Spring naar inhoud

Verslag raad van toezicht

4.1 Verslag raad van toezicht

De raad van toezicht bestaat uit 3 onafhankelijke leden en heeft conform de wet tot taak om toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in het fonds. Ons rapport is mede gebaseerd op de code pensioenfondsen en specifiek ‘Goed Pensioenfondsbestuur’.

Thema's

Algemeen

Er is in 2025 door het bestuur hard gewerkt om de volgende stappen te zetten naar de transitie, die nu gepland staat voor 1 januari 2028. De tijd die hierin is gestopt, heeft geen significante invloed gehad op de reguliere operatie. De dekkingsgraad is het afgelopen jaar gestegen, met name door de gestegen rente. Het uitvoeren van het beleid voor de huidige pensioenregeling is zonder problemen verlopen. De raad spreekt zijn complimenten hiervoor uit.
De raad is tevreden over de algemene gang van zaken en heeft vertrouwen in een zorgvuldige besluitvorming over en uitvoering van Wtp. In de thema’s hieronder wordt ingegaan op enkele bevindingen om de bestendige gang van zaken voort te zetten.

Evenwichtigheid

De besluiten van het bestuur raken de belangen van de (gewezen) deelnemers, werkgever en pensioengerechtigden van het fonds. 

Een besluitvormingstraject in 2025, waarbij de evenwichtigheid nadrukkelijk naar voren is gekomen, betreft de besluitvorming inzake de premiestelling. Uit het premiebeleid volgt dat de feitelijke premie tenminste gelijk is aan de gedempte kostendekkende premie met demping op basis van verwacht rendement. 

Mede naar aanleiding van het advies van de RvT in dit kader is het bestuur in het verslagjaar tijdig met de sociale partners in overleg getreden over de premiestelling voor 2026. De discussie, met name met de vereniging van pensioengerechtigden, is in het verslagjaar nadrukkelijk gevoerd. Op het moment van invaren is het van belang dat de dekkingsgraad hoog genoeg is om de transitiedoelstellingen van de sociale partners te kunnen realiseren. In de discussie met de sociale partners hebben de sociale partners echter vastgehouden aan een zo laag mogelijke premie (18,3 procent van grondslag salaris) die nog net past in het eerder door het bestuur vastgestelde premiebeleid. Dit besluit heeft een effect op de dekkingsgraad van ongeveer 0,7 procent. Op het moment dat het fonds overgaat naar de nieuwe pensioenregeling onder de Wtp zal de spaarpremie conform afspraak echter stijgen naar 27,5 procent van de pensioengrondslag. Het is raadzaam om, in samenspraak met de sociale partners, deze aankomende premiesprong goed en tijdig te communiceren met alle belanghebbenden.

Aanbeveling 2026:

     1. De raad van toezicht beveelt het bestuur aan om bij alle relevante besluitvorming met het oog op transitie-effecten in het implementatieplan vast te leggen welke verschillende belangen het bestuur ziet en hoe deze verschillende belangen van de te onderscheiden verschillende belanghebbenden ten opzichte van elkaar zijn afgewogen op een zodanige wijze dat belanghebbenden zich op een evenwichtige wijze vertegenwoordigd kunnen voelen.

     2. Daarnaast adviseert de raad om tijdig met de sociale partners (expliciet de werkgever) en de deelnemers te communiceren dat de premie na transitie beduidend hoger wordt en in de jaren tot de transitie alvast na te denken hoe om te gaan met het premiebeleid na transitie.

WTP

In 2025 heeft het bestuur (in samenwerking met het Bestuursbureau en de externe adviseurs) flinke stappen gezet in het Wtp-dossier, onder meer met het indienen van de partiële beoordeling van Datakwaliteit en Risicohouding. 

Daarnaast heeft het bestuur de verschillende stakeholders actief meegenomen in ontwikkelingen, waaronder het VO en de raad van toezicht door middel van kennissessies. Dit draagt bij aan het begrip waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Tevens is er een planning opgesteld waarin de verschillende gremia voldoende tijd krijgen om tot een oordeel te komen. De planning voor 2026 is krap maar haalbaar. Van belang is dat alle gremia volledig en tijdig geïnformeerd blijven worden in de loop van het proces, zodat het oordeel weloverwogen kan worden gegeven en geen belemmering vormt voor de vervolgkeuzes. Ook na de indiening zullen de gremia op de hoogte gehouden moeten worden over de voortgang.

Aanbeveling 2026:

     3. Zorg dat er een duidelijk proces ligt hoe en wanneer de verschillende gremia bij wijzigingen en voorgenomen besluiten geïnformeerd worden. Ondersteuning aan het VO en de RvT door het bestuursbureau is hierbij een belangrijke randvoorwaarde.

