Spring naar inhoud

6.5 Toelichting op de balans

6.5 ​Toelichting op de balans

6.5.1 Activa

1. Beleggingen voor risico pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Vastgoed beleggingen   874.087   895.247
Aandelen   2.412.854   2.449.156
Vastrentende waarden   5.106.790   5.188.260
Derivaten   27.881   97.879
Overige beleggingen   1.007.742   1.011.969
Totaal   9.429.354   9.642.511
(bedragen x € 1.000)   Vastgoed beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
Stand per 1 januari 2025   895.247   2.449.156   5.188.260   -306.225   1.011.969   9.238.407
Aankopen   70.857   1.513.190   1.276.662   60.246   3.463.081   6.384.036
Verkopen   -39.349   -1.687.491   -1.183.196   -179.682   -3.486.152   -6.575.870
Herwaardering   -52.948   137.196   -189.669   -456.273   19.492   -542.202
Overige mutaties   280   803   14.733   0   -648   15.168
Stand per 31 december 2025   874.087   2.412.854   5.106.790   -881.934   1.007.742   8.519.539
Schuldpositie derivaten (credit)                       909.815
Totaal                       9.429.354

Onder de Overige mutaties worden de mutaties tussen 2025 en 2024 van beleggingsvorderingen en - schulden verantwoord. De aankopen onder 'Overige beleggingen' (3.463.081 duizend euro) betreft de ontvangen cash collateral die in MM funds zijn geïnvesteerd (753.853 duizend euro) en Money Market Funds (2.709.228 duizend euro). De verkopen onder 'Overige beleggingen' (3.486.152 duizend euro) betreft de collateral (666.223 duizend euro) en Money Market Funds (2.819.929 duizend euro). 

(bedragen x € 1.000)   Vastgoed beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
Stand per 1 januari 2024   886.313   2.014.181   4.495.070   -382.079   1.453.196   8.466.681
Aankopen   26.277   904.624   1.861.027   137.280   3.114.710   6.043.918
Verkopen   -27.072   -916.438   -1.232.388   -90.357   -3.601.446   -5.867.701
Herwaardering   9.752   447.439   57.986   28.931   44.820   588.928
Overige mutaties   -23   -650   6.565   0   689   6.581
Stand per 31 december 2024   895.247   2.449.156   5.188.260   -306.225   1.011.969   9.238.407
Schuldpositie derivaten (credit)                       404.104
Totaal                       9.642.511
                         
Vastgoed beleggingen
(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Beursgenoteerde indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed.   71.567   42.234
Niet-beursgenoteerde indirecte vastgoedbeleggingen, zijnde participaties in beleggingsinstellingen die beleggen in vastgoed.   802.294   853.068
Vorderingen   381   98
Schulden   -155   -153
Totaal   874.087   895.247

De vorderingen betreffen nog te ontvangen beleggingsuitkeringen (dividend en rente). De schulden betreffen beleggingscrediteuren (bijvoorbeeld nog te betalen kosten) en overlopende transacties.

Einde boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5,0 procent van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
AXA Core europe fund   43.757   5,0%   44.484   5,0%
Prologis targeted European fund   80.767   9,2%   79.114   8,8%
CBRE pan-European core fund   48.557   5,6%   47.667   5,3%
CBRE dutch residential fund IV   119.400   13,7%   128.014   14,3%
Prime property fund   50.566   5,8%   57.704   6,4%
Invesco real estate Asia fund   43.270   5,0%   54.717   6,1%
Bouwinvest dutch institutional   80.299   9,2%   76.413   8,5%
Clarion lion industrial trust   67.311   7,7%   75.287   8,4%
Metlife Core Property Fund GP   50.594   5,8%   57.418   6,4%
Prisa LP   51.585   5,9%   56.908   6,4%
Barings   80.904   9,3%   80.397   9,0%
Totaal   717.010   82,0%   758.123   84,7%
Aandelen
(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Beusgenoteerde aandelen   1.961.480   1.959.530
Niet beursgenoteerde aandelen   1.271   0
Private equity   443.415   483.740
Vorderingen   7.227   6.235
Schulden   -539   -349
Totaal   2.412.854   2.449.156

De vorderingen betreffen nog te ontvangen dividend (954 duizend euro) en terug te vorderen dividendbelasting (6.273 duizend euro). De schulden betreffen nog af te wikkelen transacties. Het pensioenfonds doet niet aan securities lending en heeft dan ook geen aandelen uitgeleend. 

