Verslag verantwoordingsorgaan
5.1 Verslag verantwoordingsorgaan
Inleiding
In dit verslag geeft het verantwoordingsorgaan (VO) van Pensioenfonds UWV een oordeel over het beleid van het bestuur in 2025. We keken hoe het bestuur het beleid uitvoerde en welke beleidskeuzes het bestuur maakte voor de toekomst.
We namen de volgende thema’s als leidraad:
• Verantwoord beleggen met een goed rendement
• Goed bestuur en risicomanagement
• Effectieve communicatie
• De toekomstbestendigheid van de pensioenregeling en het pensioenfonds
Het laatste thema gaat in navolging van 2023, 2024 ook in 2025 vooral over de invoering van de nieuwe pensioenregeling in het kader van de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Voor elk van de thema’s stelden we beoordelingscriteria op, om het beleid en de uitvoering te toetsen. De beoordelingscriteria zijn als bijlage opgenomen bij dit oordeel (bijlage I). Naast deze specifieke thema’s beoordeelden we de financiële positie en resultaten van Pensioenfonds UWV en het toeslagenbeleid.
Bij onze oordeelsvorming kijken we steeds of het bestuur in de besluitvorming de belangen van alle belanghebbenden onderkent en deze op een evenwichtige manier tegen elkaar afweegt.
Verslag van onze werkzaamheden
De werkzaamheden voor onze oordeelsvorming over het kalenderjaar 2025 startten in Q1 2026. De beoordelingscriteria voor 2023 en 2024 zijn ook voor 2025 gehanteerd.
We hadden in 2025 acht vergaderingen. We overlegden daarnaast twee keer met het bestuur en één keer met de Raad van Toezicht. Een delegatie van het Verantwoordingsorgaan nam deel aan de bestuurlijke strategiesessie. De vergaderingen van het VO werden standaard voorafgegaan door een zogenaamde reguliere sessie. Die stonden telkens in het teken van, vaak een technisch, onderwerp dat betrekking had op Wtp.
Voorts hadden de co-voorzitters overleg met de voorzitter van het bestuur en de voorzitter van de Raad van Toezicht. De co-voorzitters en de secretaris hadden voor elke vergadering een agendaoverleg met de ondersteuning vanuit het bestuursbureau en daarnaast hadden de werkgroepen van het VO gedurende het jaar in wisselende frequentie overleg met het bestuur en bestuursbureau op hun aandachtsgebied.
Het bestuur heeft het VO de beschikking gegeven over een externe pensioendeskundige die het VO ondersteunt in het proces om te komen tot een zwaarwegend advies over een eventueel Invaarbesluit van het fonds en het daaraan gekoppelde Implementatie- en Communicatieplan. De planning om die documenten aan het VO aan te leveren in 2025 is niet gehaald. De documenten zijn per 1 april 2026 aan het VO aangeboden. De ondersteuning door de externe pensioendeskundige is dan ook voor 2026 gecontinueerd.
We ontvingen in 2025 vier adviesaanvragen van het bestuur:
Van het bestuur:
- Communicatiebeleidsplan
- Verkiezingsreglement
- Beloningsbeleid
- Premie
Verder zijn we in gesprek gegaan met het bestuursbureau over onder meer de begroting van Pensioenfonds UWV voor 2026 en de risicohouding voor de Wtp.
Het bestuursverslag en de jaarrekening vormen de formele verantwoording van het bestuur. Daarnaast baseerden we ons oordeel op het jaarprogramma, beleidsdocumenten, beslisnotities, rapportages en de notulen van bestuursvergaderingen. We gebruikten ook de bevindingen en aanbevelingen van de Raad van Toezicht voor onze oordeelsvorming. In bijeenkomsten en vergaderingen met het bestuur spraken we over de financiële positie, actuele ontwikkelingen, vooral op het terrein van de Wtp, en adviesaanvragen van het bestuur. Met de Raad van Toezicht spraken we over het uitgevoerde toezicht, hun visie op het pensioenfonds en relevante ontwikkelingen. Leden van het VO voerden gesprekken met (portefeuillehoudende) bestuursleden en functionarissen van het bestuursbureau. Ook spraken we met de sleutelfunctiehouder risicomanagement.