De uitbestedingspartner TKP heeft, mede gezien de voortgang van het transitieplan, bepaald dat de beoogde transitiedatum van 1 januari 2027 niet langer haalbaar was en heeft een voorstel gedaan om deze tenminste een halfjaar door te schuiven. Het bestuur heeft, in afstemming met de sociale partners, besloten een jaar door te schuiven naar 1 januari 2028. De raad acht dit verstandig. Halfjaarlijkse transitie zou betekenen, dat er extra kosten zijn gemoeid met de transitie (o.a. waardering van illiquide beleggingen en auditkosten). Wel zal het bestuur strak moeten sturen op de haalbaarheid van 1 januari 2028, omdat dit -voor nu- de uiterste wettelijke transitiedatum is.

Daarnaast is het van belang dat de fiduciair manager, de custodian, de LDI-manager en de pensioenadministratie zorgen dat de verbinding tussen de beleggingsadministratie en de pensioenadministratie goed op orde is, niet alleen technisch, maar ook beleidsmatig. Dit laatste betreft onder meer de timing en uitwerking van de uitwisseling te beleggen vermogen, benodigd beschermingsrendement en behaald overrendement ten behoeve van de toedeling aan de persoonlijke pensioenvermogens, reserves en voorzieningen. Het geheel vergt nauwe afstemming tussen deze uitbestedingspartijen.

De raad heeft meermaals aangegeven twijfels te hebben over de tot in 2025 gekozen 1-jaars termijn spreiding van transitie-effecten. Begin 2026 heeft het bestuur met de sociale partners de 10-jaarstermijn afgesproken. De raad kan zich hier in vinden.

Aanbeveling 2026:

     4. De raad van toezicht beveelt aan om een goede en adequate monitoringsrapportage in te regelen zodat de verschillende uitbestedingspartijen in hun voortgang gemonitord kunnen worden en er controle blijft over de haalbaarheid van de transitiedatum. Van belang is dat er duidelijke mijlpalen worden geformuleerd met Go/No Go beslissingen.

Governance

Het bestuursbureau is qua bezetting inmiddels goed op orde en nieuwe medewerkers zijn tegen het eind van 2025 goed ingewerkt. Het bestuur is goed op elkaar ingespeeld en heeft collectief de kwaliteiten om tot zorgvuldige besluitvorming te komen.

Het afgelopen jaar is de bezetting van de fondsorganen redelijk stabiel gebleven. Enkele nieuwe bestuurders (vanuit gepensioneerden) hadden eerdere ervaring bij het fonds, en voor de raad van toezicht is een ervaren nieuwe kandidaat ingestapt. Voor de raad is het echter teleurstellend dat geen van de bestuurders vanuit de gepensioneerden een nieuwe termijn is aangegaan en dat het volledige Verantwoordingsorgaan (VO) in 2026 zal worden vernieuwd. Hoewel er individueel goede redenen voor zijn te geven, is het overall beeld dat de tijdsdruk hoger ligt dan verwacht of gewenst. De spanning op de Wtp heeft bovendien onderlinge verhoudingen soms onder druk gezet. De vernieuwing van het VO per 1 juli 2026 baart enige zorgen, omdat mogelijk een deel van de Wtp-besluitvorming door de nieuwe leden zal worden gedaan, die op dat moment besluiten moeten nemen over langlopende complexe dossiers waarmee dan nog weinig ervaring is opgedaan.

De raad verwacht dat het bestuursbureau, op aanwijzen van het bestuur, alle fondsorganen goed ondersteunt bij het uitvoeren van het werk. Het gaat hierbij onder meer om tijdige communicatie met de raad van toezicht en het VO en zorgdragen dat de informatievoorziening specifiek is toegesneden op de behoefte van elk orgaan.

De komende 2 jaar zullen zich ongetwijfeld naast de Wtp nog meer wijzigingen voordoen. Vanuit dit perspectief is het van belang dat het bestuur zich beraadt op gewenste nieuwe eisen vanuit het stelsel, met name op juridisch - en communicatiegebied/keuzebegeleiding.

Aanbeveling 2026:

     5. Het VO en de raad van toezicht dienen adequaat ondersteund te worden bij de besluitvorming over de Wtp, om vertraging te voorkomen. Dit is met name relevant voor nieuwe VO-leden die per juli 2026 aantreden.
     6. Zorg dat nieuwe bestuursleden passen bij de vereisten na de transitie vooral op het gebied van juridische zaken, keuzebegeleiding en pensioencommunicatie.