Het pensioenfonds belegt niet in de sponsor. Private Equity beleggingen betreffen de beleggingen in Blue Triangles Private Markets Investments C.V. Deze portefeuille vertegenwoordigt 18,4 procent van de totale beleggingen in aandelen.

Einde boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5,0 procent van de betreffende beleggingscategorie:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Northern trust corp   194.021   8,0%     0,0%
Alphabet Inc.   77.650   3,2%   137.576   5,6%
Totaal   271.671   11,3%   137.576   5,6%
Vastrentende waarden
(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Staatsobligaties   2.110.705   2.296.936
Hypothecaire leningen   1.310.371   1.224.662
Bedrijfsobligaties   1.442.542   1.434.166
Leningen (Syndicated Loans)   190.200   194.257
Vorderingen   71.346   84.158
Schulden   -18.374   -45.919
Totaal   5.106.790   5.188.260

De vorderingen betreffen nog te ontvangen rente (51.507 duizend euro) en overlopende transacties (19.839 duizend euro). De schulden bestaan uit overlopende transacties.

Einde boekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5,0 procent van het totaal aan vastrentende waarden:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Staatsobligaties Republiek Frankrijk   167.014   3,3%   456.874   8,8%
Staatsobligaties Bondsrepubliek Duitsland   294.639   5,8%   436.326   8,4%
Staatsobligaties Koninkrijk der Nederlanden   543.399   10,6%   440.363   8,5%
AEAM Dutch Mortgage Fund   0   0,0%   269.257   5,2%
ASR Hypothekenfonds   853.671   16,7%   520.937   10,0%
DMFCO (Munt Hypotheken)   460.672   9,0%   438.657   8,5%
Totaal   2.319.395   45,4%   2.562.414   49,4%
Derivaten

De totale derivatenpositie (dus inclusief de onder passiva gepresenteerde negatieve posities) bedraagt:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Valutaderivaten   7.774   -15.225
Futures (aandelenderivaten)   69   -345
Rentederivaten   -889.777   -290.655
Totaal   -881.934   -306.225

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenpositie op 31 december 2025:

Type contract   Gemiddelde looptijd   Contract-
omvang
  Saldo
waarde
  Positieve waarde   Negatieve waarde
Valutaderivaten   01/26 - 04/26   1.021.250   7.774   8.180   406
Futures (aandelenderivaten)   03/26   14.477   69   69   0
Rentederivaten   12/28 - 12/75   3.665.893   -889.777   19.632   909.409
Totaal       4.701.620   -881.934   27.881   909.815

Met alle derivatentegenpartijen zijn ISDA/CSA-contracten afgesloten. Hierin zijn onder meer afspraken over de te ontvangen en te geven zekerheden vormgegeven voor derivaten die op bilaterale basis worden aangehouden. Het geven en vragen van zekerheden is een dagelijks terugkerend proces. Het pensioenfonds ontvangt doorgaans cash van tegenpartijen en het pensioenfonds stort zelf staatsobligaties van hoge kwaliteit (AAA/AA-rated, Duitsland, Nederland en Frankrijk). De ontvangen cash collateral wordt in money market funds (geldmarktfondsen) geïnvesteerd.

Aan het einde van het boekjaar 2025 is er netto voor -877,1 miljoen euro aan onderpand (variation margin) gestort aan tegenpartijen bij een waarde van de afgesloten bilaterale en cleared derivaten van -881,9 miljoen euro. Het verschil van 4,8 miljoen euro varieert van dag tot dag, maar wordt door beide partijen in de derivatentransacties zodanig gemanaged dat de wederzijdse dagelijkse blootstelling beperkt blijft. Naast de bilateraal aangehouden derivaten worden ook derivaten op basis van centrale clearing aangehouden. De gegeven zekerheden aan de clearing member (als initial margin en variation margin) bedragen 685,3 miljoen euro bij een gesaldeerde waarde van deze derivaten in het nadeel van het pensioenfonds van 373,9 miljoen euro.