We legden onze werkzaamheden en onze oordeelsvorming per thema vast in een apart verslag.
Oordeel
Algemeen
We vinden dat het bestuur in 2025 het pensioenfonds adequaat heeft bestuurd. Het bestuur nam de belangen van alle belanghebbenden mee. Het bestuur heeft naar de mening van het VO ervaren dat Wtp zijn schaduw vooruit heeft geworpen en ook dat de opdrachtgever en de sociale partners in de aanloop naar de transitie keuzes hebben gemaakt die niet in alle gevallen overeenstemden met de wensen en inzichten die het bestuur op die onderwerpen had.
Gegeven deze context meent het VO dat het bestuur gedaan heeft wat binnen zijn mogelijkheden lag om zoveel mogelijk evenwichtige belangenafwegingen te maken.
Het VO spreekt opnieuw uit respect te hebben voor de enorme inzet van bestuur en bestuursbureau om het fonds goed voor te bereiden op de transitie naar een nieuwe pensioenregeling.
Het VO heeft van het bestuur de beschikking gekregen over het Transitieplan dat verscheen op 13 december 2024. In 2025 zou een addendum worden opgesteld om het plan te vervolmaken.
Uiteindelijk heeft het tot 26 januari 2026 geduurd voordat het addendum beschikbaar kwam en heeft het fonds vervolgens zelf nog verdere invulling aan de doelstellingen en wensen van sociale partners gegeven.
Het bestuur heeft zo bereikt dat de vele vragen over het Transitieplan zijn beantwoord en dat het vervolgstappen kan zetten. Evenals in het oordeel over 2024 meent het VO dat dit getuigt van een pragmatische aanpak en het geeft opnieuw vertrouwen in het proces.
De beleggingsresultaten over 2025 waren negatief nadat ze in 2024 al minder waren dan in 2023. Toch bleef de financiële positie van Pensioenfonds UWV stabiel rond het niveau van 120% dekkingsgraad als gevolg van de gestegen rente.
Het fonds heeft voor de pensioenverhoging per 2026 gebruik gemaakt van een AMvB die verruiming opleverde ten opzichte van het Financieel Toetsingskader. Pensioenaanspraken en ingegane pensioenen konden worden verhoogd met respectievelijk 3,25% en 3,16% (per 2025 was dat respectievelijk 3,26% en 1%.)
In overleg stelden het bestuur en de sociale partners voor 2026 een premie vast. Deze premie is op hetzelfde niveau uitgekomen als voor 2025.
Ook nu betekent dit een verwatering van het fondsvermogen zij het met 0,1% vorig jaar was dat 0,7%.
Het VO meent dat verwatering op weg naar de transitie ongewenst is, maar moet erkennen dat het besluit past binnen de uitvoeringsovereenkomst tussen opdrachtgever en fonds.
Hieronder volgt eerst een terugblik op de aanbevelingen van voorgaande jaren. Daarna wordt per thema een nadere toelichting gegeven op de bevindingen van het VO over 2025. Er wordt afgesloten met de aanbevelingen van het VO voor 2026.
Opvolging aanbevelingen voorgaande jaren
In het oordeel van 2024 deed het VO de volgende aanbevelingen:
1. Het VO beveelt aan om evenwichtige belangenafweging te blijven expliciteren in communicatie naar deelnemers en stakeholders.
2. Het VO beveelt aan om in nauwe samenwerking met sociale partners te werken aan vervolmaking van het Transitieplan, het opstellen van het Implementatie- en communicatieplan.
3. Het VO beveelt aan om frequent met alle deelnemers in gesprek te gaan over MVB en de invloeden van buitenaf op dit beleggingsbeginsel.
4. Het VO beveelt aan in communicatie meer in te gaan op de effecten van de nieuwe pensioenregeling volgens Wtp.
5. Het VO beveelt aan een checklist te gebruiken bij het aanbieden van adviesaanvragen zodat het VO alle relevante informatie bij de adviesaanvraag wordt aangeboden en het VO tijdig te betrekken bij ontwikkelingen die leiden tot adviesaanvragen.