Uitvoering binnen FTK

De uitvoering verloopt vrijwel foutloos. Een belangrijke reden hiervoor is dat er binnen het FTK geen veranderingen zijn. Verder is de focus bij toezichthouders gericht op de toekomstige situatie. De beperkte incidenten hebben vooral aanleiding gegeven om de datakwaliteit en compliance nader aan te scherpen. Dit helpt in de transitie. Het bestuur heeft goed invulling gegeven aan noodzakelijke wijzigingen in contracten en risicomanagement in de operatie.

Beleggingen en ESG

In het verslagjaar is een nieuw MVB-beleid vastgesteld waarbij de KPI’s verder, conform de planning, verduidelijkt zijn. Tevens is het fonds in gesprek gegaan met de engagement manager CTI om de rapportages meer gericht te laten zijn op het fonds en haar focusthema’s. Hiermee heeft het fonds invulling gegeven aan de aanbeveling van de raad van toezicht 2024.

Het afgelopen jaar is besproken of er mogelijk naar een andere ESG-score overgegaan moet worden voor vastgoed. De discussie betreft de GRESB-score, die momenteel gebruikt wordt en een mogelijke andere eigen ESG-score van Townsend. De commissie heeft gemeend om niet over te stappen naar de score van Townsend. Er is wel besloten om naast GRESB mogelijke andere beoordelingscriteria toe te voegen. De verdere verfijning en aanvulling met andere beoordelingscriteria, moedigt de raad aan.

In 2024 is gestart met omzetting van mandaten naar fondsen voor een betere beheersing van de beleggingsportefeuille. De eerste omzetting heeft plaats gevonden in 2025: het mandaat Aandelen opkomende markten is omgezet naar een fondsstructuur (Northern Trust). Deze transitie is tegen 31,3 basispunten volbracht en valt daarmee binnen de vooraf ingeschatte kosten van 45 basispunten. Per mandaat zal worden gekeken of de transitie het gewenste effect zal opleveren (vereenvoudiging, lagere beheerskosten en governance beslag). De volgende stap is complexiteitsreductie van de illiquide markets mandaten en het contract met de fiduciair manager. Het fonds heeft in het afgelopen boekjaar tevens besloten om het collateral management over te dragen van de custodian naar de LDI-manager. Dit is ingegeven door de trend dat het afgelopen jaar de mandaten zijn vereenvoudigd. De overdracht zorgt ervoor dat het operationeel efficiënter is, tegen lagere kosten, gezien de complexiteitsreductie, die geen afbreuk doet aan rendement.

De Commissie Beleggingen heeft het afgelopen jaar verschillende onderwerpen die gerelateerd zijn aan de transitie naar het nieuwe pensioencontract besproken conform het BOB-model (o.a. risicoreductie). Tot aan de transitie zullen de verschillende belegging gerelateerde onderwerpen op de agenda van de commissie blijven staan.

Aanbeveling 2026:

     7. Het transitieplan voor de beleggingsportefeuille zal in het kader van de Wtp-transitie vorm gegeven moeten worden. De Commissie Beleggingen moet zorgdragen voor een goed proces, begrip en aansluiting met het bestuur. Hiervoor zal voldoende ruimte op de agenda moeten worden gemaakt.


Risicomanagement

Het fonds heeft het risicomanagement in de basis goed op orde. DORA is conform de met de pensioenuitvoerder en DNB afgestemde planning begin 2025 geïmplementeerd. De sleutelfunctiehouder Risicomanagement vervult een belangrijke rol. Van belang blijft dat zowel het eerstelijnsrisicobeheer als het risico-denken binnen het bestuur op niveau blijven, ondanks de druk van het Wtp programma.

Waar enkele jaren geleden vooral de financiële situatie tot zorgen leidde, dient wat de raad betreft de aandacht nu vooral te liggen bij tijdige, zorgvuldige en evenwichtige besluitvorming over de transitie. De afhankelijkheid van de partijen binnen en buiten het fonds dient tijdig onderkend en gerespecteerd te worden, vooral waar het de rol van de sociale partners en (de wijziging van) het VO betreft. 

Een punt van zorg blijft, dat het risicomanagement onder druk van WTP verminderde aandacht krijgt. Aan de ene kant biedt het resultaat op de partiële beoordeling Datakwaliteit vertrouwen in de juistheid van de database, maar aan de andere kant zijn door gebrek aan capaciteit ook bijvoorbeeld in het risicomanagementsysteem bepaalde werkzaamheden in de planning aangepast. De mogelijkheid bestaat dat het bestuur onder druk van tijdige besluitvorming risico’s lager inschat dan noodzakelijk. Dit heeft vervolgens ook effect op de eerdergenoemde noodzakelijk en zorgvuldige besluitvorming door VO en raad van toezicht.