Er is dus sprake van meer gestort onderpand door het pensioenfonds ter waarde van meer dan 311,4 miljoen euro. Het saldo komt louter door de initial margin, welke wordt opgevraagd door de CCP, de centrale tegenpartij. De initial margin is ter zekerheid van eventuele toekomstige verliezen. De variation margin betreft opgevraagde zekerheid ter dekking van dagelijkse schommelingen in de waarde.

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de derivatenpositie op 31 december 2024:

Type contract   Gemiddelde looptijd   Contract-
omvang
  Saldo
waarde
  Positieve waarde   Negatieve waarde
Valutaderivaten   01/25 - 04/25   1.090.506   -15.225   2.140   17.365
Futures (aandelenderivaten)   03/25   12.536   -345   11   356
Rentederivaten   12/28 - 12/74   3.052.439   -290.655   95.728   386.383
Totaal per 31 december       4.155.481   -306.225   97.879   404.104
Overige beleggingen
(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Money Market instruments   1.009.515   1.013.094
Overige schulden   -1.773   -1.125
Totaal   1.007.742   1.011.969

De categorie Money Market instruments betreft investeringen in geldmarktfondsen. De overige schulden betreffen nog af te wikkelen transacties. 

Eindeboekjaar bedragen de volgende posten meer dan 5,0 procent van de beleggingscategorie ‘Overige beleggingen’:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
BlackRock Institutional Euro Liquidity fund   662.519   65,7%   197.262   19,5%
JPM EU Liquid LVNAV-IN   145.043   14,4%   169.064   16,7%
BlackRock ICS eur Class G dis   0   0,0%   532.445   52,6%
Totaal   807.562   80,1%   898.771   88,8%

Categorisering beleggingen naar waarderingsmethoden
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van het pensioenfonds gewaardeerd tegen actuele waarde op balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de actuele waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van het pensioenfonds kan gebruik worden gemaakt van marktnoteringen. Echter, bepaalde financiële instrumenten, zoals bijvoorbeeld vastgoed, hypothekenportefeuilles en beleggingen in fondsen zonder onderliggende beursnotering, zijn gewaardeerd met gebruikmaking van andere methoden (Net Asset Value-waardering). Dit betreft onder andere private equity, hypotheekfondsen en niet-beursgenoteerde geldmarktfondsen.

In de kolom 'netto contante waarde berekening' zijn de beleggingen verantwoord die als gevolg van netto contante waarde berekeningen of een andere geschikte methode zijn gewaardeerd.

Schattingen van de actuele waarde zijn een momentopname, gebaseerd op de marktomstandigheden en de beschikbare informatie over het financiële instrument. Deze schattingen zijn van nature subjectief en bevatten onzekerheden (bijvoorbeeld rentestand, volatiliteit en schatting van kasstromen). En kunnen derhalve niet met precisie worden vastgesteld. In het algemeen geldt dat het pensioenfonds de opgave van de beleggingsadministrateur volgt. Hier is in 2025 niet van afgeweken.

Op basis van de boekwaarde, inclusief creditstanden van de derivaten, kan het volgende onderscheid worden gemaakt:

