Spring naar inhoud

6.6 Risicobeheer

6.6 Risicobeheer

Het pensioenfonds wordt bij het beheer van de pensioenverplichtingen en de financiering daarvan geconfronteerd met risico's. De belangrijkste doelstelling van het pensioenfonds is het nakomen van de pensioentoezeggingen. Het solvabiliteitsrisico is daarmee het belangrijkste risico voor het pensioenfonds.

Solvabiliteitsrisico's

Het belangrijkste risico voor het pensioenfonds betreft het solvabiliteitsrisico, ofwel het risico dat het pensioenfonds niet beschikt over voldoende vermogen ter dekking van de pensioenverplichtingen. In het uiterste geval kan het noodzakelijk zijn dat het pensioenfonds verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten moet verminderen. De solvabiliteit wordt gemeten op basis van zowel algemeen geldende normen als specifieke normen die door de toezichthouder worden opgelegd.

De aanwezige dekkingsgraad heeft zich als volgt ontwikkeld:

Ontwikkeling dekkingsgraad   2025   2024
Dekkingsgraad per 1 januari   117,3%   116,6%
Premie   -0,6%   0,4%
Uitkeringen   0,6%   0,6%
Toeslagen/korting   -3,9%   -2,4%
Wijziging rentetermijnstructuur   19,8%   -1,9%
Rendement   -8,7%   4,9%
Wijziging Actuariele grondslagen   -0,2%   -0,7%
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   0,0%   0,0%
Kruiseffecten   0,0%   0,0%
Overige mutaties   0,2%   -0,2%
Dekkingsgraad per 31 december   124,5%   117,3%

De actualisatie van de actuariële grondslagen (actualisatie van het leeftijdsverschil van de medeverzekerde voor vrouwelijke hoofdverzekerden van 2 jaar naar 1,5 jaar (waarbij de man ouder is dan de vrouw)) en de impact van de verhoging van de PVI opslag op de overige TV heeft in totaliteit een verlagend effect gehad op de dekkingsgraad van  0,2%-punt.

Het overige effect wordt voornamelijk veroorzaakt door het positieve resultaat op overlevingskansen. Er zijn in 2025 meer deelnemers overleden dan voorzien. Daarnaast zit ook het (beperkte) positieve resultaat op arbeidsongeschiktheid en (beperkte) negatieve resultaat op waardeoverdrachten hierin verwerkt. Per saldo heeft dit geleid tot een toename van de dekkingsgraad met 0,2%-punt.

Om het solvabiliteitsrisico te beheersen dient het pensioenfonds buffers in het vermogen aan te houden. De omvang van deze buffers wordt vastgesteld met de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets (S-toets). Deze toets bevat een kwantificering van de bestuursvisie op de fonds specifieke restrisico's (na afdekking).

De berekening van het vereist eigen vermogen en het hieruit voortvloeiende overschot aan het einde van het boekjaar is als volgt:

Vereist Eigen Vemogen   2025   2024
S1 Renterisico   2,3%   1,1%
S2 Risico zakelijke waarden   10,5%   7,8%
S3 Valutarisico   3,2%   2,8%
S4 Grondstoffenrisico   0,0%   0,0%
S5 Kredietrisico   4,5%   4,0%
S6 Verzekeringstechnische risico   3,2%   2,5%
S7 Liquiditeitsrisico   0,0%   0,0%
S8 Concentratierisico   0,0%   0,0%
S9 Operationeel risico   0,0%   0,0%
S10 Actief beheerrisico   0,1%   0,0%
Diversificatie-effect   -8,6%   -2,7%
Vereist Eigen Vermogen per 31 december   15,2%   15,5%
(bedragen x € 1.000)   2025   2024
Vereist pensioenvermogen   8.040.570   9.114.751
Voorziening pensioenverplichting   6.957.181   7.888.221
Vereist eigen vermogen   1.083.389   1.226.530
Aanwezig pensioenvermogen
(Totaal activa -/- schulden)
  1.749.701   1.365.235
Surplus / tekort   666.312   138.705

De buffers zijn berekend op basis van de standaardmethode waarbij voor de samenstelling van de beleggingen wordt uitgegaan van de strategische beleggingsmix in de evenwichtssituatie.