6. Het VO beveelt aan om de ingezette nieuwe vormen van communicatie, zoals webinars en campagnes voor bepaalde doelgroepen voort te zetten en daarbij bijzondere aandacht te geven aan de keuzemogelijkheden en de gevolgen daarvan in het jaar voorafgaand aan en direct na de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel.
7. Het VO beveelt aan om ook in het communicatieplan van de nieuwe pensioenregeling in het kader van de Wtp goed onderscheid te maken naar de informatiebehoeften van de verschillende doelgroepen. Met name medewerkers die in de periode rondom de transitiedatum een keuze hebben om met pensioen te gaan, zullen in deze fase (extra) behoefte hebben aan goede informatie over de effecten van hun keuzes.
Ad aanbevelingen 1 t/m 4
Is het VO van mening dat het bestuur in 2025 daarin geslaagd is.
Ad aanbeveling 5
Heeft het VO moeten constateren dat in 2025 nog geen sprake is van een situatie die volledig naar tevredenheid van het VO functioneert. Het VO meent dat het een punt van constante zorg is om tijdig en volledig en toegesneden op de rol van het VO de informatie te ontvangen die bij adviestrajecten nodig is.
Ad aanbevelingen 6 en 7
Heeft het VO ervaren dat het fonds stappen zet om daar in de praktijk invulling aan te geven.
De toekomstbestendigheid van de pensioenregeling en het pensioenfonds
Het VO beoordeelt de toekomstbestendigheid van de pensioenregeling en het pensioenfonds op de volgende punten:
• Nakomen van procesafspraken, zodat het VO tot een goed oordeel kan komen over de nieuwe pensioenregeling;
• Evenwichtige belangenafweging;
• Financiële gezondheid van het fonds.
De volledig uitgeschreven normen staan in bijlage I.
Uit zowel het jaarverslag als het handelen van het bestuur blijkt dat het bestuur de gemaakte afspraken met het VO is nagekomen. De informatiesessies zijn behulpzaam om het VO te informeren en te faciliteren, ter voorbereiding op de adviesaanvraag op het invaarbesluit. Eveneens uiterst behulpzaam is het aantrekken van een extern deskundige om het VO bij het proces te ondersteunen.
Het bestuur heeft een wettelijke taak om de belangen van groepen deelnemers en stakeholders van het fonds op een evenwichtige wijze af te wegen. Gelet op de omvang van de aanstaande transitie, heeft het VO daar ook bij de Wtp nadrukkelijk aandacht voor. Uit de gesprekken die het VO heeft gevoerd blijkt dat hier binnen het bestuur aandacht voor is.
Het bestuur heeft in 2025 geregeld het VO geïnformeerd over de vorderingen van sociale partners om te komen tot een addendum op het Transitieplan Wtp. Het Transitieplan is in december 2024 aangeboden aan het bestuur van het pensioenfonds. Het bestuur beoordeelt het plan op uitvoerbaarheid, evenwichtigheid en het voldoen aan wet- en regelgeving. Het overleg over de benodigde aanvullingen van het transitieplan ten behoeve van de implementatie door het fonds heeft in 2025 van het bestuur forse aandacht gehad.
Niettemin is door het proces dat sociale partners hebben moeten doorlopen het addendum in 2025 niet verschenen.
Dit heeft overigens niet betekent dat er minder druk op bestuur, bestuursbureau en ook de andere gremia van het fonds en de uitvoeringsorganisatie TKP heeft gestaan. In tegendeel: juist de moeizame voortgang bij sociale partners heeft tot extra druk geleid.
Dat alles naast de uitvoering van de huidige regeling. De geplande transitie per januari 2027 is inmiddels doorgeschoven naar 1 januari 2028.