Aanbeveling 2026:

     8. Houd aandacht voor expliciet en impliciet benoemde risico’s, met name ook wat betreft zorgvuldige besluitvorming door de sociale partners, het VO en de raad van toezicht.
     9. De raad ziet de herziene ERB in 2026 met belangstelling tegemoet. Het is raadzaam om hierin de effecten na de transitie op te nemen.

Terugblik op aanbevelingen toezichtrapport 2024

De aanbevelingen uit het toezichtrapport over 2024 zijn opgevolgd in 2025 of staan gepland voor 2026. De opvolging van de aanbeveling over Wtp-communicatie met interne fondsorganen bleek weerbarstiger dan verwacht, mede door het verschuiven van de planning (latere oplevering transitieplan/addendum en mede hierdoor de geplande invaardatum). Op het punt van fondsbesturing (benodigde kennis) na de transitie heeft het bestuur voor 2026 gepland om hierover verder te praten.

Functioneren raad van toezicht

Werkwijze

Onze taak is om het bestuur bij te staan met raad en goedkeuring te verlenen inzake:

  • het bestuursverslag en de jaarrekening; 
  • de profielschets voor bestuurders; 
  • het beleid inzake beloningen, met uitzondering van de beloning van de raad van toezicht; 
  • gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het fonds of de overname van verplichtingen door het fonds; 
  • liquidatie, fusie of splitsing van het fonds en het omzetten van het fonds in een andere rechtsvorm;
  • expliciete goedkeuringsrechten met betrekking tot besluitvorming Wtp

In juni 2025 heeft de raad goedkeuring verleend aan het jaarverslag en de jaarrekening, nadat eerder met de accountant en actuaris en de commissie AFR (audit, financiën en risicomanagement) was gesproken. Verder heeft de raad de profielschets van het VO (opnieuw) beoordeeld en geen belet gezien voor de benoemingen van bestuurders (inclusief bij functiewijzigingen en benoeming in commissies) en benoemingen van (aankomend) leden van het verantwoordingsorgaan. 

In 2025 heeft de raad in totaal 22 keer vergaderd, waarvan 4 keer met het bestuur, 2 keer met het VO en 5 keer bij kennis- en strategiesessies en 1 keer met de actuaris en accountant. Daarnaast heeft de raad in het najaar enkele commissievergaderingen bijgewoond.

De voorzitter van de raad had regelmatig contact met de voorzitter van het bestuur en met de voorzitter(s) van het VO. Ook hebben 2 gemeenschappelijke vergaderingen met de voorzitters van bestuur en het VO plaatsgevonden. 

Het bestuur is ontvankelijk geweest voor vragen en opmerkingen vanuit de raad. Specifieke aanbevelingen uit vergaderingen van de raad worden schriftelijk aan het bestuur gedaan en ook schriftelijk door het bestuur beantwoord.

Samenstelling

Per eind 2024 ontstond een vacature in de raad vanwege het voortijdig opstappen van een lid. Deze vacature is per april 2025 ingevuld door de heer Kees Scheepens.

Zelfevaluatie

Eind 2025 heeft de raad een zelfevaluatie uitgevoerd. Ook met de komst van een nieuw lid blijft de samenwerking plezierig; de leden zijn complementair aan elkaar. De portefeuilleverdeling werkt goed, waarbij we gezamenlijk naar de grote onderwerpen kijken. 

De informatievoorziening over het Wtp programma liet soms te wensen over, mede door de werkdruk bij het bestuur en het bestuursbureau. In 2025 heeft het fonds een vergaderapplicatie geïntroduceerd, waarmee de zelfstandige toegang tot documenten sterk verbeterd is. 

Voor 2026 blijft de raad positief-kritisch over en dienstbaar aan het fonds.

Vooruitblik 2026

In 2026 zal de huidige voorzitter van de raad van toezicht aftreden, na afloop van de tweede termijn. Het VO zal per 1 juli bestaan uit een volledig nieuw team, waarvoor inmiddels een opleidingsprogramma is gestart. 

Voor 2026 zal de raad zich – naast reguliere toezichtonderwerpen – met name richten op de Wtp, de daarbij horende communicatie, IT, stakeholdersoverleg, alsmede het invaarbesluit en het proces dat daaraan voorafgaat. De raad hanteert hierbij het toetsingskader dat in mei 2025 met het bestuur is gedeeld.

Amsterdam, 28 mei 2026

De raad van toezicht Stichting Pensioenfonds UWV,

mw. O.M.C. Perik MBA, voorzitter
mw. K. Haasbroek, lid
dhr. L.C.A Scheepens, lid