Beleggingsrisico

De belangrijkste beleggingsrisico's betreffen het markt- en kredietrisico. Het marktrisico is uit te splitsen in renterisico, valutarisico en prijs(koers)risico. Marktrisico wordt gelopen op de verschillende beleggingsmarkten waarin het pensioenfonds op basis van het vastgestelde beleggingsbeleid actief is. De beheersing van het risico is geïntegreerd in het beleggingsproces. Bij de uitvoering van het beleggingsbeleid kunnen zich voorts risico's manifesteren uit hoofde van de geselecteerde managers en bewaarbedrijven (het manager- en custody risico), en de juridische bepalingen omtrent gebruikte instrumenten en de uitvoeringsovereenkomst (juridisch risico). Het marktrisico wordt beheerst doordat met de vermogensbeheerder specifieke mandaten zijn afgesproken, die in overeenstemming zijn met de beleidskaders en richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld door het bestuur. Het bestuur monitort de mate van naleving van deze mandaten. De marktposities worden periodiek gerapporteerd.

Renterisico (S1)

Renterisico is het risico dat de waarde van de portefeuille vastrentende waarden en de waarde van de pensioenverplichtingen veranderen als gevolg van ongunstige veranderingen in de marktrente. Maatstaf voor het meten van rentegevoeligheid is de duratie. De duratie is de gewogen gemiddelde resterende looptijd in jaren.

Op balansdatum is de duratie van de beleggingen aanzienlijk korter dan de duratie van de verplichtingen. Er is derhalve sprake van een zogenaamde 'duratie-mismatch'. Dit betekent dat bij een rentestijging de waarde van beleggingen minder snel daalt dan de waarde van de verplichtingen (bij toepassing van de actuele marktrentestructuur), waardoor de dekkingsgraad zal stijgen. Bij een rentedaling zal de waarde van de beleggingen minder snel stijgen dan de waarde van de verplichtingen, waardoor de dekkingsgraad daalt.

Het beleid van het pensioenfonds is erop gericht om de 'duratie-mismatch' te verkleinen door het renterisico strategisch voor 85,0 procent af te dekken (2024: 72,5 procent). Het pensioenfonds realiseert dit door derivaten (waaronder renteswaps) en langlopende staatobligaties aan te houden. Bij een renteswap wordt een vaste lange rente geruild tegen een variabele korte rente. Het pensioenfonds ontvangt in dit geval een lange rente, vergelijkbaar met de kasstroom van een langlopende obligatie en betaalt daarvoor een variabele korte rente.

Het pensioenfonds streeft ernaar om het renterisico zo goed mogelijk te beheersen. Dat doet het pensioenfonds door naast de strategische renteafdekking ook een dynamische rentestaffel toe te passen. De dynamische rentestaffel is afhankelijk van de hoogte van de rente. Bij een stijgende rente wordt de rente-afdekking verhoogd.

De duratie en het effect van de renteafdekking kunnen als volgt worden samengevat:

    31-12-2025   31-12-2024
    Waarde   Duration   Waarde   Duration
Matchingportefeuille (voor derivaten)   3.039.471   2,9   2.802.402   2,9
Matchingportefeuille (na derivaten)   2.154.038   8,3   2.515.456   8,5
(nominale) Pensioenverplichtingen   7.106.486   14,3   7.853.491   16,4

De samenstelling van de vastrentende waarden naar looptijd is als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Resterende looptijd < 1 jaar   89.324   1,7%   425.387   8,2%
Resterende looptijd 1 < > 5 jaar   985.330   19,3%   1.017.416   19,6%
Resterende looptijd 5 > jaar   4.032.136   79,0%   3.745.457   72,2%
Totaal   5.106.790   100,0%   5.188.260   100,0%

De presentatie van de vastrentende waarden in bovenstaande looptijden hangt samen met het lange termijn karakter van de investeringen van het pensioenfonds.

De resterende looptijd van de verplichtingen (technische voorzieningen) kan als volgt worden weergegeven:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Resterende looptijd < 5 jaar   1.437.092   20,8%   1.336.131   17,5%
Resterende looptijd 5 < > 10 jaar   1.393.982   20,1%   1.357.458   17,8%
Resterende looptijd 10 < > 20 jaar   2.188.813   31,6%   2.352.203   30,8%
Resterende looptijd > 20 jaar   1.899.768   27,5%   2.601.229   34,0%
Totaal   6.919.655   100,0%   7.647.021   100,0%

Op basis van de wijziging in RJ610 voor boekjaar 2025 dient een voorziening te worden genomen voor de operationele kosten. De RJ schrijft voor dat deze voorziening als separate balanspost wordt opgenomen als voorziening operationele kosten als onderdeel van de technische voorziening (RJ 610.244). Op basis van RJ 140.208 dient deze stelselwijziging ook retrospectief toegepast te worden op de cijfers van boekjaar 2024 zoals in dit jaarverslag opgenomen.