Het VO meent dat het bestuur dicht op de bal speelt. Het VO onderstreept het belang van een beheerste transitie, welk belang vóórgaat boven het halen van een datum. Al ervaart het VO ook dat de positieve ervaringen bij veel fondsen, die de overstap al hebben gemaakt, deelnemers aan de UWV pensioenregeling doet realiseren dat 1 januari 2028 erg ver in de toekomt ligt hetgeen deelnemers als extra risico ervaren.
Positieve ontwikkeling is dat DNB op twee deelaspecten van de transitie documenten, te weten datakwaliteit en risicohouding, heeft aangegeven een gunstig oordeel te kunnen afgeven.
Het VO vindt het belangrijk dat steeds de evenwichtige belangenafweging duidelijk wordt geëxpliciteerd.
Het VO heeft dit in 2024 ter zake de premievaststelling 2025 als minder expliciet ervaren, bij de premievaststelling 2026 is daar door het bestuur de nodige aandacht aan geschonken waarbij tevens hielp dat de verwatering beperkt bleef tot 0,1%.
De financiële gezondheid van het fonds is ook in 2025 stabiel gebleven rond het niveau van 120%.
Punt van zorg is de kostenontwikkeling. Het VO ziet daar de kosten sterk stijgen. Deels is dat verklaarbaar door het feit dat met voorbereiden op en de feitelijke transitie naar Wtp veel extra kosten worden gemaakt. Ook na de transitie zal de uitvoering van de pensioenregeling meer kosten dan voorheen met zich meebrengen, als gevolg van de toegenomen (administratieve) complexiteit.
Er zullen als gevolg van de transitie ook nog kosten ontstaan bij het aanpassen van de beleggingsportefeuille en het afdekken van die portefeuille tegen schokken op de financiële markten.
Het VO stelt vast dat met de opdrachtgever een bedrag is overeengekomen dat de kosten als gevolg van implementatie van de Wtp beoogt te dekken. Het fonds heeft het risico aanvaard dat wanneer die kosten meer bedragen, dat meerdere voor rekening van het fonds is.
Aanbevelingen 2026
Het VO beveelt aan om in de aanloop naar de transitie per januari 2028 in 2026 actief te bevorderen dat groepen deelnemers zoveel als mogelijk gelijk op lopen in de ontwikkeling van hun aanspraken en uitkeringen en daarnaast transparant te zijn over de kosten die gemoeid zijn met de transitie en bij wie die kosten terecht komen.
Gegeven het voornemen van het bestuur om DNB in 2026 een besluit tot invaren aan te bieden is het essentieel dat de financiële ontwikkelingen bij groepen deelnemers geen verstorend effect hebben op het in dat voorgenomen besluit bereikt evenwicht.
Beleggingsbeleid
Het VO beoordeelt de toekomstbestendigheid van de pensioenregeling en het pensioenfonds op de volgende punten:
• Uitvoering MVB-beleid (Maatschappelijk verantwoord beleggen);
• Aansluiting beleggingsbeleid op het risicobereidheidsonderzoek;
• Verantwoording van het MVB-beleid;
• Bestuurlijke verantwoording over de financiële resultaten.
De volledig uitgeschreven normen staan in bijlage I.
Het doel van het bestuur is verantwoord beleggen met een goed rendement. We vinden dat het bestuur open, eerlijk en goed communiceert over financiële onderwerpen en het beleid. Het beleggingsplan is een gedegen basis voor het monitoren van de beleggingsdoelstellingen van Pensioenfonds UWV.
Het VO heeft wel vastgesteld dat het fondsrendement in 2025 negatief was.
De financiële markten hebben een turbulent jaar achter de rug als gevolg van vooral buiten Europa gelegen gebeurtenissen.
De transitie naar een nieuwe pensioenregeling is mede ingegeven door de maatschappelijk wens om koopkrachtig(er) pensioen te creëren. Hoge rendementen zijn daar voorwaarde voor. Een aansporing aan het bestuur derhalve, zeker als in 2025 een negatief rendement is behaald.
Voor maatschappelijk verantwoord beleggen is draagvlak onder deelnemers van belang. Het bestuur onderneemt verschillende acties om dat draagvlak te bevorderen. Zo legt het bestuur beleid voor verantwoord beleggen vast. Dit is ook beschikbaar. Het bestuur verantwoordt zich over de effecten van het beleid in termen van risico, rendement en duurzaamheid.