(bedragen x € 1.000)   Genoteerde marktprijzen   Onafhankelijke taxaties   NCW berekeningen   Andere methode(n)   Totaal
Vastgoed beleggingen   71.567   0   0   802.520   874.087
Aandelen   1.961.480   0   0   451.374   2.412.854
Vastrentende waarden   3.272.412   0   0   1.834.378   5.106.790
Derivaten   7.843   0   -889.777   0   -881.934
Overige beleggingen   807.562   0   0   200.180   1.007.742
Stand per 31 december 2025   6.120.864   0   -889.777   3.288.452   8.519.539
(bedragen x € 1.000)   Genoteerde marktprijzen   Onafhankelijke taxaties   NCW berekeningen   Andere methode(n)   Totaal
Vastgoed beleggingen   42.234   0   0   853.013   895.247
Aandelen   1.959.530   0   0   489.626   2.449.156
Vastrentende waarden   3.501.582   0   0   1.686.678   5.188.260
Derivaten   -15.570   0   -290.655   0   -306.225
Overige beleggingen   898.771   0   0   113.198   1.011.969
Stand per 31 december 2024   6.386.547   0   -290.655   3.142.515   9.238.407

2. Beleggingen voor risico deelnemers

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Aandelen   1.164   1.247
Vastrentende waarden   2.071   3.004
Overige beleggingen   0   1
Totaal   3.235   4.252

3. Herverzekeringsdeel technische voorziening

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Herverzekeringsdeel technische voorziening   7.169   8.584
Totaal   7.169   8.584

4. Vorderingen en overlopende activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Vorderingen werkgevers   203   163
Overige vorderingen en overlopende activa   240   3.485
Totaal   443   3.648

De vorderingen op de werkgever hebben betrekking op de premie-afrekening over 2025. De overige vorderingen bestaan uit vooruitbetaalde bedragen, openstaande debiteurenposities, een belastingteruggave en nog te ontvangen interest over de banksaldi van het laatste kwartaal. Alle vorderingen hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.

5. Overige activa

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Banken, rekening-courant   5.660   16.638
Liquiditeiten vermogensbeheer   365.429   -10.256
Totaal   371.089   6.382

De toename in liquiditeiten vermogensbeheer is volledig toe te wijzen aan de toename van de Variation Margin balance. De tegoeden bij banken staan ter vrije beschikking van het pensioenfonds.

6.5.2 Passiva

6. Stichtingskapitaal en reserves

(bedragen x € 1.000)   Algemene reserve
Stand per 1 januari 2024   1.214.005
Uit bestemmingssaldo van baten en lasten   151.230
Stand per 31 december 2024   1.365.235
Uit bestemmingssaldo van baten en lasten   384.466
Stand per 31 december 2025   1.749.701
Dekkingsgraad, vermogenspositie en herstelplan   31-12-2025   31-12-2024
Feitelijke dekkingsgraad   124,5%   117,3%
Beleidsdekkingsgraad   121,9%   119,5%
Reële dekkingsgraad

Bij het bepalen van de reële dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt de voorziening voor pensioenverplichtingen herrekend waarbij rekening wordt gehouden met toekomstbestendige indexatie. De reële dekkingsgraad eind 2025 bedraagt 90,9 procent (2024: 90,3 procent).

Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het pensioenfonds gebruik van het standaard model. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van het pensioenfonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen in de risicoparagraaf.

Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist vermogen op 31 december:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Stichtingskapitaal en reserves   1.749.701   124,5%   1.365.235   117,3%
Minimaal vereist eigen vermogen   303.642   104,3%   335.681   104,3%
Vereist eigen vermogen   1.083.389   115,2%   1.226.530   115,5%

De vermogenspositie van het pensioenfonds kan als gevolg hiervan worden gekarakteriseerd als voldoende. Het pensioenfonds heeft eind 2025 geen dekkings-of reservetekort, omdat de beleidsdekkingsgraad hoger is dan de vereiste dekkingsgraad.

Herstelplan
Indien de beleidsdekkingsgraad van een pensioenfonds einde boekjaar lager is dan de vereiste dekkingsgraad dient een pensioenfonds een herstelplan in te dienen bij DNB. In het herstelplan maakt een pensioenfonds duidelijk hoe de beleidsdekkingsgraad de vereiste dekkingsgraad binnen tien jaar bereikt. Indien alle beleidsmiddelen ingezet zijn en het pensioenfonds desondanks naar verwachting niet binnen de gekozen herstelperiode aan de vereiste dekkingsgraad voldoet, moet als laatste sturingsmiddel het verlagen van pensioenaanspraken en -rechten worden ingezet.