Risico zakelijke waarden (S2)

Zakelijke waarden risico is het risico dat de waarde van de zakelijke waarden (voornamelijk aandelen, beursgenoteerd indirect vastgoed en converteerbare obligaties) verandert door veranderingen in de marktprijzen voor deze waarden. Het structurele marktrisico wordt getoetst binnen het ALM-proces. Daarin wordt een zodanige beleggingsmix vastgesteld dat het marktrisico acceptabel is. De feitelijke beleggingsmix mag binnen vastgestelde bandbreedtes afwijken van de strategische beleggingsmix. Voor de beheersing van het marktrisico in samenhang met het renterisico wordt gebruik gemaakt van derivaten.

Valutarisico (S3)

Het risico van waarden uitgegeven in Amerikaanse dollar, Japanse yen of Britse pond wordt strategisch voor 50 procent afgedekt in de rendementsportefeuille en de vastgoedportefeuille. Het totaalbedrag dat niet in euro's wordt belegd bedraagt ultimo boekjaar (voor afdekking) circa 2.610 miljoen euro (2024: 2.803 miljoen euro). Per einde boekjaar is de gesaldeerde waarde van de uitstaande valutatermijncontracten 7,8 miljoen euro (2024: -15,2 miljoen euro).

De valutapositie van het pensioenfonds (beleggingen, liquiditeiten vermogensbeheer en creditstand derivaten) op 31 december 2025 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:

2025   Totaal voor afdekking   Valutaderivaten afdekking   Netto positie
na afdekking
EUR   6.267.271   1.029.024   7.296.295
GBP   82.744   -51.413   31.331
JPY   106.855   -57.924   48.931
USD   1.855.703   -912.356   943.347
Overige   564.622   443   565.065
Totaal   8.877.195   7.774   8.884.969

De categorie 'Overige' betreft beleggingen in diverse valuta zoals de Canadese Dollar (101,2 miljoen euro). de Zwitserse Frank (46,8 miljoen euro) en de Australische Dollar (42,1 miljoen euro). In de solvabiliteitstoets van het pensioenfonds is in de buffers voor het valutarisico rekening gehouden met bovenstaande valutaposities en afdekkingen.

De valutapositie per 31 december 2024 vóór en na afdekking door valutaderivaten is als volgt weer te geven:

2024   Totaal voor afdekking   Valutaderivaten afdekking   Netto positie
na afdekking
EUR   6.440.293   1.075.281   7.515.574
GBP   146.458   -115.544   30.914
JPY   129.420   -69.832   59.588
USD   1.844.029   -903.521   940.508
Overige   683.175   -1.609   681.566
Totaal   9.243.375   -15.225   9.228.150
Prijsrisico

Prijsrisico is het risico van waardeveranderingen door de ontwikkeling van marktprijzen. Het wordt veroorzaakt door factoren gerelateerd aan een individuele belegging, de uitgevende instelling of generieke factoren. Prijsrisico heeft met name betrekking op de beleggingscategorieën aandelen en vastgoed, maar ook op vastrentende waarden. Het prijsrisico wordt gemitigeerd door diversificatie die onder meer is vastgelegd in de strategische beleggingsmix van het pensioenfonds. In aanvulling hierop maakt het pensioenfonds voor afdekking van het prijsrisico gebruik van afgeleide financiële instrumenten (derivaten), zoals futures.

Naast de strategische mix heeft het pensioenfonds in het mandaat aan de vermogensbeheerders richtlijnen gesteld aan het maximaal percentage dat namens het pensioenfonds in een sector, land of tegenpartij mag worden belegd. Naleving van deze richtlijnen vindt plaats door de fiduciair beheerder op basis van onafhankelijke rapportages van de custodian.

