobligaties en staatsobligaties opkomende landen presteerden over het algemeen beter dan (veiligere) staatsobligaties van ontwikkelde landen. Bedrijfsobligaties presteerden beter door dalende risico-opslagen, waarbij risicovollere hoogrentende bedrijfsobligaties beter presteerden dan de meer kredietwaardigere bedrijfsobligaties. Binnen de minder liquide vastrentende categorieën realiseerde de categorie Nederlandse woninghypotheken een positief rendement; dalende risico-opslagen en lage kredietverliezen droegen hieraan sterk bij. Europese Corporate direct lending realiseerde eveneens een positief resultaat door de hoge rente-inkomsten en beperkte kredietverliezen.

Per saldo was het rendement van onze vastrentende portefeuille positief. Met een rendement van 2,9 procent presteerde onze vastrentende portefeuille beter dan de benchmark (1,6 procent). Het positieve relatieve rendement is met name ontstaan door een positief relatief rendement binnen de categorie hypotheken. Het rendement op hypotheken was 6,4 procent, terwijl het benchmarkrendement, dat berekend wordt op basis van het rendement op staatsobligaties, 2,0 procent was. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat hypotheekrentes in 2025 minder hard stegen dan de rentes op staatsobligaties.

Rendementsportefeuille – alternatieve beleggingen

De alternatieve beleggingen droegen in 2025 positief bij aan het rendement van de rendementsportefeuille. Het rendement van de alternatieve beleggingen bedroeg 8,5 procent. Dit was hoger dan het rendement van de benchmark (5,4 procent), die gebaseerd is op een vaste rendementsdoelstelling.

Binnen alternatieve beleggingen beleggen we in private equity (niet-beursgenoteerde bedrijven) en infrastructuur. Mede gedreven door de publieke aandelenmarkten lieten deze categorieën een goed rendement zien in 2025.

Rendementsportefeuille – afdekking valuta

In 2025 was er sprake een sterke waardedaling van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro, met circa 11 procent. De aankondiging van hoge invoerheffingen door president Trump op 2 april (“Liberation Day”) bracht schommelingen op de financiële markten. Opmerkelijk genoeg daalde ook de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro. Dit is ongebruikelijk in tijden van onrust omdat de dollar normaal gesproken als een ‘veilige haven’ fungeert. Na Liberation Day werd een opwaartse spiraal van steeds hogere heffingen voorkomen en keerde geleidelijk de rust terug op de markt. Niettemin bleef de Amerikaanse dollar de rest van het jaar zwakker tegenover de euro.

Ook de Britse pond (-5 procent) en de Japanse yen (-12 procent) daalden in 2025 ten opzichte van de euro.

We dekten de blootstelling van de beleggingen aan de Amerikaanse dollar, de Japanse yen en het Britse pond voor 50 procent af. Per saldo droeg de valuta-afdekkingsstrategie in 2025 positief bij aan het rendement (1,6 procent van de rendementsportefeuille).

2.2 Beleggingsbeleid Individueel Pensioenbeleggen

Onze regeling Individueel Pensioenbeleggen (IPB) bestaat uit twee gesloten regelingen: een individuele bijspaarregeling en de VPL-regeling (VUT, Prepensioen en Levensloop). Er vindt geen nieuwe premie-inleg plaats. Sinds 1 januari 2015 leggen deelnemers geen vrijwillige premie meer in. De werkgever betaalt sinds februari 2018 geen premie meer voor de VPL-regeling. Jaarlijks daalt het belegd vermogen, omdat er bij uitdiensttreding van de deelnemer (of bij pensionering of overlijden) het spaarkapitaal omgezet wordt in pensioen in de basisregeling.

2.2.1 Beleggingskeuze

​2.2.1 Beleggingskeuze

Deelnemers aan IPB (Individueel Pensioenbudget) kunnen kiezen voor één van de twee Life Cycles (vast of doorbeleggen) of voor Vrij Beleggen. De beleggingsmix van de Life Cycles wordt minder risicovol als de pensioendatum dichterbij komt. Deelnemers die kiezen voor Vrij Beleggen nemen de verantwoordelijkheid voor de beleggingen over. Zowel Vrij Beleggen als de Life Cycles bestaan uit een mix van verschillende beleggingsfondsen. Dit zijn fiscaal transparante beleggingsfondsen, op maat gemaakt voor pensioenfondsen om te kunnen profiteren van schaalvoordelen en fiscale faciliteiten. Het dividend en de terugvorderbare dividendbelasting komen ten goede aan de beleggingsfondsen. 