Op basis van de financiële positie per 31 december 2025 hoeft er in 2026 geen geactualiseerd herstelplan te worden ingediend. 

Statutaire regeling voor de bestemming van het saldo van baten en lasten

Er zijn geen statutaire bepalingen betreffende de bestemming van het resultaat. Het saldo van de staat van baten en lasten over 2025 is toegevoegd aan de algemene reserve.

7. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds   6.919.655   7.647.021
Totaal   6.919.655   7.647.021

Op basis van de wijziging in RJ610 voor boekjaar 2025 is de uitsplitsing van de mutatie technische voorzieningen in de staat van baten en lasten vervallen. De toelichting op de mutatie technische voorzieningen is in het verloopoverzicht van de voorziening pensioenverplichtingen opgenomen.

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Stand per 1 januari   7.647.021   7.092.290
Pensioenopbouw   237.237   218.537
Toeslagverlening   216.755   148.939
Rentetoevoeging   184.321   244.802
Onttrekking voor pensioenuitkeringen   -271.709   -255.160
Wijziging marktrente   -1.139.922   120.325
Wijziging actuariele grondslagen   6.103   37.871
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   14.154   19.313
Overige mutaties   25.695   20.104
Stand per 31 december   6.919.655   7.647.021

Einde boekjaar bedraagt de gemiddelde discontovoet 3,16 procent (2024: 2,17 procent).

Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen.

Toeslagverlening
In 2025 is besloten om per 1 januari 2026 een toeslag te verlenen van 3,25 procent over de opgebouwde  pensioenaanspraken van actieve deelnemers en 3,16 procent over de opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten van premievrije en pensioengerechtigde deelnemers.

Rentetoevoeging
De pensioenverplichtingen zijn opgerent met 2,330 procent (2024: 3,439 procent) op basis van de éénjaarsrente van de DNB-curve aan het begin van het verslagjaar.

Onttrekking voor pensioenuitkeringen
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt voor de financiering van de verwachte pensioenuitkeringen in de verslagperiode.

Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt als 'wijziging marktrente' verantwoord.

Wijziging actuariële uitgangspunten
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien voor de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen ten aanzien van sterfte, langleven en arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het fonds.

De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het fonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.

De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten.

Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien, en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

In 2025 heeft het fonds de volgende grondslag aangepast:
Het pensioenfonds heeft in 2025 besloten om de huidige aanname dat de partner van een mannelijke hoofdverzekerde drie jaar jonger dan de hoofdverzekerde is te blijven hanteren. Het veronderstelde leeftijdsverschil van de partner van vrouwelijke hoofdverzekerden is gewijzigd van twee jaar naar anderhalf jaar, waarbij de man ouder is dan de vrouw. Bij de vaststelling van de maandrapportages aan DNB (dekkingsgraad) is met ingang van de maandrapportage van november 2025 gebruik gemaakt van de  geactualiseerde veronderstelling voor het leeftijdsverschil. Als gevolg van de bovenstaande wijziging zijn de technische voorzieningen met 6,1 miljoen toegenomen. Het effect op de dekkingsgraad is -0,11 procentpunt.

Voor een toelichting op de grondslagen voor de waardering van de mutaties voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds wordt verwezen naar paragraaf 6.4.2.

Wijziging uit hoofde overdracht van rechten
(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Toevoeging aan de technische voorziening   25.139   29.412
Onttrekking aan de technische voorziening   -10.985   -9.578
Totaal   14.154   19.834

De voorziening voor pensioenverplichtingen is naar categorieën als volgt samengesteld:

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
    Voorziening   Aantallen   Voorziening   Aantallen
Actieve deelnemers   3.080.037   23.911   3.713.278   23.295
Gewezen deelnemers   659.111   18.792   819.016   18.982
Pensioengerechtigden   3.401.629   18.908   3.351.675   18.050
Totaal   7.140.777   61.611   7.883.969   60.327
Korte beschrijving pensioenregeling