De segmentatie van de aandelenportefeuille naar sectoren is als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Financiele instellingen   355.269   14,7%   344.602   14,1%
Nijverheid en industrie   327.990   13,6%   187.027   7,6%
Duurzame consumptiegoederen   193.855   8,0%   286.000   11,7%
Nutsbedrijven   65.010   2,7%   23.166   0,9%
Telecommunicatie   210.303   8,7%   220.493   9,0%
Consumptiegoederen   42.422   1,8%   102.103   4,2%
Gezondheidszorg   105.902   4,4%   279.149   11,4%
Energie   9.177   0,4%   3.515   0,1%
Informatietechnologie   396.887   16,4%   452.173   18,5%
Bouw- en grondstoffen   65.152   2,7%   58.791   2,4%
Vastgoed   0   0,0%   2.509   0,1%
Overig   634.199   26,3%   483.743   19,8%
Vorderingen/schulden   6.688   0,3%   5.885   0,2%
Totaal   2.412.854   100,0%   2.449.156   100,0%

Het vastgoed bevindt zich in Europa (60 procent), Noord-Amerika (35 procent), Azië (3 procent) en overige (2 procent). In de solvabiliteitstoets voor vaststelling van de buffers is rekening gehouden met deze samenstelling.

De segmentatie van de totale beleggingsportefeuille (inclusief beleggingsliquiditeiten) naar regio is als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Europa   6.288.181   70,8%   6.690.510   72,5%
Noord-Amerika   1.692.320   19,0%   1.689.426   18,3%
Pacific   54.307   0,6%   57.715   0,6%
Azie   301.898   3,4%   505.469   5,5%
Overig   548.263   6,2%   285.030   3,1%
Totaal   8.884.969   100,0%   9.228.150   100,0%
Grondstoffenrisico (S4)

Het pensioenfonds heeft geen exposure meer naar deze categorie. 

Kredietrisico (S5)

Kredietrisico is het risico van financiële verliezen voor het pensioenfonds als gevolg van faillissement of betalingsonmacht van tegenpartijen waarop het pensioenfonds (potentiële) vorderingen heeft. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan partijen die obligatieleningen uitgeven, banken waar deposito's worden geplaatst, marktpartijen waarmee Over The Counter (OTC)-derivatenposities worden aangegaan en aan bijvoorbeeld herverzekeraars.

Een voor beleggingsactiviteiten specifiek onderdeel van kredietrisico is het settlementrisico. Dit heeft betrekking op het risico dat partijen waarmee het pensioenfonds transacties is aangegaan niet meer in staat zijn hun tegenprestatie te verrichten waardoor het pensioenfonds financiële verliezen lijdt.

Beheersing van dit risico door het pensioenfonds vindt plaats door het stellen van limieten aan tegenpartijen op totaalniveau, dat wil zeggen: met inachtneming van alle posities die een tegenpartij heeft jegens het pensioenfonds; het vragen van extra zekerheden zoals onderpand.

Ter afdekking van het settlementrisico wordt door het pensioenfonds enkel belegd in markten waar een voldoende betrouwbaar clearing- en settlementsysteem functioneert. Voordat in nieuwe markten wordt belegd, wordt eerst onderzoek gedaan naar de waarborgen op dit gebied. Met betrekking tot niet-beursgenoteerde beleggingen, met name OTC-derivaten, wordt door het pensioenfonds enkel gewerkt met tegenpartijen waarmee ISDA/CSA overeenkomsten zijn afgesloten zodat posities van het pensioenfonds adequaat worden afgedekt door onderpand.

De kredietwaardigheid van veel marktpartijen wordt ook door rating agencies beoordeeld. De samenvatting van de vastrentende waarden op basis van de ratings zoals eind 2025 gepubliceerd door Bloomberg is als volgt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025 31-12-2024
AAA   1.214.761   23,8%   1.330.707   25,6%
AA   1.893.426   37,1%   1.890.327   36,4%
A   364.025   7,1%   364.485   7,0%
BBB   593.367   11,6%   634.527   12,2%
BBB-   597.180   11,7%   646.706   12,5%
Geen rating   391.059   7,7%   283.269   5,5%
Vorderingen   71.346   1,4%   84.158   1,6%
Schulden   -18.374   -0,4%   -45.919   -0,9%
Totaal   5.106.790   100,0%   5.188.260   100,0%
Verzekeringstechnische risico's (actuariële risico's, S6)

Het verzekeringstechnische of actuariële risico is het risico dat voortvloeit uit mogelijke afwijkingen van actuariële inschattingen die worden gebruikt voor de vaststelling van de technische voorzieningen en de hoogte van de premie. De belangrijkste actuariële risico's zijn de risico's van langleven, overlijden (kortleven) en arbeidsongeschiktheid.