Eind 2025 bedroeg het belegd vermogen in de Life Cycles en Vrij Beleggen ongeveer 3,2 miljoen euro (eind 2024: 4,3 miljoen euro). Hiervan was ongeveer 2,1 miljoen euro belegd in de Life Cycles (2024: 3 miljoen euro). In Vrij Beleggen was ongeveer 1,1 miljoen euro belegd (2024: 1,3 miljoen euro) 

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Life cycle Vrij beleggen
2025 2,1 1,1
2024 3 1,3

2.2.2 Samenstelling beleggingen

​2.2.2. Samenstelling beleggingen

Aegon Investment Management (AIM) stelt het beleid vast voor de beleggingsfondsen waarin deelnemers aan de IPB-regeling beleggen. Dit gebeurt samen met een raad van participanten. Wij zitten daar ook in. We hebben invloed op het beleggingsbeleid van de beleggingsfondsen naar rato van ons belegd vermogen. De samenstelling van de beleggingsportefeuille van de Life Cycles verandert als de datum van pensionering nadert. Verhoudingsgewijs wordt dan meer belegd in langlopende staatsobligaties uit de Europese Monetaire Unie, zodat de rentegevoeligheid van de beleggingen beter aansluit bij de rentegevoeligheid van de inkoopfactoren bij het omzetten van de beleggingskapitalen in pensioenaanspraken

LIFE CYCLE VAST

Jaren tot pensionering Leeftijd Depot Aandelen Obligaties Belegd per 31 december 2025 in € Rendement Belegd per 31 december 2024 in € Rendement
      % %   %   %
20-27 40-47 B 75 25 75.245 6,6 97.500 12,9
15-19 48-52 C 65 35 175.772 5,5 172.800 11,3
13-14 53-54 D 55 45 114.327 4,3 114.000 9,7
11-12 55-56 E 45 55 104.669 3,1 207.700 8,2
9-10 57-58 F 35 65 157.500 2,0 100.000 6,6
7-8 59-60 G 25 75 133.771 0,8 137.000 5,1
5-6 61-62 H 15 85 120.748 -2,3 207.400 2,6
3-4 63-64 I 10 90 437.418 -4,1 788.600 1,4
1-2 65-66 J 5 95 627.718 -5,4 986.500 0,2

LYFE CYCLE DOORBELEGGEN

Jaren tot pensionering Leeftijd Depot Aandelen Obligaties Belegd per 31 december 2025 in € Rendement Belegd per 31 december 2024 in € Rendement
      % %   %   %
7-10 57-60 L 44 11  55.117  3,1  22.900  9,1
3-6 61-64 M 36 9  54.064  1,3  53.300  7,4
1-2 65-66 N 28 7  38.617  -0,7  51.700  5,4

VRIJ BELEGGEN

Depot Aandelen Obligaties Geldmarkt Belegd per 31 december 2025 in € Rendement Belegd per 31 december 2024 in € Rendement
  % % %   %   %
A 100 0 0 197.034  9,6  162.800 16,9
B 75 25 0 291.619  6,7  250.100 12,9
C 50 50 0 323.188  3,7  408.400 8,9
D 25 75 0 239.208  0,9  279.500 5,1
E 0 100 0 89.079  2,1- 211.300 1,4

Door onttrekkingen en stortingen kunnen er beperkte rendementsverschillen zijn tussen de depots Life Cycle en Vrij Beleggen, terwijl ze dezelfde verhouding aandelen en obligaties hebben.

2.2.3 Maatschappelijk verantwoord beleggen

​2.2.3 Maatschappelijk verantwoord beleggen

Wij vinden het belangrijk dat het IPB-beleggingsbeleid rekening houdt met waarden en normen voor mensenrechten, arbeidsrechten en milieu. Door via AIM in beleggingsfondsen deel te nemen geven we invulling aan dit maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid.

In 2024 actualiseerde AIM de lijst met uitsluitingen van bedrijven. In 2024 stonden 2.564 bedrijven op de uitsluitingslijst (2023: 1.206 bedrijven, 2022: 1.207 bedrijven). De toename in het aantal uitsluitingen van bedrijven is deels toe te wijzen aan striktere standpunten ten aanzien van bedrijven die inkomsten halen uit de productie van thermische kolen en tabak. Aanvullend is een nieuw criterium opgenomen om de distributie en/of detailhandel van tabak uit te sluiten voor bedrijven met ten minste 10 procent van de omzet blootstelling aan deze sector.

Ook heeft AIM de uitsluitingscriteria voor staatsobligaties verder aangescherpt. De nieuwe criteria hebben betrekking op elke vorm van door de overheid uitgegeven schuld (bv. staatsobligaties) van landen die systematisch mensenrechten schenden of van een land waarvan de regering onderworpen is aan een wapenembargo van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de Verenigde Staten, de Europese Unie of een ander relevant multilateraal wapenembargo van kracht is. Er is verder sprake van uitsluitingen van landen en staats gerelateerde bedrijven die niet goed genoeg scoren op basis van de Corruption Perception Index en een scoringsmethodiek van Freedom House ten aanzien van mensenrechten.