Gegeven de maatschappelijke ontwikkelingen is het zaak deelnemers met grote regelmaat te bevragen op risicobereidheid en visie op MVB om het beleid zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de wensen van de deelnemers, waarbij het nodig is in het kader van verwachtingen management aan te geven dat maatschappelijke ontwikkelingen en meningsveranderingen niet áltijd en ógenblikkelijk tot aanpassing van het beleid aanleiding zullen kúnnen zijn.
Daarbij realiseert het VO zich dat telkens een balans moet worden gevonden tussen risicobereidheid, gewenste vermogensontwikkeling en de wensen van deelnemers. Dit bevordert en borgt het draagvlak.
We verwachten dat het bestuur de open communicatie over het beleggingsbeleid en de interactie met deelnemers in 2026 voortzet. En dat er dan ook aandacht is voor de gevolgen van de nieuwe pensioenregeling volgens de Wtp op de financiële onderwerpen.
Aanbevelingen 2026
Het VO beveelt aan in 2026 (verdere) maatregelen te nemen die bevorderen dat de beleggingsportefeuille opwaarts potentieel behoudt en tegelijkertijd is ‘afgedekt’ tegen neerwaartse beweging. Het VO meent dat het fonds zo kan bijdragen aan het behoud van voldoende ruimte om bij invaren ruimschoots aan de eigen doelstellingen en die van sociale partners te kunnen voldoen.
Goed bestuur en risicomanagement
Het VO beoordeelt goed bestuur en risicomanagement op de volgende punten:
• Het bestuur is open over risicomanagement (risico’s en maatregelen) en evenwichtige belangenafweging;
• Opvolging van aanbevelingen van de RvT, AFM en DNB;
• Uitvoering van het diversiteitsbeleid;
• De werking van de klachten en bezwarenprocedure.
De volledig uitgeschreven normen staan in bijlage I.
Het VO waardeert de aanpak van het bestuur ter zake risicomanagement en de governance van het fonds.
Het VO heeft ook in 2025 vastgesteld dat in adviestrajecten door omissies in de informatie toezending en een te laat betrekken van het VO door het bestuur de adviezen moeizaam tot stand zijn gekomen. In de oordelen over 2022, 2023 en 2024 speelde dit element reeds.
Voor 2026 komt het VO dan ook wederom met een aanbeveling.
Het bestuur is in gesprek met sociale partners en Uitvoeringsorganisatie TKP en koerst inmiddels op een transitie per 1 januari 2028. Daarmee is het fonds een van de laatsten die de transitie doormaken. Voordeel is dat vele kinderziektes dan wel inmiddels bekend zullen zijn. Nadeel is dat er wettelijk gezien geen uitstel meer mogelijk is. Een ander nadeel is dat het fonds langer dan voorzien onder het regime van de oude wetgeving moet blijven handelen.
Vanuit de overleggen met de functionarissen op het gebied van risicobeheersing constateert het VO dat het bestuur met haar beheersorganisatie gestructureerd de risico’s in beeld brengt en waar nodig acties onderneemt.
Het bestuur geeft jaarlijks een overzicht op welke wijze het opvolging geeft aan aanbevelingen van RvT, certificeerders en extern toezicht. In het toezichtrapport 2025 geeft de RvT aan dat het bestuur aan alle aanbevelingen opvolging heeft gegeven.
De RvT heeft eerder al aandacht gevraagd voor de governance van het fonds ná transitie naar de nieuwe pensioenregeling. Het VO onderschreef dit toen en onderschrijft dit nog steeds. Het VO heeft in de praktijk uitgewerkt zien worden dat het bestuur een twee sporen aanpak volgt waarbij parallel aan de transitie an sich ook al wordt voorgesorteerd op de na transitie noodzakelijke competenties, ervaring en deskundigheid. Het VO meent dat met het vooruitschuiven van de transitie naar 2028 en het feit dat per juli 2026 een geheel nieuw VO aantreedt een aanbeveling op voor 2026.