Langlevenrisico
Het langlevenrisico is het belangrijkste verzekeringstechnische risico. Langlevenrisico is het risico dat deelnemers langer blijven leven dan gemiddeld verondersteld wordt bij de bepaling van de voorziening pensioenverplichtingen. Als gevolg hiervan volstaat de opbouw van het pensioenvermogen niet voor de uitkering van de pensioenverplichting. Door toepassing van actuele prognosetafels met adequate correcties voor ervaringssterfte is het langlevenrisico nagenoeg geheel verdisconteerd in de waardering van de pensioenverplichtingen.

Uit onderzoek blijkt dat sterfte onder een populatie van pensioenfondsen in het algemeen lager ligt dan de sterfte van de gehele bevolking. De levensverwachting is dus hoger. In verband hiermee past het pensioenfonds een correctie toe op de Prognosetafel AG2024. Deze fondsspecifieke correctie is gebaseerd op het Willis Towers Watson ervaringssterftemodel 2024.

Overlijdensrisico
Het overlijdensrisico betekent dat het pensioenfonds in geval van overlijden mogelijk een nabestaandenpensioen moet toekennen waarvoor het pensioenfonds geen voorzieningen heeft getroffen. Dit risico kan worden uitgedrukt in risicokapitalen.

Arbeidsongeschiktheidsrisico
Het arbeidsongeschiktheidsrisico betreft het risico dat het pensioenfonds voorzieningen moet treffen voor premievrijstelling bij invaliditeit en het toekennen van een arbeidsongeschiktheids-pensioen ('schadereserve'). Voor dit risico wordt jaarlijks een risicopremie in rekening gebracht. Het verschil tussen de risicopremie en de werkelijke kosten wordt verwerkt via het resultaat. De actuariële uitgangspunten voor de risicopremie worden periodiek herzien.

Het pensioenfonds heeft deze risico's overwogen en verwerkt in de buffer voor het verzekeringstechnische risico eind 2025.

Liquiditeitsrisico (S7)

Liquiditeitsrisico is het risico dat beleggingen niet tijdig en/of niet tegen een aanvaardbare prijs kunnen worden omgezet in liquide middelen, waardoor het pensioenfonds op korte termijn niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Waar de overige risicocomponenten vooral de langere termijn betreffen (solvabiliteit), gaat het hier om de kortere termijn. Dit risico kan worden beheerst door in het strategische beleggingsbeleid voldoende ruimte aan te houden voor de liquiditeitsposities. Er moet eveneens rekening worden gehouden met de directe beleggingsopbrengsten en andere inkomsten zoals premies. 

Het pensioenfonds heeft een significante hoeveelheid beleggingen in geldmarktfondsen en een groot  percentage van de beleggingsportefeuille bestaat uit liquide beleggingen. Gezien de liquiditeitsbehoefte van het pensioenfonds op de korte- en middellange termijn, in relatie met de liquiditeit van de beleggingsportefeuille, is er geen noodzaak om voor het liquiditeitsrisico een buffer aan te houden.

Concentratierisico (S8)

Concentraties kunnen ertoe leiden dat het pensioenfonds bij grote veranderingen in bijvoorbeeld de waardering (marktrisico) of de financiële positie van een tegenpartij (kredietrisico) grote (veelal financiële) gevolgen ondervindt. Concentratierisico's kunnen optreden bij een concentratie in de beleggingsportefeuille in producten, regio's of landen, economische sectoren of tegenpartijen. Naast concentraties in de beleggingsportefeuille kan ook sprake zijn van concentraties in de verplichtingen en de uitvoering. Het concentratierisico kent zijn weerslag in de berekening van het vereist eigen vermogen. De omvang van de buffer is afhankelijk van de uitkomsten van de berekening die hieraan ten grondslag ligt.

Om concentratierisico's in de beleggingsportefeuille te beheersen maakt het bestuur gebruik van diversificatie en limieten voor beleggen in landen, regio's, sectoren en tegenpartijen. Deze uitgangspunten zijn door het pensioenfonds vastgesteld op basis van de ALM-studie. De uitgangspunten zijn vastgelegd in de contractuele afspraken met de vermogensbeheerders en het bestuur monitort op kwartaalbasis de naleving hiervan.