De belangrijkste kenmerken van de pensioenregeling zijn:

  • De regeling is een regeling op basis van voorwaardelijk geïndexeerd middelloon.
  • Het opbouwpercentage voor ouderdomspensioen bedraagt 1,738 procent per jaar van de pensioengrondslag.
  • Het maximum pensioengevend jaarloon bedraagt 137.800 euro (2024: 137.800 euro).
  • De franchise 2025 bedraagt 18.528 euro.
  • De pensioenrichtleeftijd is 67 jaar.
  • De pensioenopbouw eindigt op de leeftijd van 67 jaar.
  • Het partnerpensioen is verzekerd op risicobasis voor overlijden tijdens de deelneming en op kapitaalbasis vindt opbouw van een partnerpensioen plaats (35 procent van het ouderdomspensioen) voor overlijden na pensionering. Bij pensionering kan een deel van de opgebouwde ouderdomspensioenaanspraken worden omgezet in levenslang partnerpensioen en omgekeerd. Bij uitdiensttreding kan een deel van het opgebouwde ouderdomspensioen samen met het uitgestelde partnerpensioen worden omgezet naar een direct ingaand partnerpensioen. Het uitgestelde partnerpensioen werd in de basisregeling opgebouwd tot 1 januari 2019. Het aanvullend partnerpensioen is ook een uitgesteld partnerpensioen.
  • Voorwaardelijke toeslagverlening voor zowel actieve deelnemers (op basis van de loonontwikkeling bij UWV) als slapers en pensioengerechtigden (op basis van de consumentenprijsindex alle huishoudens afgeleid). De toeslag is gemaximeerd op 7,5%.
  • Een collectieve excedent arbeidsongeschiktheidsverzekering voor inkomens boven het maximum dagloon.
  • Op vrijwillige basis kan worden deelgenomen aan een verzekering voor een tijdelijk partnerpensioenverzekering (voorheen Anw-hiaat), een individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering en/of een aanvullende partnerpensioenopbouw. Voor deze verzekeringen is de deelnemer premie verschuldigd.
Toeslagverlening

De toeslagen op pensioenrechten en pensioenaanspraken worden jaarlijks vastgesteld door het bestuur van het pensioenfonds. De daadwerkelijke toeslag in een jaar is voorwaardelijk en is afhankelijk van de hoogte van de beschikbare middelen. Een uitzondering hierop is de onvoorwaardelijke toezegging aan de ex-Cadans-deelnemers (deelnemers met een ingegaan pensioen of premievrij recht van vóór 1996).

Er is geen recht op toekomstige toeslagen. Het is niet zeker of en in hoeverre in de toekomst wordt geïndexeerd. Het pensioenfonds heeft geen geld gereserveerd voor toekomstige toeslagen. Toeslagen zijn afhankelijk van de middelen van het pensioenfonds.

Inhaaltoeslagen

Bij toekenning van inhaaltoeslagen wordt als begindatum voor de bepaling van een eventuele inhaaltoeslag 1 januari 2004 gehanteerd (eerste toeslag na 'fusie' van het pensioenfonds). Voor de bepaling van een eventuele inhaaltoeslag wordt een evenredige methode gehanteerd waarbij een percentage wordt toegekend over het totaal bedrag van gemiste toeslagen.

Om inhaaltoeslagen te kunnen toekennen is een dekkingsgraad vereist hoger dan de ondergrens voor toekomstbestendige toeslagverlening. Inhaaltoeslagen zijn daarom op korte termijn niet te verwachten. In onderstaande tabel staat een overzicht met (toegekende) toeslagen over de afgelopen jaren. Voor ex-Cadans-deelnemers is de indexatie onvoorwaardelijk en gebaseerd op het CPI-afgeleid, met een maximum van 7,5 procent.

Het totaal van de ‘gemiste’ toeslagen is per 1 januari 2026 voor actieven 25,06 procent en voor gewezen deelnemers en pensioengerechtigden 18,55 procent.