Het bestuur heeft een diversiteitsbeleid. Door bij vacatures een profielschets op te stellen, doet het bestuur zijn best om voordragende partijen ertoe te bewegen bij voordracht rekening te houden met diversiteitsaspecten.
Het VO meent dat de klachten en bezwaarregeling de deelnemers van het fonds op effectieve wijze voldoende gelegenheid biedt op objectieve en rechtvaardige klachtafhandeling, conform de Code Pensioenfondsen. Wel is het VO van mening dat de toename van klachten een zorgpunt vormt. Een groot deel daarvan heeft betrekking op de categorie pensioenberekening en – betaling en het proces ouderdomspensioen aanvragen. Het VO meent dat verdere toename moet worden tegengegaan.
Het VO stelt tenslotte met tevredenheid vast dat het fonds sinds maart 2025 voldoet aan de Europese norm DORA (Digital Operational Resilience Act.) Een goede zaak gegeven het huidig tijdsgewricht.
Aanbevelingen 2026
Het VO beveelt aan in 2026 concrete stappen te zetten en daarover te communiceren gericht op het in lijn brengen van het besturingsmodel en de bestuur ondersteuning gericht op de nieuwe taken van het fonds per 2028.
Het VO beveelt aan om in 2026 stappen te zetten om het aantal klachten terug te brengen.
Communicatie
Het VO beoordeelt communicatie van het pensioenfonds op de volgende punten:
- Effectiviteit van de communicatie;
- Duidelijkheid, voldoen aan wettelijke eisen en handelingsperspectief;
- Handelen naar feedback van deelnemers en gepensioneerden.
De volledig uitgeschreven normen staan in bijlage I.
De communicatie aan verschillende groepen (actieven, slapers en gepensioneerden) over de Wtp is effectief. In 2025 heeft het bestuur gericht aandacht besteed aan de voorlichting over de Wtp: op de website, in nieuwsbrieven en met goed bezochte webinars.
Het communicatiebeleid is erop gericht om deelnemers goed inzicht te geven in hun persoonlijke pensioensituatie, zodat ze afgewogen keuzes kunnen maken. Het bestuur meldt in het jaarverslag wat het pensioenfonds hier in 2025 aan heeft gedaan. Met onder andere campagnes voor 55+ en webinars.
De effectiviteit van de communicatie wordt gemonitord met de Activatie-Index en de Klantbelevingsmonitor en leidt tot aanpassingen in de communicatie of extra inspanningen naar bepaalde doelgroepen. Van de mogelijkheid voor deelnemers om een persoonlijk videogesprek aan te vragen wordt goed gebruik gemaakt. Zij waarderen dat met een gemiddelde score van 9,4.
Het VO spreekt zijn waardering hiervoor uit.
De aanbevelingen van voor 2025 ziet het VO terug in de acties en activiteiten van 2025. De ingezette nieuwe vormen van communicatie, zoals webinars en campagnes voor bepaalde doelgroepen zijn voortgezet.
In het concept communicatieplan van de nieuwe pensioenregeling in het kader van de Wtp is goed onderscheid gemaakt naar de informatiebehoeften van de verschillende doelgroepen.
Aanbevelingen 2026
Het VO beveelt aan om de ingezette nieuwe vormen van communicatie, zoals webinars en campagnes voor
bepaalde doelgroepen voort te zetten.
Daarbij beveelt het VO het pensioenfonds aan om daarbij reeds in 2026 bijzondere en zo concreet mogelijke aandacht te geven aan de gevolgen van de keuze om minder te gaan werken of volledig te stoppen met werken vóór de overgang naar het nieuwe stelsel op 1 januari 2028. Het VO ziet de voorgenomen campagne, samenwerking met UWV werkgever en het aanbod van persoonlijke berekeningen als belangrijke acties op dat gebied.