De spreiding in de beleggingsportefeuille is weergegeven in de tabel die is opgenomen bij de toelichting op het kredietrisico. Grote posten kunnen een post van concentratierisico zijn en tellen mee in de bepaling van de vereiste buffer in het vereist eigen vermogen. Om te bepalen welke posten dit betreft worden per beleggingscategorie alle instrumenten met dezelfde debiteur opgeteld. Als grote post wordt aangemerkt elke post die meer dan 2 procent van het balanstotaal uitmaakt.

Eind 2025 en 2024 zijn de volgende posten met meer dan 2 procent van het balanstotaal aanwezig:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025 31-12-2024
Aandelen                
Blue Triangle Private Markets Investments 2015 C.V.   694.427   7,1%   667.758   6,9%
Vastrentende waarden                
Staatsobligaties Duitsland   294.639   3,0%   436.326   4,5%
Staatsobligaties Nederland   543.399   5,5%   440.363   4,6%
Staatsobligaties Frankrijk   167.014   1,7%   456.874   4,7%
Aegon Dutch Mortgage Fund   0   0,0%   269.257   2,8%
ASR Hypthekenfonds   853.671   8,7%   520.937   5,4%
DMFCO (Munt Hypotheken)   460.672   4,7%   438.657   4,5%
Overige beleggingen                
Blackrock Euro Liquidity Fund   662.519   6,8%   729.707   7,5%
Totaal   3.676.341   37,5%   3.959.879   41,0%
Operationeel risico (S9)

Operationeel risico is het risico van een onjuiste afwikkeling van transacties, fouten in de verwerking van gegevens, het verloren gaan van informatie, fraude en dergelijke. Deze risico's worden door het pensioenfonds beheerst door het stellen van hoge kwaliteitseisen aan de organisaties die bij de uitvoering zijn betrokken.

Het (coördinerend) beheer van de beleggingsportefeuille is ondergebracht bij fiduciair manager KCM. Cardano voert het beheer over de derivatenportefeuille uit. Het pensioenfonds maakt gebruik van meerdere vermogensbeheerders. Zowel met de fiduciair manager als de individuele investeringsmanagers zijn overeenkomsten gesloten. De onafhankelijkheid van deze partijen wordt beheerst doordat de bewaring van de beleggingen uit de portefeuille is ondergebracht bij de custodian, BNY. Zowel met KCM, Cardano, BNY, The Townsend Group, Partner Group als General partner van private equity en infrastructuur zijn service level agreements (SLA’s) afgesloten.

De pensioenuitvoering en -administratie is uitbesteed aan TKP Pensioen. Met TKP Pensioen is een uitbestedingsovereenkomst en een SLA afgesloten.

Het bestuur beoordeelt jaarlijks de kwaliteit van de uitbestede werkzaamheden door middel van performancerapportages, SLA-rapportages (indien van toepassing) en onafhankelijk getoetste, interne beheersingsrapportages (ISAE 3402-rapportages). Het bestuur wordt hierin bijgestaan door het bestuursbureau.

Het bestuur is van mening dat er sprake is van een adequate beheersing van de operationele risico's. Derhalve worden door het pensioenfonds hiervoor geen buffers aangehouden in de solvabiliteitstoets.

Actief risico (S10)

Een actief beleggingsrisico ontstaat wanneer het beleggingsbeleid binnen de beleggingscategorieën afwijkt van het beleid volgens de benchmark. Een maatstaf van de mate waarin actief wordt belegd is de zogenaamde 'tracking error'. De tracking error geeft de mate van afwijking van het rendement en de waardeontwikkeling aan van een benchmark. Hoe hoger de tracking error, hoe hoger het actief risico. 

Systeemrisico

Systeemrisico betreft het risico dat het mondiale financiële systeem (de internationale markten) niet langer naar behoren functioneert, waardoor beleggingen van het pensioenfonds niet langer verhandelbaar zijn en zelfs, al dan niet tijdelijk, hun waarde kunnen verliezen. Net als voor andere marktpartijen, is dit risico voor het pensioenfonds niet beheersbaar. Het systeemrisico maakt geen onderdeel uit van de door DNB voorgeschreven solvabiliteitstoets.