Deelnemersgroep en toeslagverlening   2026 2025 2024 2023 2022 2021 2020 2019 2018 2017 2016 2015
Consumenten-prijsindex* CPI-afgeleid 3,16 2,54 -1,40*** 17,16* 2,57 0,99 1,64 1,47 1,47 -0,01*** 0,39 0,57
Cao-loonontwikkeling** Volgens reglement 3,25 8,24 6,50 2,70 1,70 3,00 3,00 1,50 1,50 1,00 2,52 0,60
Actieve deelnemers Toegekend 3,25 3,26 6,50 2,70 1,70 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Slapers en pensioengerechtigden Toegekend 3,16 1,00 0,00 7,50 2,57 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Ex-Cadans-deelnemers Toegekend 3,16 2,54 0,00 7,50 2,57 0,99 1,64 1,47 1,47 0,00 0,39 0,57

* De percentages hebben betrekking op de periode die de hoogte van de toeslagverlening voor de niet-actieven bepaalt. Voor de toeslag per 1 januari 2026 is dit de prijsstijging van september 2025 ten opzichte van september 2024.  Voor de toeslag per 1 januari 2025 is dit de prijsstijging van september 2024 ten opzichte van september 2023.

** De percentages hebben betrekking op de periode die de hoogte van de toeslagverlening voor de actieven bepaalt. Voor de toeslag per 1 januari 2026 is dit de cao-loonontwikkeling in de periode van 1 oktober 2024 tot 1 oktober 2025. Voor de toeslag per 1 januari 2025 is dit de cao-loonontwikkeling in de periode van 1 oktober 2023 tot 1 oktober 2024.

***De toeslagen worden, conform het vastgestelde beleid van het pensioenfonds, toegekend tot een maximum van 7,5 procent. Bij een negatieve prijsindex is de toekenning voor de slapers en pensioengerechtigden 0 procent.

Deelnemersgroep en toeslagverlening   2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004
Consumenten-prijsindex CPI-afgeleid 1,08 2,13 2,47 1,35 0,07 2,82 1,19 1,43 1,50 0,55 1,86
Cao-loonontwikkeling Volgens reglement 1,00 1,00 0,00 1,20 1,20 2,60 3,22 1,50 0,00 n.v.t. n.v.t.
Actieve deelnemers Toegekend 0,00 0,00 0,00 0,00 0,20 0,00 3,22 1,50 0,00 **** ****
Slapers en pensioengerechtigden Toegekend 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 1,19 1,43 1,50 0,55 1,30
Ex-Cadans-deelnemers Toegekend 1,08 2,13 2,47 1,35 0,07 2,82 1,19 1,43 1,50 0,55 1,86

**** Voor de actieven gold tot 1 januari 2005 een eindloonsystematiek, waardoor de eerste toe te kennen loonindex op 1 januari 2004 en 2005 niet van toepassing was. 

8. Voorziening operationele kosten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Stand per 1 januari   206.470   184.969
Pensioenopbouw   6.405   5.682
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringkosten   -7.344   -6.641
Wijziging marktrente   -25.001   17.292
Overige mutaties   6.301   5.168
Stand per 31 december   186.831   206.470

Op basis van de wijziging in RJ610 voor boekjaar 2025 dient een voorziening te worden genomen voor de operationele kosten. De RJ schrijft voor dat deze voorziening als separate balanspost wordt opgenomen als voorziening operationele kosten als onderdeel van de technische voorziening (RJ 610.244). Op basis van RJ 140.208 dient deze stelselwijziging ook retrospectief toegepast te worden op de cijfers van boekjaar 2024 zoals in dit jaarverslag opgenomen.

Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt voor de financiering van de verwachte uitvoeringskosten in de verslagperiode. 

Overige mutaties
De voorziening wordt jaarlijks herijkt op basis van in de toekomst te verwachten kosten. Onder overige mutaties is het effect daarvan opgenomen.