Amsterdam, 28 mei 2026
Mw. W. Tollenaar, duo-voorzitter
Mw. M. Cnossen, duo-voorzitter
Dhr. J. de Kat, secretaris
Mw. M. van der Veen
Dhr. M. Boonstra
Dhr. H.J. Meines
Dhr. J. Wijnekus
Dhr. J. Zegel
Mw. N. Milko (plaatsvervangend lid)
Mw. C. Sesver (plaatsvervangend lid)
Dhr. M. Wenting (plaatsvervangend lid)
Bijlage bij het verslag: Beoordelingscriteria VO voor jaarverslag 2025
Werkgroep Toekomst (Wtp)
- Het bestuur geeft uitvoering aan de procesafspraken met het VO over de besluitvorming Wtp en draagt zorg voor tijdige, volledige en duidelijke informatie voor de advisering en oordeelsvorming door het VO.
- Het bestuur toont in zijn besluiten voldoende aan op welke wijze het de belangen van verschillende groepen evenwichtig heeft afgewogen.
- Het bestuur toont aan dat de financiële gezondheid van het fonds voldoende toekomstbestendig is
Werkgroep Communicatie:
- De communicatie aan verschillende groepen over de inhoud van en de transitie naar de nieuwe (Wtp-)pensioenregeling is effectief.
- Alle groepen ontvangen duidelijke informatie over hun huidige pensioenregeling. Deze uitingen voldoen aan de wettelijke eisen en bieden handelingsperspectief.
- Het bestuur laat zien dat er actie wordt ondernomen op de response van deelnemers en gepensioneerden.
Werkgroep Beleggingen en balansbeheer:
- Het bestuur toont aan dat het beleggingsbeleid aansluit bij de risicohouding van het pensioenfonds.
- Het bestuur toont aan dat het MVB beleid wordt uitgevoerd en geeft daarbij aan wat de effecten zijn van het MVB-beleid op het rendement en duurzaamheid. In geval van ongewenste effecten geeft het bestuur aan welke maatregelen het heeft genomen om deze weg te nemen of te mitigeren.
- Het bestuur geeft uitleg over de financiële resultaten, waaronder de ontwikkeling van de vermogenspositie, de premies en de toeslagverlening, de kostenratio’s, het rendement van de beleggingsportefeuille voor risico pensioenfonds, en de allocatie van de beleggingsportefeuille.
Werkgroep Governance en risicomanagement:
- Het bestuur deelt en bespreekt de risico’s en maatregelen met (de werkgroepen van) het VO, onder meer op de thema’s Implementatie Wtp, Beleggingen en Financiële huishouding, Communicatie en Pensioenopbouw en -uitvoering (Input op dit criterium kan goed vanuit andere werkgroepen ko-men!) .
- Het bestuur volgt de aanbevelingen van de RvT, AFM en DNB op, en onderbouwt mogelijke afwij-king hierop.
- Het bestuur laat zien hoe het vorm, inhoud en uitvoering geeft aan het diversiteitsbeleid, waardoor belanghebbenden zich goed en herkenbaar vertegenwoordigd voelen.
- Het bestuur zorgt ervoor dat belanghebbenden klachten en bezwaren over de uitvoering van de pensioenregeling kunnen indienen. Het bestuur zorgt ervoor dat klachten en bezwaren op een ob-jectieve en rechtvaardige wijze in alle redelijkheid en billijkheid worden behandeld. Daarbij toont het bestuur aan dat het daarvan leert en zo nodig maatregelen neemt en procedures verbetert. Het bestuur laat zien dat het aantal klachten en bezwaren beperkt is en blijft en dat deze op een goede manier zijn afgehandeld.
Algemeen:
- Het bestuur volgt de aanbevelingen van het VO over 2024 op.
Reactie van het bestuur op het verslag van het verantwoordingsorgaan
Het bestuur bedankt het Verantwoordingsorgaan voor haar constructieve bijdragen en verantwoording. Het bestuur spreekt daarnaast zijn bijzondere dank uit voor de extra inspanningen van het Verantwoordingsorgaan rondom de transitie naar de Wet toekomst pensioenen (Wtp). De gegeven aanbevelingen sterken het bestuur om op de ingeslagen weg door te gaan. Voor de opvolging van deze adviezen wordt een plan van aanpak opgesteld.