9. Overige technische voorzieningen

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Stand per begin boekjaar   30.478   21.887
Invalideren/revalideren   807   3.251
Wijziging grondslagen   3.006   5.340
Totaal   34.291   30.478

Deelnemers worden bij arbeidsongeschiktheid vrijgesteld van het betalen van pensioenpremie terwijl de opbouw wordt voortgezet. Bij het bepalen van de hoogte van de voorziening is rekening gehouden met reeds arbeidsongeschikte deelnemers en met werknemers die zich ziek hebben gemeld en waarvan, op basis van ervaringscijfers, een deel in de toekomst arbeidsongeschikt zal worden.

In 2025 heeft het fonds de volgende grondslag aangepast:
Het pensioenfonds heeft daarnaast in 2025 op basis van een onderzoek besloten de opslag voor premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid (PVI-opslag) in de kostendekkende premie te verhogen van 5,0% naar 5,6%. Deze stijging is voornamelijk een gevolg van de eveneens geactualiseerde AO-kansen.

De overige technische voorzieningen per eind 2025 worden gebaseerd op onderdelen uit de kostendekkende premie 2026. Aangezien deze voorziening is bedoeld voor deelnemers die korter dan 24 maanden ziek zijn en per einde 2025 dus nog niet arbeidsongeschikt zijn, maar dit in de toekomst mogelijk wel worden, is in de overige technische voorzieningen per einde 2025 reeds uitgegaan van deze verhoging van de PVI-opslag. Het effect op de dekkingsgraad is -0,05 procentpunt.

10. Voorziening pensioenverplichtingen risico deelnemers

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Stand per begin boekjaar   4.252   5.166
Uitkeringen en onttrekkingen   -1.013   -1.077
Beleggingsresultaat voor risico deelnemer   -4   163
Totaal   3.235   4.252

De voorziening pensioenverplichtingen voor risico deelnemers is gelijkgesteld aan het belegd vermogen voor risico deelnemers. 

De pensioenregeling voor risico van de deelnemers is een vrijwillige regeling die deelnemers de mogelijkheid biedt om te beleggen voor aanvullend pensioen. Deze regeling (IPB-regeling) bestaat uit twee gesloten regelingen, waarbij geen sprake is van nieuwe premie-inleg. Het betreft een individuele bijspaarregeling en de VPL-regeling. Vanaf 1 januari 2015 legt de deelnemer geen vrijwillige premie meer in. De werkgever legt sinds februari 2018 geen premie meer in de VPL-regeling in.

De hoogte van de beleggingsrendementen (en daarmee het te bereiken eindkapitaal) is afhankelijk van het door de deelnemer geselecteerde beleggingsprofiel en de binnen dit profiel aangekochte beleggingen. Het uiteindelijk te bereiken kapitaal is hiermee onzeker en volledig voor risico van de deelnemer.

Op 67-jarige leeftijd of bij eerdere beëindiging van de deelname, koopt de deelnemer op basis van het tot dan toe opgebouwde kapitaal (aanvullend) pensioen in bij het pensioenfonds of een variabel pensioen bij een verzekeraar. Andere momenten waarop het kapitaal kan worden aangewend zijn er niet.

11. Derivaten

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Derivaten   909.815   404.104
Totaal   909.815   404.104

De derivaten bestaan uit renteswaps (909,4 miljoen euro) en valutatermijncontracten (406 duizend euro) die conform de eisen van RJ610 onder de passiva worden verantwoord, omdat de producten een negatieve marktwaarde kennen.

De waarderingsmethodiek en de hoogte van het gestelde collateral van bovenstaande derivaten is uiteengezet bij de toelichting op de beleggingen. Voor de bepaling van de waardering van de renteswaps wordt gebruik gemaakt van de EONIA rentecurve.

12. Overige schulden en overlopende passiva

(bedragen x € 1.000)   31-12-2025   31-12-2024
Belastingen en premie sociale verzekeringen   5.063   5.028
Overige schulden en overlopende passiva   2.699   2.789
Totaal   7.762   7.817

De belastingen en premies sociale verzekeringen en overige schulden en overlopende passiva hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar. De overige schulden en overlopende passiva hebben voornamelijk te maken met nog te betalen kosten.